id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.683 Rolnummer: A. 164266/XIV-23063 Zaak: Arrest 147683 - - 15/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-19 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 22:17 Fiche Arrest nr 147.683 van 15 juli 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.683 van 15 juli 2005 in de zaak A. 164.266/XIV-23.
- In zake : XXX die woonplaats kiest bij: Advocaat H. BUKASA, kantoor houdende te 1080 Brussel, rue le Lorrain 4/6 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Kongolese nationaliteit, om 14 juli 2005 per fax heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 9 juli 2005 houdende terugdrijving; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 15 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 juli 2005 om 15.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. BUKASA, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat C. DECORDIER, die verschijnt voor de minister van Binnenlandse Zaken; Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; XIV-23.063-1/3
- Overwegende dat de verzoekende partij op 9 juli 2005 aankomt op de luchthaven van Zaventem; dat zij op dezelfde dag met het bestreden besluit in kennis wordt gesteld dat zij wordt teruggedreven omdat zij niet in het bezit is van een geldig doch slechts van een vals, nagemaakt of vervalst reisdocument, hetgeen verder als volgt wordt gemotiveerd: “Betrokkene maakt gebruik van een paspoort van R.D. Congo met daarin onregelmatige immigratiestempels van Frankrijk. Lastens betrokkene wordt dossier BR.24.LH.111292/05 opgesteld wegens ‘Gebruik van valse geschrifte door een particulier, Inbreuken op de wetgeving inzake de toegang tot het grondgebied van vreemdelingen’”; 2.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.2.
- Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij stelt dat geen bewijs van bedrieglijk opzet is geleverd, dat zij ten onrechte van het gebruik van valse stukken wordt verdacht en dat zij sedert juli 2004 twee keer met hetzelfde paspoort en dezelfde visa zonder problemen in België is geweest; 2.2.
- Overwegende dat uit het verzoekschrift blijkt dat de verzoekende partij de motivering van de bestreden beslissing inhoudelijk aanvecht en aldus de schending van de materiële motiveringsplicht opwerpt; dat zij met het louter ontkennen van een bedrieglijk opzet en met de stelling dat zij met dezelfde documenten twee keer zonder problemen België heeft bezocht de vaststellingen in de bestreden beslissing prima facie niet weerlegt en derhalve prima facie niet aannemelijk maakt dat de bestreden beslissing op grond van onjuiste feitelijke gegevens of op kennelijk onredelijke wijze is genomen; dat hetgeen als een enig middel kan worden beschouwd, niet ernstig is; dat uit het relaas in het verzoek- schrift geen ander middel kan worden afgeleid; 2.
- Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede van de door artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden; dat deze vaststelling volstaat om het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijk- heid af te wijzen, XIV-23.063-2/3 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien juli tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. C. ADAMS. XIV-23.063-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.683 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.