id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.652 Rolnummer: A. 120138/XII-3644 Zaak: Arrest 147652 - - 14/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-29 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 22:07 Fiche Arrest nr 147.652 van 14 juli 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.652 van 14 juli 2005 in de zaak A. 120.138/XII-
- In zake : Honoré MAES, die woonplaats kiest bij advocaat B. Blanpain, kantoor houdende te Brussel, Louizalaan 106 tegen : de CVBA IBOGEM, die woonplaats kiest bij advocaat A. Coolsaet, kantoor houdende te Antwerpen, Arthur Goemaerelei
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Honoré Maes op 24 april 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 3 januari 2002 van het directiecomité van de CVBA Ibogem om hem de tuchtstraf van het ontslag van ambtswege op te leggen, evenals van de handhaving van die beslissing bij besluit van 6 maart 2002; Gelet op het arrest nr. 114.116 van 23 december 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 21 januari 2003 ingediend door verzoeker; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de beschikking van 2 september 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; XII-3644-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de procedure van verzoeker en de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 6 december 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 januari 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. Blanpain, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat A. Coolsaet, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het directiecomité van de eerste verwerende partij bij beslissing van 3 januari 2002 aan verzoeker, directeur, sinds 1 maart 1991 in dienst, de tuchtstraf van het ontslag van ambtswege oplegt wegens een reeks tuchtfeiten, ondergebracht onder zes rubrieken : “1.” onregelmatigheden in verband met de boekhouding en kas, ongeoorloofde inbreng van onkosten, overmatige kosten ten laste van Ibogem, “2.” dossier leasing Mercedessen, “3.” GSM-dossier, “5.” dossier SGS, “6.” gebruik tankkaarten, en “7.” functioneren van de heer Maes; dat dit de eerste bestreden beslissing is; Overwegende dat de beslissing op 7 februari 2002 door de regeringscommissaris wordt geschorst omdat hij “niet akkoord [kan] gaan met de strafmaat en met de motivering op grond van bijzonder ernstige tuchtfeiten”; dat hij daartoe in aanmerking neemt, eensdeels, “dat een aantal aangevoerde tuchtfeiten ofwel niet relevant zijn, ofwel handelingen betreffen die, zo al niet expliciet goedgekeurd, minstens gedoogd werden door het bestuur” en, anderdeels, dat verzoeker, “die in het verleden nooit werd terechtgewezen”, blijkbaar een goede staat van dienst heeft; dat het directiecomité het geschorste besluit op 6 maart 2002 rechtvaardigt en handhaaft; dat het de tweede bestreden beslissing betreft; XII-3644-2/4 Overwegende dat verwerende partij in de memorie van antwoord de onontvankelijkheid van het beroep opwerpt, onder meer omdat de bestreden beslissingen geen voor vernietiging vatbare bestuurshandelingen zijn; dat wordt toegelicht dat tegen de eerste bestreden beslissing nog een georganiseerd administratief beroep bij de raad van bestuur openstaat en dat uit de tweede aangevochten beslissing voor verzoeker geen rechtstreekse rechtsgevolgen voortvloeien, aangezien zij de “motivering van het directiecomité [betreft] ten aanzien van de toezichthoudende overheid waarom de door haar geschorste beslissing niet moet worden vernietigd en de schorsing dient te worden opgeheven”; Overwegende dat verzoeker daar in de memorie van wederantwoord tegen inbrengt dat de tweede bestreden beslissing, die de eerste bevestigt, een “definitieve en afgewerkte beslissing” is, dat alleszins tegen die tweede beslissing een vordering tot nietigverklaring kan worden ingesteld, dat de bestreden beslissingen een tuchtmaatregel betreffen, en dat een tuchtmaatregel steeds aanvechtbaar is; Overwegende dat de eerste bestreden beslissing blijkens artikel 180, § 2, van het toepasselijke administratief statuut van het statutair personeel slechts “in eerste aanleg” is genomen; dat er het beroep bij de raad van bestuur, bedoeld in artikel 180, § 3, en geregeld door artikel 196 en volgende van genoemd statuut, tegen openstaat; dat de beslissing, aangezien zij niet in laatste aanleg is genomen, niet voor vernietiging vatbaar is; dat daar niets aan afdoet het feit dat zij een beslissing inzake tuchtaangelegenheden is; Overwegende dat de tweede bestreden beslissing er wezenlijk toe beperkt is ten opzichte van de toeziende overheid de redenen te doen gelden die pleiten voor de instandhouding van de eerste bestreden beslissing; dat zij als zodanig geen eigen rechtsgevolgen teweegbrengt; dat ook de tweede bestreden beslissing niet voor vernietiging in aanmerking komt; Overwegende dat de besproken exceptie gegrond is; dat het beroep niet ontvankelijk is, XII-3644-3/4 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien juli 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3644-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.652 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.114.116 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.