id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.788 Rolnummer: A. 164412/X-12385 Zaak: Arrest 147788 - - 26/07/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-07-29 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 22:27 Fiche Arrest nr 147.788 van 26 juli 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 147.788 van 26 juli 2005 in de zaak A. 164.412/X-12.
- In zake :
- Marnix VERDUYN,
- Machteld VERPLAETSE, die woonplaats kiezen bij Advocaat E. VAN DER MUSSELE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Justitiestraat 18 a tegen : de stad ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij Advocaat R. POCKELE-DILLES, kantoor houdende te ANTWERPEN, Stoopstraat 1, 5e verdieping. tussenkomende partij : de n.v. ENGETRIM, die woonplaats kiest bij Advocaat Y. LOIX, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marnix VERDUYN en Machteld VERPLAETSE op 20 juli 2005 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van de stad Antwerpen van 24 juni 2005 waarbij aan de n.v. ENGETRIM een vergunning wordt verleend voor de regularisatie van een bouwaanvraag met betrekking tot een goed, gelegen Mechelse- steenweg 203 te Antwerpen, kadastraal gekend sectie F, nr. 1382 P9; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 20 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 juli 2005 om 14.30 uur; X-12.385-1/4 Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat E. VAN DER MUSSELE, die verschijnt voor verzoekers, van Advocaten A. GARMYN en F. EMMERECHTS, die loco Advocaat R. POCKELE-DILLES verschijnen voor de verwerende partij, en van Advocaten Y. LOIX en R. TIJS, die verschijnen voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de n.v. ENGETRIM, begunstigde van de bestreden beslissing, met een verzoekschrift van 25 juli 2005 vraagt om in het admini- stratief kort geding te mogen tussenkomen; dat haar verzoek kan worden ingewilligd;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : Op 3 september 2003 verleende het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen aan de n.v. ENGETRIM een stedenbouwkundige vergunning voor het verbouwen en uitbreiden van een kantoorgebouw op een perceel gelegen Mechelsesteenweg 203 te Antwerpen, kadastraal gekend Sectie F, nr. 1382 P
- In 2004 voerde de tussenkomende partij de vergunning niet volledig volgens de goedgekeurde plannen uit, reden waarom zij op 14 februari 2005 een aanvraag deed voor een vergunning "regulariseren van een bouwaanvraag" die door de bestreden beslissing wordt verleend. De bestreden beslissing houdt onder meer de regularisatie in van een ondergrondse parkeergarage, waarvan de betonnen zijmuur doorheen de gemeen- schappelijke scheidsmuur met de tuin van verzoekers loopt. Het bij de aanvraag gevoegde plan nr. 4 toont een bovenaanzicht van deze muren : in de zuidwestelijke hoek van de tuin van verzoekers wordt de zuidelijke scheidsmuur over een breedte van ongeveer een halve meter en de westelijke scheidsmuur over een afstand van ongeveer een meter doorsneden. Technisch impliceert het plan dus dat de scheids- muur gedeeltelijk wordt afgebroken. Eind vorig jaar heeft de tussenkomende partij de zuidelijke scheidsmuur over een breedte van ongeveer een halve meter en de westelijke X-12.385-2/4 scheidsmuur volledig (ongeveer zes meter) gesloopt zonder over een voorafgaan- delijke stedenbouwkundige vergunning te beschikken. De heropbouw van die scheidsmuur maakt evenwel geen voorwerp uit van de in het geding zijnde vergunningsaanvraag. Ook blijkt uit de gegevens die aan de Raad van State zijn voorgelegd dat de zijmuren en de "bedaking" van de ondergrondse parkeergarage reeds zijn uitgevoerd. Op het eerste gezicht zijn de bij de bestreden beslissing horende bouwplannen in overeenstemming met wat werd gerealiseerd.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat gelet op het zeer uitzonderlijk en zeer ongewoon karakter van de uiterst dringende procedure tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een administratieve rechtshandeling waarin de wet voorziet, en op de ernstige stoornis die zij in het normaal verloop van de rechtspleging voor de Raad van State teweegbrengt, waarbij de rechten van verdediging van de verwerende partijen en eventueel tussenkomende partijen tot een strikt minimum zijn herleid, de uiterst dringende noodzakelijkheid op het eerste gezicht onbetwistbaar moet zijn; dat in hun verzoekschrift de verzoekende partijen de uiterst dringende noodzakelijkheid verantwoorden door te stellen dat zonder schorsing na het bouwverlof onmiddellijk verder zal gebouwd worden aan de betonnen constructie, waarmee zij klaarblijkelijk de ondergrondse parkeergarage bedoelen; dat evenwel, zoals de verwerende en de tussenkomende partijen argumenteren, uit de neergelegde stukken prima facie blijkt dat de oprichting van de ondergrondse parkeergarage reeds is gerealiseerd; dat de verzoekende partijen nergens aanduiden welke verdere werken er nog aan de ondergrondse parkeergarage moeten gebeuren, die de uiterst dringende nood- zakelijkheid van de onderhavige vordering zouden verantwoorden; dat het niet naar behoren verantwoord zijn van de uiterst dringende noodzakelijkheid meebrengt dat de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet worden verworpen, BESLUIT: X-12.385-3/4 Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. ENGETRIM in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verzoekers, elk voor de helft. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig juli 2000 en vijf, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. M.-R. BRACKE. X-12.385-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.788 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.633 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.