← België

Arrest 148032 - - 04/08/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 augustus 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.032 Rolnummer: A. 53255/X-9510 Zaak: Arrest 148032 - - 04/08/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-01-27 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 22:34 Fiche Arrest nr 148.032 van 4 augustus 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 148.032 van 4 augustus 2005 in de zaak A. 53.255/X-

  1. In zake : de n.v. CLEYDAEL, die woonplaats kiest bij Advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Grotehertstraat 12 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. CLEYDAEL op 11 augustus 1993 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 3 mei 1993 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende verwerping van haar beroep tegen de beslissing van 11 augustus 1992 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij haar de regularisatievergunning wordt geweigerd voor herinrichtingswerken aan het kasteel Cleydael te Aartselaar, Cleydaellaan, kadastraal bekend Sectie A, nr. 211; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt do o r E er st e Auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 17 mei 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; X-9510-1/4 Gelet op de beschikking van 24 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 december 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. HENDRIKX die, loco Advocaat M. DENYS verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat F. SEBREGHTS die, loco Advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het bestreden besluit van 3 mei 1993 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden de aanvraag van de verzoekende partij voor "de regularisatie van wederrechtelijk uitgevoerde herinrichtingswerken aan het kasteel Cleydael" weigert; dat dit besluit overweegt dat "het hier een bestaand kasteel betreft, daterend uit de Middeleeuwen, dat bij koninklijk besluit van 31 augustus 1977 als monument werd beschermd, waaronder ook het interieur, en dat dienovereenkomstig de bepalingen van de decreten van 3 maart 1976 en 6 december 1976 tot bescherming, de instandhouding, het onderhoud en het herstel van onder meer de monumenten ten volle op onderhavige aanvraag van toepassing zijn; dat krachtens artikel 2, 2/, van het beschermingsbesluit het verboden is, zonder voorafgaande machtiging, de ordonnantie en het uitzicht van de percelen en van de zich erop bevindende onroerende goederen te wijzigen en deze bepalingen dus evenzeer betrekking hebben op het interieur; (...) dat de reeds volledig uitgevoerde werken enerzijds de restauratie inhielden van het vervallen interieur, zoals het herstellen van de bepleistering, plafond-, muur- en vloerbekleding; dat evenwel ook bepaalde herinrichtingswerken zijn doorgevoerd teneinde het geheel om te vormen als gastverblijf voor de aldaar gevestigde golfclub; (...) dat deze werken, alhoewel kaderend binnen de bestaande bestemming, door aard, omvang en constructieve ingreep toch onderhevig zijn aan de volgens artikel 44 van de stede(n)bouwwet vereiste bouwvergunning"; X-9510-2/4 Overwegende dat de verzoekende partij hiertegen inbrengt dat bovenvermelde werken niet vergunningsplichtig zijn; dat de verzoekende partij in de laatste memorie erop wijst dat inmiddels het Hof van Beroep te Antwerpen bij arrest van 2 februari 2000 heeft gewezen dat "de werken waarvoor de vergunning middels het in onderhavige procedure bestreden besluit werd geweigerd helemaal niet vergunningsplichtig waren"; dat het voormeld arrest onder meer overweegt : "A.1/ : Overwegende dat door de stukken van het dossier en het onderzoek ter zitting niet wordt bewezen dat het plaatsen van een lastlift in de hoektoren, het uitbreken van de muur tussen twee vertrekken, het verhogen van de vloeren op de verdieping, het verplaatsen van binnenmuren, het ombouwen van een 'woonkamer' tot gescheiden toiletten en het verbouwen van de kelder tot keuken, zoals vermeld in de tenlastelegging, vergunningsplichtige bouwwerken uitmaakten; (...) B.4.i. : Overwegende dat niet bewezen wordt dat de werken, vermeld onder B.4.i., vergunningsplichtige bouwwerken waren"; Overwegende dat de bestreden beslissing betrekking heeft op bepaalde herinrichtingswerken, dewelke zijn uitgevoerd; dat de organen of bestuurders van de verzoekende partij bij een in kracht van gewijsde gegaan arrest zijn vrijgesproken van het misdrijf dat hen in dat verband werd ten laste gelegd; dat, gelet op de motieven van dit arrest, de verzoekende partij er geen belang bij heeft alsnog een regularisatievergunning te verkrijgen; dat zij derhalve evenmin belang heeft bij de vernietiging van de thans bestreden beslissing; dat een "moreel belang" dat er volgens de verzoekende partij in haar laatste memorie zou in bestaan om het bestreden besluit "waarbij haar de uitvoering van de bepaalde werken wordt geweigerd onder het onwettige voorwendsel dat deze vergunningsplichtig waren en niet konden worden vergund, uit het rechtsverkeer geweigerd te zien", geen belang is in de zin van artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat het voor de duidelijkheid in het rechtsverkeer evenwel past dat het bestreden weigeringsbesluit, dat om de reden hiervoor uiteengezet doelloos is geworden, wordt vernietigd; dat het in de gegeven omstandigheden behoort dat de kosten ten laste van de verwerende partij worden gelegd, X-9510-3/4 BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier augustus 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-9510-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.032 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.707 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.