id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 augustus 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.028 Rolnummer: A. 81058/X-8521 Zaak: Arrest 148028 - - 04/08/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-11 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 22:32 Fiche Arrest nr 148.028 van 4 augustus 2005 - Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 148.028 van 4 augustus 2005 in de zaak A. 81.058 X-
- In zake : Armand PHALET, die woonplaats kiest bij Advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Vaartstraat 64 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat M. VAN BEVER, kantoor houdende te 1850 GRIMBERGEN, Pastoor Woutersstraat 32/
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de Armand PHALET op 10 november 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van "een deel" van het besluit van 23 juni 1998 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Leuven op het grondgebied van de gemeenten Bertem, Bierbeek, Boortmeerbeek, Haacht, Herent, Holsbeek, Huldenberg, Keerbergen, Kortenberg, Leuven, Lubbeek, Oud-Heverlee, Rotselaar en Tervuren, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 11 september 1998, "meer bepaald dat deel van het kaartblad 32/2 dat betrekking heeft op de bestemmingswijziging van het landschappelijk waardevol agrarisch gebied naar zone voor openbare nutsvoorzieningen aan het Heilig Hart Instituut te Heverlee"; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 27 juni 2003 die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan partijen; X-8521-1/7 Gelet op de beschikking van 28 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 december 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. BERGÉ, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat M. VAN BEVER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker eigenaar is van een perceel gelegen Leuven, (Heverlee) Hertogstraat 243, kadastraal bekend Sectie F, nr.45/L/5; dat dit perceel paalt aan een gebied dat volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 vastgestelde gewestplan Leuven was gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied; dat de Vlaamse regering bij besluit van 27 mei 1997 houdende voorlopige vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Leuven op het grondgebied van de gemeenten Bertem, Bierbeek, Boortmeerbeek, Haacht, Herent, Holsbeek, Huldenberg, Keerbergen, Kortenberg, Leuven, Lubbeek, Oud-Heverlee, Rotselaar en Tervuren, voornoemd gebied heeft opgenomen in een zone "voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen"; dat de Vlaamse regering hij het bestreden besluit van 23 juni 1998 het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Leuven op het grondgebied van de gemeenten Bertem, Bierbeek, Boortmeerbeek, Haacht, Herent, Holsbeek, Huldenberg, Keerbergen, Kortenberg, Leuven, Lubbeek, Oud-Heverlee, Rotselaar en Tervuren, definitief heeft vastgesteld; dat voornoemd gebied wordt bestemd tot "gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen" (kaartblad 32/2); Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat het verzoekschrift onontvankelijk is doordat het ondertekend blijkt te zijn "voor Jan BERGÉ" zonder vermelding evenwel van de identiteit van de ondertekenaar; X-8521-2/7 Overwegende dat verzoeker in de memorie van wederantwoord repliceert wat volgt : "De verwerende partij werpt enkel op dat het verzoekschrift houdende beroep tot nietigverklaring onontvankelijk zou zijn omdat het werd ondertekend voor Mr. BERGÉ, zonder de identiteit van de ondertekenaar te vermelden. In casu werd het verzoekschrift ondertekend door Mr. Frans WOUTERS, en werd op het verzoekschrift zelf uitdrukkelijk vermeld dat degene die ondertekende voor Mr. BERGÉ (Mr. Frans WOUTERS) zelf eveneens tableau-advocaat is. Er bestaat m.a.w. geen twijfel over dat het verzoekschrift voldoet aan de voorgeschreven formaliteiten, gelet op het feit dat het verzoekschrift werd ondertekend door een advocaat die is ingeschreven op de tabel van de Orde der Advocaten (en dus geen advocaat-stagiair is). In ondergeschikte orde kan nog opgemerkt worden dat de belangen van de verwerende partij in ieder geval op geen enkele wijze worden geschonden. LANCKSWEERDT merkt zeer terecht op dat dergelijke formele voorschriften met gezond verstand moeten worden toegepast : de miskenning ervan hoeft niet altijd tot de onontvankelijkheid van de vordering te leiden. Men dient zich volgens deze auteur steeds af te vragen of de miskenning van een formele vereiste het normaal verloop van de procedure of de rechten van verweer van de andere partijen heeft geschaad (...). In casu is het zeer duidelijk dat noch het normaal verloop van de procedure noch de rechten van verweer van de verwerende partij werden geschaad. De door de verwerende partij opgeworpen exceptie van onontvankelijkheid dient te worden afgewezen. Het beroep tot nietigverklaring is ontvankelijk."; Overwegende dat luidens artikel 1 van het procedurereglement het verzoekschrift wordt ondertekend door de partij of door een advocaat ingeschreven op het tableau van de Orde der Advocaten; dat evenwel niet is vereist dat de naleving van die substantiële pleegvorm aan de hand van het verzoekschrift zelf kan worden vastgesteld; dat het noodzakelijk doch voldoende is dat de naleving van het aangehaalde voorschrift in de loop van het geding komt vast te staan; dat, zo het beroepschrift omtrent de precieze identiteit of hoedanigheid van de ondertekenaar enige twijfel laat bestaan, hieraan kan worden verholpen door tijdens de verdere procedure desgevraagd de gewenste toelichting te verschaffen, eventueel door aan te tonen dat de beroepsakte wel degelijk door een advocaat werd ondertekend; dat de verwerende partij voormelde in de memorie van wederantwoord verschafte toelichting hieromtrent niet betwist; dat de opgeworpen exceptie niet kan worden aangenomen; Overwegende dat, desnoods ambtshalve, dient te worden onderzocht of het bestreden besluit werd vastgesteld wordt naleving van de artikelen 3, § 1 en 84, eerste lid, 2/, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-8521-3/7 Overwegende dat de Raad van State zijn adviesverlenende taak ontleent aan artikel 160 van de Grondwet; dat in zoverre de raadpleging van de Raad van State betrekking heeft op het onderzoek van wetgevende en verordenende teksten, die raadpleging voortvloeit uit het streven van de grondwetgever om de eerbiediging van de rechtsstaat en de kwaliteit van die teksten uit wetgevingstechnisch en formeel oogpunt te waarborgen, en bijgevolg ook de rechtszekerheid; dat de raadpleging van de afdeling wetgeving, zoals ze is geregeld bij de gecoördineerde wetten op de Raad van State, ter uitvoering van de Grondwet, als dusdanig een pleegvorm is die van openbare orde en derhalve substantieel is; dat de nadere regels waarin is voorzien met het oog op de regelmatige afhandeling van die raadpleging, eveneens van die aard zijn en niet uitsluitend bedoeld zijn om een goede organisatie van de werkzaamheden van de Raad van State te garanderen; dat daaruit voortvloeit dat wanneer de wet de bevoegde overheid toestaat om onder bepaalde voorwaarden na te laten de afdeling wetgeving te raadplegen of om haar volgens een versnelde rechtspleging om advies te verzoeken, die voorwaarden op restrictieve wijze dienen te worden geïnterpreteerd; dat elke onregelmatigheid in dat verband zo nodig ambtshalve dient te worden opgeworpen; Overwegende dat, artikel 3, § 1,eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State onder meer bepaalt : "Buiten het met bijzondere redenen omklede geval van hoogdringendheid en de ontwerpen betreffende begrotingen, rekeningen, leningen, domeinverrichtingen en het legercontingent uitgezonderd, onderwerpen de Ministers (...), ieder wat hem betreft, aan het met redenen omkleed advies van de afdeling wetgeving de tekst van alle voorontwerpen van wet, decreet, ordonnantie of van ontwerpen van reglementaire besluiten. (...)"; Overwegende dat artikel 84, eerste lid, van die wetten, vervangen bij de wet van 4 augustus 1996, bepaalt dat het onderzoek van de zaken plaatsvindt in volgorde van inschrijving op de rol, uitgezonderd, onder meer, "wanneer, in spoedeisende gevallen die in de aanvraag met bijzondere redenen worden omkleed, de overheid die de afdeling wetgeving adieert, vraagt dat het advies of het voorontwerp wordt meegedeeld binnen een termijn van ten hoogste drie dagen of binnen een termijn van ten hoogste acht dagen in het geval bedoeld in artikel 2, § 4"; dat in dit geval de motivering die in de aanvraag wordt opgegeven, moet worden overgenomen in de aanhef van de verordening; X-8521-4/7 Overwegende dat het in de eerste plaats aan de afdeling wetgeving van de Raad van State toekomt te oordelen over de rechtmatigheid en de gegrondheid van de "bijzondere redenen" die in de bij haar ingediende adviesaanvraag worden uiteengezet ter verantwoording van het spoedeisend karakter ervan; dat aangenomen mag worden dat als zij daaromtrent geen opmerkingen maakt, de afdeling wetgeving van oordeel is dat de gegeven verantwoording niet iedere overtuigingskracht ontbeert; dat de overheid die het advies heeft aangevraagd, met toepassing van meervermeld artikel 84, eerste lid, er in principe mag op vertrouwen dat zij aan de overgelegde tekst voortgang mag verlenen zonder op het rechtmatigheidsbezwaar van gebrek aan spoedeisendheid te stuiten; dat dit principe niet absoluut is; dat de overheid er zich met name niet op kan beroepen wanneer blijkt dat zij de afdeling wetgeving onvolledig heeft voorgelicht omtrent de "bijzondere redenen" die haar tot haar verzoek om spoedbehandeling hebben gebracht; dat in dat geval de overheid immers niet staande kan houden dat haar vertrouwen werd beschaamd; Overwegende dat de Raad van State, afdeling wetgeving, op 10 juni 1998 door de Vlaamse minister van Openbare werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening werd verzocht hem, binnen een termijn van ten hoogste drie dagen, van advies te dienen over een ontwerp van besluit van de Vlaamse regering "houdende definitieve vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Leuven op het grondgebied van de gemeenten Bertem, Bierbeek, Boortmeerbeek, Haacht, Herent, Holsbeek, Huldenberg, Keerbergen, Kortenberg, Leuven, Lubbeek, Oud-Heverlee, Rotselaar en Tervuren"; dat de Vlaamse regering, ter voldoening aan het vereiste in artikel 84, eerste lid, 2/, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State in de adviesaanvraag het spoedeisend karakter hiervan motiveert als volgt "de hoogdringendheid wordt ingegeven door de termijnen die moeten gerespecteerd worden ingevolge het decreet van 22.12.1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting van 1994 (art. 94 tot 105) waarbij de termijn tussen het begin van het openbaar onderzoek en de definitieve vaststelling door de Vlaamse regering wordt vastgesteld op 240 dagen"; dat in de motivering in de aanhef van het aan de Raad van State voorgelegde ontwerp van besluit enkel gewag wordt gemaakt van de omstandigheid dat "voor de definitieve vaststelling van gewestplannen een vervaltermijn geldt die voor de voorliggende gewestplanwijziging verstrijkt op 23 juni 1998"; dat de afdeling wetgeving op 11 juni 1998 advies heeft uitgebracht; dat het advies vermeldt :"Met toepassing van het bepaalde in artikel 84, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State heeft de afdeling wetgeving zich in hoofdzaak beperkt tot 'het onderzoek van de rechtsgrond, van de X-8521-5/7 bevoegdheid van de steller van de handeling, alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan."; Overwegende dat bij nader toezien de Vlaamse regering voor de verantwoording van het spoedeisend karakter van de adviesaanvraag zich bezwaarlijk kan beroepen op artikel 11, § 7, van het decreet op de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, ingevoegd bij voornoemd decreet van 22 december 1993; dat naar luid van dat artikel de Vlaamse regering op straffe van verval van het ontwerpgewestplan, het gewestplan moet vaststellen binnen een termijn van 180 dagen na het verstrijken van de termijn van 60 dagen gedurende welke het gewestplan ter inzage wordt gelegd van het publiek - of, anders berekend, binnen een termijn van 240 dagen te rekenen vanaf het begin van de termijn van 60 dagen van inzage door het publiek -, en zij deze termijn van 180 dagen - of, anders berekend, 240 dagen - met 60 dagen kan verlengen; dat de gegeven verantwoording voorts steunt op het verstrijken van de genoemde termijn op 23 juni 1998; dat derhalve de verantwoording van het spoedeisend karakter is gelegen in het verstrijken van de termijn van 180 (= 240) dagen; dat de verantwoording niet gewaagt van de mogelijkheid van verlenging van de vervaltermijn noch van de redenen die een verlenging in de weg stonden; Overwegende dat in een geval als het voorliggende, met name in het geval dat de regering expressis verbis verklaart aan een welbepaalde termijn te zijn gebonden en zij daarbij aangeeft dat die termijn zeer binnenkort verstrijkt, niet valt in te zien waarom de afdeling wetgeving hieraan diende te twijfelen; dat het advies dat reeds daags na de aanvraag werd uitgebracht ter zake zich trouwens ertoe beperkt akte te nemen van de redenen van de spoed; dat, aangezien aan de afdeling wetgeving geen inzage wordt gegeven van de dossiers van het openbaar onderzoek en van de raadplegingen en haar evenmin mededeling wordt gedaan van de feitelijke gegevens waarop de verstrekte verantwoording berust, zij, in de uiterst korte tijd die haar is toegemeten en die zij uiteraard en logischerwijze in de eerste plaats besteedt aan het onderzoek van de verordening die voorligt, niet hoeft na te gaan in het arsenaal van de vigerende teksten of de vervaltermijn waaraan de regering naar eigen zeggen gebonden is, niet zou kunnen worden verlengd; dat zoals door het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het Auditoraat in zijn verslag terecht wordt opgeworpen, ambtshalve dient te worden vastgesteld dat het bestreden besluit werd genomen met schending van de artikelen 3, § 1, en 84, eerste lid, 2/, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, X-8521-6/7 BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 23 juni 1998 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Leuven op het grondgebied van de gemeenten Bertem, Bierbeek, Boortmeerbeek, Haacht, Herent, Holsbeek, Huldenberg, Keerbergen, Kortenberg, Leuven, Lubbeek, Oud-Heverlee, Rotselaar en Tervuren in zoverre het gebied gelegen te Leuven (Heverlee), Hertogstraat, palende aan het perceel kadastraal bekend Sectie F, nr. 45 L 5, wordt bestemd tot gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier augustus 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-8521-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.028 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.