id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 augustus 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.070 Rolnummer: A. 155129/X-12025 Zaak: Arrest 148070 - - 09/08/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-09-23 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 22:38 Fiche Arrest nr 148.070 van 9 augustus 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 148.070 van 9 augustus 2005 in de zaak A. 155.129/X-12.
- In zake : Danielle DORTANT, die woonplaats kiest bij Advocaat Ch. VERHAEGEN, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Paul Emile Jansonstraat 3, bus 12 tegen :
- de gemeente KNOKKE-HEIST, die woonplaats kiest bij Advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14,
- het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Danielle DORTANT op 27 augustus 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 18 juni 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Knokke-Heist waarbij aan de n.v. OLSTE de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een appartementsgebouw na afbraak van het bestaande pand gelegen te Knokke-Heist, Zeedijk-Duinbergen 325-326, op een perceel kadastraal bekend Sectie F, nrs. 38 en 39 en, voor zover nodig, van de beslissing van 23 april 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Knokke-Heist waarbij het onderzoek inzake deze aanvraag wordt gesloten en de bezwaren ontvankelijk doch ongegrond worden verklaard; Gelet op het arrest nr. 144.088 van 3 mei 2005 waarbij het verzoek tot tussenkomst van de n.v. OLSTE in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd, de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld en de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure ten laste van de tussenkomende partij worden gelegd; X-12.025-1/3 Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 24 mei 2005; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. X-12.025-2/3 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen augustus 2005, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-12.025-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.070 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.088 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.