id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.643 Rolnummer: A. 61547/X-9674 Zaak: Arrest 147643 - - 13/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-22 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 22:04 Fiche Arrest nr 147.643 van 13 juli 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.643 van 13 juli 2005 in de zaak A. 61.547/X-
- In zake : Benoit PELLERIAUX, die woonplaats kiest bij Advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Grote Hertstraat 12 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat Ph. DECLERCQ, kantoor houdende te 3010 LEUVEN (KESSEL-LO), Tiensesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Benoit PELLERIAUX op 23 december 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 augustus 1994 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen het besluit van 14 april 1994 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant waarbij aan verzoeker de vergunning wordt verleend voor het oprichten van een autobergplaats aan de Cahystraat te Huldenberg, op een perceel kadastraal bekend Sectie B, nrs. 158f en 159a; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 28 augustus 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; X-9674-1/5 Gelet op de beschikking van 1 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 juni 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. HULPIAU die, loco Advocaat M. DENYS verschijnt voor verzoeker, en van Advocaat Ph. DECLERCQ, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden bij het bestreden besluit van 23 augustus 1994 het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen de beslissing van 14 april 1994 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant, waarbij aan verzoeker de vergunning wordt verleend voor het oprichten van een autobergplaats aan de Cahystraat te Huldenberg, op een perceel kadastraal bekend Sectie B, nrs. 158f en 159a, heeft ingewilligd; dat het betrokken perceel volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan Leuven, vastgesteld bij koninklijk besluit van 7 april 1977, is gelegen in landelijk woongebied; Overwegende dat krachtens het op het ogenblik van het bestreden besluit van toepassing zijnde artikel 44, § 1, van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw (hierna : stedenbouwwet) de beslissing over een bouwaanvraag in de eerste plaats is opgedragen aan de gemeenteoverheid; dat buiten het in artikel 54, §1, van dezelfde wet bedoelde geval waarin het college van burgemeester en schepenen verzuimd heeft zich binnen de in deze bepaling gestelde termijn over de vergunningsaanvraag uit te spreken, geen andere overheid over de vergunningsaanvraag kan beschikken zonder dat eerst de gemeente erover uitspraak heeft gedaan; dat daaruit volgt dat, ingeval er zoals te dezen wijzigingen aan de oorspronkelijk aan het college van burgemeester en schepenen voorgelegde bouwaanvraag worden aangebracht nadat beroep werd ingesteld op grond van artikel 55 van de stedenbouwwet, naargelang het X-9674-2/5 geval, de bestendige deputatie en/of de Vlaamse regering zich over de aldus gewijzigde aanvraag niet vermogen uit te spreken; Overwegende dat de bevoegdheid om zich over een bouwaanvraag uit te spreken de openbare orde raakt; dat het aan de Raad van State toekomt, desnoods ambtshalve, na te gaan of er aan de oorspronkelijk bij het college van burgemeester en schepenen ingediende bouwaanvraag wijzigingen werden aangebracht nadat op grond van artikel 55 van de stedenbouwwet beroep werd ingesteld; Overwegende dat verzoeker laat gelden dat voormelde redenering enkel geldt voor fundamentele wijzigingen die aan de oorspronkelijk aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Huldenberg voorgelegde bouwaanvraag werden aangebracht nadat beroep werd ingesteld, dat immers enkel in die hypothese het college van burgemeester en schepenen geconfronteerd wordt met een vergunning op grond van plannen waarover zij niet als eerste instantie heeft kunnen oordelen, dat bovendien wanneer de gemeente bij notificatie van de bouwvergunning zoals deze door de bestendige deputatie van de desbetreffende provincieraad op grond van gewijzigde plannen werd afgeleverd, verkiest tegen dit vergunningsbesluit geen hoger beroep in te stellen bij de bevoegde minister, hieruit alleen maar kan worden afgeleid dat het college van burgemeester en schepenen zich met deze bouwvergunning en dus ook met de gewijzigde plannen impliciet akkoord verklaart, en derhalve verzaakt aan haar principieel recht om als eerste over de vergunde plannen uitspraak te doen, dat derhalve "de Vlaamse Regering op een geldige wijze uitspraak (kon) doen over het beroep van de Gemachtigde Ambtenaar tegen de vergunning zoals afgeleverd door de Bestendige Deputatie", dat tenslotte "voor zover het door beroeper bestreden besluit door Uw Raad zou worden vernietigd, (...) de Vlaamse regering opnieuw over het beroep van de Gemachtigde Ambtenaar uitspraak (dient) te doen rekening houdende met de termen van het vernietigingsarrest", dat hij derhalve wel degelijk belang heeft bij de vernietiging van het bestreden besluit; Overwegende dat uit de niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat wijzigingen werden aangebracht aan de bouwaanvraag nadat door de aanvrager beroep werd ingesteld tegen het weigeringsbesluit van 7 januari 1993 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Huldenberg; dat deze wijzigingen aan de bouwplannen niet anders dan als essentiële wijzigingen kunnen worden X-9674-3/5 beschouwd, aangezien zij determinerend waren voor de inwilliging van de aanvraag door de bestendige deputatie; dat uit wat voorafgaat volgt dat noch de bestendige deputatie, noch de minister bevoegd waren om zich over de gewijzigde plannen uit te spreken; dat derhalve in geval van vernietiging van het bestreden besluit, de Gemeenschapsminister -thans de Vlaamse minister- bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening, niet anders zou kunnen dan de onbevoegdheid vaststellen van de bestendige deputatie om over de gewijzigde bouwaanvraag uitspraak te doen, het beroep van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Huldenberg opnieuw inwilligen, en de door de bestendige deputatie afgegeven bouwvergunning vernietigen; dat de bevoegdheid de openbare orde raakt; dat derhalve het argument van verzoeker dat de gemeente door geen beroep te hebben ingesteld tegen het besluit van de bestendige deputatie zich impliciet akkoord heeft verklaard met het feit dat de vergunning werd verleend op grond van gewijzigde plannen en heeft verzaakt aan haar recht om als eerste over een bouwaanvraag op grond van welbepaalde plannen uitspraak te doen, niet dienstig kan worden ingeroepen; dat uit hetgeen voorafgaat volgt dat verzoeker geen belang heeft bij de gevraagde vernietiging; dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-9674-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien juli 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, B. SEUTIN, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9674-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.643 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.