← België

Arrest 148031 - - 04/08/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 augustus 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.031 Rolnummer: A. 161339/X-12258 Zaak: Arrest 148031 - - 04/08/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-10 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 22:33 Fiche Arrest nr 148.031 van 4 augustus 2005 - Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 148.031 van 4 augustus 2005 in de zaak A. 161.339/X-12.258. In zake : 1. Johannes POPPELIERS, 2. Monique VAN ROY, 3. Adrianus VAN DE KERKHOF, 4. Petronella SMULDERS, 5. Thomas SCHILDERS, 6. Elisabeth WILLEMS, die woonplaats kiezen bij Advocaat D. VANDEN BOER, kantoor houdende te 3920 LOMMEL, Lepelstraat 125 tegen : 1. de stad LOMMEL, die woonplaats kiest bij Advocaat F. VEREECKEN, kantoor houdende te 3920 LOMMEL, Don Boscostraat 23, 2. het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat L. DEHAESE, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Luikersteenweg 187. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Johannes POPPELIERS, Monique VAN ROY, Adrianus VAN DE KERKHOF, Petronella SMULDERS, Thomas SCHILDERS en Elisabeth WILLEMS op 30 maart 2005 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van : 1. het besluit van 22 november 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel waarbij aan Raf CILLEN en Christel THEUWS de vergunning wordt verleend tot wijziging van de verkavelingsvergunning afgegeven op 27 februari 1990 aan NOOTS-LEPPENS en consorten (ref. 7105V89-0016) voor een terrein gelegen te Lommel, Slinkerstraat 34, kadastraal bekend afdeling 5, Sectie B, nr. 557 n; 2. het besluit van 22 november 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel waarbij aan Raf CILLEN en Christel THEUWS X-12.258-1/11 de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het "bouwen van een slagerij met woning" op hetzelfde perceel; Gezien de nota's van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur J. CLEMENT ; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 16 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 juni 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat L. WELLENS die, loco Advocaat D. VANDEN BOER verschijnt voor de verzoekende partijen, van Advocaat F. VEREECKEN, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat K. HULPIAU die, loco Advocaat L. DEHAESE verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lommel bij besluit van 27 februari 1990 aan NOOTS-LEPPENS en consorten de verkavelingsvergunning heeft verleend voor een terrein gelegen te Lommel, Slinkersstraat; dat Raf CILLEN en Christel THEUWS op 12 januari 2004 bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel een aanvraag hebben ingediend tot "wijziging van" en "afwijking van" de verkavelingsvoorschriften voor het lot nr. 10, gelegen Slinkerstraat 34, kadastraal bekend, Sectie B, nr. 557 n, als volgt : "a. WIJZIGING bestemming van wonen naar handel + wonen. b. AFWIJKINGEN 1. Dakhelling 45/ i.p.v. 40/ 2. Bouwdiepte plaatselijk 2 m dieper (geen zichten naar buren toe) X-12.258-2/11 3. Berging minder dan 6 m achter achtergevel + tegen perceelsgrens: akkoord buurman of openbaar onderzoek."; dat de verzoekende partijen eigenaar zijn van respectievelijk de loten 8, 9 en 12, palend aan voormeld lot nr. 10; dat de verzoekende partijen de aanvraag niet hebben medeondertekend; dat van 2 februari 2004 tot 3 maart 2004 een eerste openbaar onderzoek wordt georganiseerd; dat het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel op 5 april 2004 een gunstig advies heeft uitgebracht over de aanvraag; dat de procedure einde juli 2004 werd stilgelegd omdat niet alle actuele eigenaars die de aanvraag niet hadden medeondertekend bij ter post aangetekende brief een eensluidend afschrift van de aanvraag hadden ontvangen; dat de aanvragers daarop voor een aantal eigenaars "akkoordverklaringen" hebben voorgelegd, en voor een aantal andere eigenaars het bewijs van een ter post aangetekende zending; dat van 25 augustus 2004 tot 24 september 2004 een nieuw openbaar onderzoek over de aanvraag wordt gehouden; dat er twee bezwaarschriften worden ingediend, een door de eerste verzoekende partij en medeondertekend door de derde verzoekende partij, en een door de vijfde en zesde verzoekende partij; dat het college van burgemeester en schepenen op 4 oktober 2004 een gunstig advies heeft uitgebracht; dat de gemachtigde ambtenaar op 22 oktober 2004 een gunstig advies heeft uitgebracht; dat het college van burgemeester en schepenen bij het eerste bestreden besluit van 22 november 2004 de gevraagde vergunning tot wijziging van de verkavelingsvergunning heeft verleend als volgt : "-handel en wonen i.p.v. residentieel -bouwdiepte woning 18,80 meter -dakhelling hoofd- en bijgebouw tussen 0/ en 45/ -inplanting carport-berging op linker perceelsgrens en materiaal carport- berging groen geïmpregneerd hout"; dat Raf CILLEN en Christel THEUWS inmiddels op 22 oktober 2004 bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel een aanvraag hadden ingediend tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een slagerij met woning op voormeld perceel; dat het college van burgemeester en schepenen bij het tweede bestreden besluit van 22 november 2004 de gevraagde stedenbouwkundige vergunning heeft verleend; Overwegende dat er geen betwisting over bestaat dat de derde, de vierde, de vijfde en de zesde verzoekende partij eigenaar zijn van loten in de verkaveling, palend aan het lot nr. 10 waarvoor de bestreden vergunningen zijn verleend; dat derhalve in de huidige stand van de procedure niet dient te worden X-12.258-3/11 onderzocht in welke mate eerste en tweede verzoekende partij nog doen blijken van het rechtens vereiste belang nu blijkt dat zij hun eigendom zouden hebben verkocht; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, wat de eerste door voornoemd artikel 17, § 2 opgelegde voorwaarde betreft, de verzoekende partijen in een vierde middel de schending aanvoeren van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, "minstens schending van de materiële motiveringsplicht", en van artikel 11, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen, "Doordat op het College van Burgemeester en Schepenen van de STAD LOMMEL een formele motiveringsplicht rust in de zin van hoger vermelde wetsbepalingen, minstens een materiële motiveringsplicht rust, te weten het feit dat de vergunningverlenende overheid zich dient uit te spreken over de ingediende bezwaren en opmerkingen. Terwijl hoewel het College van Burgemeester en Schepenen van de STAD LOMMEL op p. 3 voorlaatste alinea aankondigt 'de bezwaarschriften punt per punt te zullen behandelen teneinde de bezwaarschriften inhoudelijk op gegrondheid te valideren' uit het verdere relaas blijkt dat zij zich geenszins uitspreekt over de ingediende bezwaren, hetgeen manifest in strijd is met de op haar rustende verplichtingen. b. Toelichting Uit de ingediende bezwaarschriften van o.m. verzoekers (...) blijkt dat zij in hoofdzaak bezwaren hebben geuit tegen de te verwachten parkeeroverlast, de geluidsoverlast evenals de geuroverlast die de slagerij van de echtgenoten CILLEN-THEUWS met zich zal brengen en die in verregaande mate afbreuk zal doen aan het kwalitatief en residentieel karakter van de buurt, met verregaande waardevermindering van hun percelen tot gevolg. (...) Nergens worden deze bezwaren door het College van Burgemeester en Schepenen van de STAD LOMMEL besproken, noch weergelegd. De voorwaarde die aan de indieners van de aanvraag wordt opgelegd, nl. het voorzien in een afschermende groenbeplanting langs de zijdelingse perceelsgrenzen aan te brengen in het plantseizoen volgend op de realisatie van de ruwbouw (...) komt bovendien op geen enkele wijze tegemoet aan de bezwaren van verzoekers en verhindert niet dat verzoekers het slachtoffer zullen worden van parkeeroverlast, geluids - en geuroverlast ! Het is dan ook voor geen betwisting vatbaar dat het College van Burgemeester en Schepenen van de STAD LOMMEL in tegenstelling tot de op haar rustende verplichting ter zake, zich niet heeft uitgesproken over de X-12.258-4/11 ingediende bezwaren en opmerkingen, en zelfs niet de minste rekening hiermee heeft opgehouden, noch ze in aanmerking heeft genomen op het ogenblik dat uitspraak werd gedaan over de aanvraag tot wijziging van de bestaande verkavelingsvergunning."; Overwegende dat de eerste verwerende partij, na de geschonden geachte bepalingen te hebben geciteerd, in haar nota met opmerkingen antwoordt wat volgt : "De verwerende partij verwijst naar haar besluit van 22 november 2004 waar zij toch wel op uitvoerige en gedetailleerde wijze haar beslissing verantwoordt en motiveert, en de bezwaren van de verzoekende partijen weerlegt. Met betrekking tot het gunstig advies ruimtelijk ordening geeft de verwerende partij in het algemeen gedeelte op uitdrukkelijke wijze aan waarom en op welke wijze in de woonkern Heide-Heuvel de wijziging van de verkaveling Slinkerstraat 34 als gegrond en aanvaardbaar voorkomt. De verwerende partij toont aan dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het kwalitatief en residentieel karakter van de buurt, noch dat er een verregaande waardevermindering ontstaat, maar dat integendeel de suburbaniteit van de woonkern Heide-Heuvel in de Slinkerstraat versterkt wordt en er bijgedragen wordt tot het behoud van de attractiviteit van de woonkern. De inplanting van een kleine reeds bestaande handelszaak zoals een slagerswinkel houdt maximale bereikbaarheid en toegankelijkheid in voor de minder mobiele bewoners van de buurt. Voor het gebiedsdeel waarin het perceel begrepen is bestaat er geen door de Koning/Minister goedgekeurd bijzonde(

  1. r)plan van aanleg. De voorgestelde functie en aanvraag is volledig in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan Neerpelt-Bree (K.B. 22/03/1978) betreffende de ligging van het perceel in een woongebied. Het kadert ook in het ontwerp van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de Stad Lommel woonkern het gehucht Heide-Heuvel waarbij de Heide en de Slinkerstraat fungeren als dragers voor een kwalitatief en residentieel woongebied, en die tevens een verbindingsstraat is tussen de woonkernen Heide- Heuvel en de woonkern Lutlommel, waarbij kleine handelshuizen op het niveau van de woonbuurt ruimtelijk aanvaard worden. Het advies van de gemachtigde ambtenaar was eveneens gunstig en motiveerde dat de aanvraag verenigbaar is met het wettelijk geschetste kader en bestaanbaar is met de goede ruimtelijke aanleg. De bestemming, de schaal en uitvoeringswijze zijn in overeenstemming met de vereisten van een goede ordening van het terrein en met de stedenbouwkundige kenmerken van de omgeving. Er was ook een gunstig advies van de technische dienst inzake riolering, groenvoorziening, nutsvoorzieningen en infrastructuur. De bezwaren van de ingediende bezwaarschriften werden ook onder ogen genomen en besproken. De gemachtigde ambtenaar AROHM concludeerde : Ten einde enigszins tegemoet te komen aan de bezorgdheid van de bezwaarindieners(,) inzonderheid deze van het rechts aanpalend perceel (POPPELIERS Slinkerstraat 30), dient langs de zijdelingse perceelsgrenzen een afschermende groenbeplanting voorzien, dewelke uiterlijk dient aangebracht in het plantseizoen volgend op de realisatie van de ruwbouw. Het betreft het tegengaan van geluidshinder en het beschermen van de privacy. X-12.258-5/11 Een inplanting van een carport-berging tegen de linkse perceelsgrens en materiaal groen geïmpregneerd hout in plaats van in principe op een nieuwe minimum afstand tot de perceelsgrens gelijk aan de hoogte en opgetrokken in dezelfde materialen als deze gebruikt voor het hoofdgebouw. De brandweer verleende gunstig advies onder de opschortende voorwaarde van het naleven van de Vlarem II voorschriften, wat inhoudt het toezicht omtrent geuroverlast. De verkeerstechnische dienst stelde geen problemen vast met het aantal verkeersplaatsen en de ontsluiting. Er dient wel een fysieke scheiding aangebracht tussen de parking en de openbare weg. De bezwaren van de verzoekende partijen die een bezwaarschrift hadden ingediend zijn inhoudelijk geen objectieve bezwaren maar veeleer subjectieve bezwaren en opmerkingen die wel degelijk door de verwerende partij werden besproken en waarover na advies van de diensten een gemotiveerde beslissing genomen werd. Er is geen enkele schending van de motiveringsplicht in hoofde van de verwerende partij te weerhouden."; Overwegende dat de tweede verwerende partij in haar nota met opmerkingen, met verwijzing naar het hetgeen uiteengezet in het gunstig advies van het college van burgemeester en schepenen over de aanvraag tot wijziging van de verkavelingsvergunning, antwoordt dat de ingediende bezwaren "op afdoende gemotiveerde wijze" ongegrond werden verklaard; Overwegende dat artikel 11, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen bepaalt dat de vergunningverlenende overheid zich uitspreekt over de ingediende bezwaren en opmerkingen; dat de redenen waarom de gemaakte bezwaren en opmerkingen door de vergunningverlenende overheid al dan niet worden bijgetreden moeten blijken, zoniet uit de beslissing zelf dan minstens uit de stukken van het dossier; dat deze redenen afdoende moeten zijn; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun bezwaarschriften hebben aangevoerd dat de gevraagde wijziging van de bestemming van "residentieel gebruik" in "handel en wonen" en dit "i.f.v. het bouwen van een slagerij en een woning" niet verenigbaar is met de goede plaatselijke aanleg, aangezien de gevraagde handelsbestemming zal leiden tot parkeeroverlast, geluidsoverlast, en geuroverlast die in verregaande mate afbreuk zal doen aan het kwalitatief en residentieel karakter van de buurt; X-12.258-6/11 Overwegende dat de vergunningverlenende overheid ter beantwoording van de bezwaren en opmerkingen vooreerst stelt dat de voorgestelde functie en aanvraag volledig in overeenstemming is met de bestemming woongebied die het gewestplan Neerpelt-Bree aan het betrokken gebied heeft gegeven; dat zij vervolgens verwijst naar het ontwerp van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de stad Lommel, waarin wordt gesteld dat "De Heide en de Slinkersstraat fungeren als dragers voor een kwalitatief en residentieel woongebied", dat zij voorts stelt dat de Slinkerstraat een verbindingsstraat is tussen twee woonkernen, dat "gelet op de suburbaniteit van deze woonkern, kleine handelszaken op het niveau van de woonbuurt ruimtelijk aanvaard (kunnen) worden", en dat ten slotte een dergelijke inplanting het winkelen met de fiets of te voet stimuleert; dat deze argumentatie op het eerste gezicht geen op concrete gegevens gesteunde elementen bevat ter weerlegging van het bezwaar van de verzoekende partijen, dat de aanvraag afbreuk doet aan het residentieel karakter van de buurt, dat daarenboven het door de vergunningverlenende overheid overigens zelf geciteerde ontwerp van gemeentelijk structuurplan integendeel zelf stelt dat de Slinkerstraat de drager dient te zijn voor "een kwalitatief en residentieel woongebied"; dat op het eerste gezicht niet kan worden ingezien hoe de inplanting van een handelszaak kan bijdragen tot het nagestreefde "kwalitatief" en "residentieel" woongebied; dat de gemachtigde ambtenaar zich voor het overige beperkt tot de overweging dat "de bestemming, de schaal en uitvoeringswijze (...) in overeenstemming (zijn) met de vereisten van de goede ordening van het terrein en met de stedenbouwkundige kenmerken van de omgeving"; dat deze overweging op het eerste gezicht niet meer is dan een loutere stijlformule; dat het middel ernstig is; Overwegende dat, wat de tweede door voornoemd artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde betreft, de verzoekende partijen aanvoeren dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen hen onder meer volgende concrete moeilijk te herstellen ernstige nadelen zullen berokkenen: "- ondervinden van parkeeroverlast door de auto's van klanten en de vrachtwagens van de leveranciers. Tijdens de openingsuren zullen auto's van bezoekende klanten voortdurend af en aan rijden. Er zijn nochtans slechts een zéér beperkt aantal parkeerplaatsen mogelijk, gelet op de perceelbreedte. Dit levert ongetwijfeld onvermijdbare en onoverkomelijke problemen en bovenmatige hinder op - te weten praktische overlast ingevolge wildparkeren op de opritten, eigendommen en aangelanden grenzend aan de eigendommen van verzoekers, en geluidsoverlast - voor verzoekers. - geluidsoverlast : X-12.258-7/11 Ingevolge de aan- en afrijdende auto's en vrachtwagens (zie hoger), en ingevolge de permanent werkende koelcellen/airconditioningsystemen die op of langs de buitenmuren van het complex zullen worden aangebracht, ontstaat er voor verzoekers een onaanvaardbare geluidsoverlast. - geuroverlast : Buiten en tijdens de kantooruren zullen vrachtwagens met o.m. kadavers van geslacht vee de winkel komen bevoorraden, hetgeen telkens opnieuw een tijdelijke overmatige en indringende geurhinder met zich zal brengen. Daarnaast zal een permanente geuroverlast onvermijdelijk zijn ingevolge de opslag van het vleesafval en de vleesrestanten. Tevens werden niet de minste voorschriften inzake bewaring van deze restanten opgelegd. Zowel de parkeeroverlast, geluids- als geuroverlast doen op onaanvaardbare en ingrijpende wijze afbreuk aan het oorspronkelijke residentiële karakter dat de verkaveling en de gebouwen kenmerkte, hetgeen destijds doorslaggevend was voor verzoekers om hun perceel aan te kopen(...)."; dat zonder schorsing van de tenuitvoerlegging de vergunninghouders de slagerij met woning zullen hebben opgericht vooraleer over het beroep tot nietigverklaring uitspraak zal zijn gedaan en dat eens de slagerij operationeel is zij op verstrekkende wijze afbreuk zal doen aan het kwalitatief en residentieel karakter van de omgeving; hetgeen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitmaakt; Overwegende dat de eerste verwerende partij in haar nota met opmerkingen antwoordt, wat de verkeers- en/of parkeeroverlast betreft, dat de Slinkersstraat een verbindingsstraat is die steeds een zekere verkeersdrukte heeft gekend, dat de aanvragers nu reeds 100 m verder een slagerswinkel uitbaten, dat de voorziene parkeer- en leveringsplaatsen voldoen aan de gemeentelijke reglementering, dat parkeerdrukte bij een kleinhandelszaak redelijk is en goed draagbaar, en dat een groenbeplanting is voorzien naar de aanpalende buur POPPELIERS-VAN ROY toe, dat, wat de geluidsoverlast betreft, deze geenszins aanzienlijk zal verhogen door de aanwezigheid van de slagerswinkel, dat de leveranciers maar éénmaal per week leveren en praktisch allemaal binnen de kantooruren, en dat goed geïsoleerde en goed functionerende koelcellen en airconditioneringssystemen die onderworpen zijn aan veiligheids- en milieuvoorschriften geen overmatige hinder met zich meebrengen, dat, wat betreft de geuroverlast, het restafval in een container wordt opgeborgen die regelmatig wordt leeggehaald, dat gezondheids- en arbeidsinspecties nauwgezet toezien op de hygiëne en het vermijden van geuroverlast, dat tot op heden nog geen enkele opmerking noch tussenkomst is geweest van de gemeente met betrekking tot de slagerswinkel die de aanvragers thans uitbaten, dat de omwonenden bevestigen dat zij nooit overlast hebben ondervonden en ook de toekomstige overburen geen enkele opmerking hebben gemaakt over de nieuwe inplanting; X-12.258-8/11 Overwegende dat de tweede verwerende partij in haar nota met opmerkingen antwoordt dat de verzoekende partijen in hun uiteenzetting geen concrete en precieze gegevens aanvoeren waaruit de ernst van het nadeel noch het moeilijk te herstellen karakter ervan blijkt; dat zij voorst stelt dat de tweede en derde verzoekende partij niet onmiddellijk aan de Slinkerstraat 34 grenzen, maar wonen op respectievelijk de nummers 30 en 38, en dat noch de beweerde geuroverlast, noch de beweerde parkeer- en geluidsoverlast aannemelijk worden gemaakt, aangezien enerzijds, het gaat om een slagerij en niet om een slachthuis, en, anderzijds, er voldoende parkeerplaatsen worden voorzien en er op het vergunde plan geen melding wordt gemaakt van koelcellen of airconditioneringssystemen op of langs de buitenmuren van het gebouw; Overwegende dat, in tegenstelling tot hetgeen de tweede verwerende partij opwerpt, door de verzoekende partijen in het verzoekschrift een concrete uiteenzetting wordt gegeven van de aangevoerde nadelen inzake parkeeroverlast, geluidshinder en geuroverlast; dat bij de beoordeling van het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel rekening dient te worden gehouden met de bestaande toestand en de nadelen in hun geheel genomen die door de verzoekende partijen worden aangevoerd; dat de eerste bestreden beslissing de wijziging inhoudt van de bestemming voorzien in de bestaande verkavelingsvergunning van louter residentieel naar handel en wonen en de tweede bestreden beslissing de stedenbouwkundige vergunning verleent voor de oprichting van een slagerswinkel in een verkaveling die voordien voor louter residentieel gebruik (eengezinswoningen) was bestemd; dat aannemelijk is dat de aangevoerde nadelen samengenomen voor de verzoekende partijen, die in de onmiddellijke nabijheid van het betrokken perceel wonen, een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitmaakt; dat overigens het bestaan van elk van de aangevoerde nadelen op zich door de eerste verwerende partij niet worden betwist, maar enkel elk afzonderlijk worden gekwalificeerd als "redelijk en goed draagbaar", "geenszins aanzienlijk" hoger, "geen overmatige hinder", en "het 'vermijden' van geuroverlast"; dat de argumenten dat de slagerij op het huidige adres nooit aanleiding heeft gegeven tot klachten van de buren en dat de overburen van de bij de bestreden beslissingen vergunde inplanting niet de minste opmerking noch bezwaar noch voorbehoud hebben gemaakt niet relevant zijn bij de beoordeling van het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel; dat de verzoekende partijen voldoende concrete en precieze gegevens bijbrengen die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden X-12.258-9/11 beslissingen een ernstig nadeel dat tevens moeilijk te herstellen is kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat verzoekende partijen terecht aanvoeren dat, aangezien de schorsing van de tenuitvoerlegging van het eerste bestreden besluit houdende wijziging van de verkavelingsvergunning dient te worden bevolen, ook de schorsing van de tenuitvoerlegging van het tweede bestreden besluit, zijnde de stedenbouwkundige vergunning voor het oprichten van een slagerij met woning op het betrokken perceel, dat in dit besluit zijn rechtsgrond vindt, dient te worden bevolen; Overwegende dat is voldaan aan de door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten te bevelen, BESLUIT: Artikel 1. Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van : 1. het besluit van 22 november 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel waarbij aan Raf CILLEN en Christel THEUWS de vergunning wordt verleend tot wijziging van de verkavelingsvergunning afgegeven op 27 februari 1990 aan NOOTS-LEPPENS en consorten (ref. 7105V89-0016) voor een terrein gelegen te Lommel, Slinkerstraat 34, kadastraal bekend afdeling 5, Sectie B, nr. 557 n; 2. het besluit van 22 november 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel waarbij aan Raf CILLEN en Christel THEUWS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het "bouwen van een slagerij met woning" op hetzelfde perceel. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. X-12.258-10/11 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier augustus 2005, door : de HH. J. BOVIN wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-12.258-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.031 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.545 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.