id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 augustus 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.121 Rolnummer: A. 83490/X-8872 Zaak: Arrest 148121 - - 10/08/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-17 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 22:41 Fiche Arrest nr 148.121 van 10 augustus 2005 - Beslissing : Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 148.121 van 10 augustus 2005 in de zaak A. 83.490/X-
- In zake :
- Jan BOSSENS,
- Patricia DERYNCK, die woonplaats kiezen bij Advocaat J. HAMELS, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Koning Leopold I straat 18 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jan BOSSENS en Patricia DERYNCK op 13 april 1999 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 juni 1998 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Leuven op het grondgebied van de gemeenten Bertem, Bierbeek, Boortmeerbeek, Haacht, Herent, Holsbeek, Huldenberg, Keerbergen, Kortenberg, Leuven, Lubbeek, Oud-Heverlee, Rotselaar en Tervuren, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 11 september 1998; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het ver slag o pgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 27 juni 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de procedure van de verzoekende partijen; X-8872-1/6 Gelet op de beschikking van 28 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 december 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. LEMMENS die, loco Advocaat J. HAMELS verschijnt voor de verzoekende partijen, van Advocaat F. SEBREGHTS die, loco Advocaat P. AERTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partijen wat betreft de tijdigheid van hun beroep in het verzoekschrift tot nietigverklaring uiteenzetten wat volgt : "Verzoekers kregen, ingevolge het uitbrengen van de gedinginleidende dagvaarding door de VZW NATUURRESERVATEN OOST-BRABANT d.d. 08.03.1999 voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven, zetelend zoals in kort geding, kennis van het Besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 1998 houdende de definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan op het grondgebied van de gemeenten Bertem, Bierbeek, Boortmeerbeek, Haacht, Herent, Holsbeek, Huldenberg, Keerbergen, Kortenberg, Leuven, Lubbeek, Oud-Heverlee, Rotselaar en Tervuren. Huidig verzoek tot nietigverklaring wordt ingediend binnen de 60 dagen na kennisname van het bestreden besluit en wordt zodoende ingediend binnen de wettelijke termijn en is dus ontvankelijk."; Overwegende dat de verwerende partij een exceptie van ontvankelijkheid ratione temporis opwerpt; dat zij deze exceptie als volgt toelicht : "Bij besluit van 27 mei 1997 van de Vlaamse Regering werd de gedeeltelijke wijziging van het Gewestplan Leuven voorlopig vastgesteld. Bij besluit van 23 juni 1998 werd de gedeeltelijke wijziging van het Gewestplan Leuven definitief vastgesteld. Dit besluit werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 11 september
- Deze bekendmaking geschiedde overeenkomstig met en in toepassing van artikel 13bis van de Wet van 29 maart 1962, thans artikel 11, § 9 van het Coördinatiedecreet, zoals toegevoegd bij Decreet van 22 december 1993 houdende de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994, waarin wordt voorzien dat de definitieve vaststelling van het plan door de Vlaamse Regering in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt waarin tevens het advies van de Regionale Commissie van Advies wordt opgenomen. X-8872-2/6 Een vordering tot nietigverklaring dient overeenkomstig de Gecoördineerde Wetten op de Raad van State, te worden ingesteld binnen een termijn van zestig dagen. Deze termijn begint voor de besluiten, die in het Belgisch Staatsblad dienen bekendgemaakt te worden, te lopen vanaf de datum van bekendmaking. 'Om te weten wanneer de beroepstermijn aanvangt, dient nagegaan te worden of de administratieve rechtshandeling bekendgemaakt moet worden en in welke vorm. Indien dergelijke verplichting bestaat, doet de bekendmaking in die vorm de beroepstermijn in principe ingaan ten aanzien van personen aan wie de bekendgemaakte overheidsakte niet betekend moet worden. In dat geval moet niet worden onderzocht of de verzoeker reeds vóór de bekendmaking ervan al dan niet feitelijk kennis kreeg.' (...). De bekendmaking in het Belgisch Staatsblad is uitdrukkelijk voorzien in artikel 13bis van de Stedenbouwwet, thans artikel 11, § 9 van het Coördinatiedecreet. De bekendmaking van het bestreden besluit geschiedde in het Belgisch Staatsblad van 11 september
- Het verzoekschrift tot nietigverklaring, zoals neergelegd door verzoekende partijen, vermeldt geen datum, doch werd afgestempeld ter griffie van de Raad van State op 14 april
- De termijn van zestig dagen, ingaand vanaf de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad (11 september 1998), minstens vanaf de inwerkingtreding van het Gewestplan vijftien dagen na de bekendmaking, was derhalve op het ogenblik van de neerlegging van het verzoekschrift tot nietigverklaring reeds lang verstreken. Verzoekende partijen houden in het verzoekschrift tot nietigverklaring voor dat zij slechts kennis hadden van dit besluit ingevolge de vermelding in de haar ten verzoeke van de V.Z.W. Natuurreservaten betekende dagvaarding van 8 maart
- Gelet op de decretale verplichting om een besluit tot vaststelling van een Gewestplan bekend te maken in het Belgisch Staatsblad, is de datum van feitelijke kennisname door verzoekende partijen irrelevant. De termijn vangt hoe dan ook aan vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Het verzoekschrift tot nietigverklaring werd dan ook laattijdig neergelegd. De vordering tot nietigverklaring is derhalve niet ontvankelijk."; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun memorie van wederantwoord letterlijk repliceren wat volgt : "Verwerende partij houdt in haar memorie van antwoord voor dat het verzoekschrift tot nietigverklaring inzake laattijdig zou zijn neergelegd en derhalve onontvankelijk zou zijn. Verwerende partij verwijst naar artikel 13bis van de Stedenbouwwet, huidig artikel 11, §9 van het Coördinatiedecreet en stelt dat, daar het bestreden besluit werd bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad d.d. 11.09.1998, de termijn van 60 dagen, ingaand vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, minstens vanaf de inwerkingtreding van het Gewestplan vijftien dagen na de bekendmaking, op het ogenblik van de neerlegging van het verzoekschrift tot nietigverklaring reeds lang verstreken zou zijn geweest. Verwerende partij houdt tevens voor dat de datum van feitelijke kennisname door verzoekende partij irrelevant zou zijn. Verwerende partij gaat in haar argumentering totaal voorbij aan het feit dat verzoeker bij aangetekend schrijven d.d. 17.12.1997 een bezwaarschrift indienden (...). Door het indienen van betreffend bezwaarschrift liet verzoeker duidelijk weten dat het huidig bestreden besluit op het ogenblik van het indienen van zijn bezwaarschrift op individuele wijze een element van de juridische positie van X-8872-3/6 verzoeker zou kunnen wijzigen, hetgeen door de feiten achteraf bewezen werd gezien het bestreden besluit geen antwoord formuleert op het bezwaarschrift van verzoeker. Door het indienen van betreffend bezwaarschrift dient te worden gesteld dat, in ieder geval voor dit aspect van het bestreden besluit, bestreden besluit voor verzoeker een beslissing is waarbij op individuele wijze een element van zijn juridische positie wordt bepaald of gewijzigd. Zulk een beslissing, ook al legt geen uitdrukkelijk voorschrift de individuele aanzegging op, is slechts tegenwerpelijk aan verzoeker wanneer deze aan hem zou zijn betekend, hetgeen niet werd gedaan (...). Slechts vanaf de regelmatige betekening ervan kan de beroepstermijn tegen zulk een beslissing lopen; (...) Hierbij is het niet van het minste belang of de betrokkene reeds een voldoende feitelijke kennis van de bestreden beslissing had; (...) Verwerende partij kan tevens niet voorhouden van de verplichting tot betekening te zijn ontslagen daar verzoekers uitdrukkelijk een bezwaarschrift tegen het ontwerpgewestplan lieten geworden hetgeen impliceert dat verzoekers hoegenaamd niet met de beslissing instemden. Ook de bekendmaking ervan kan de beroepstermijn voor de betrokken persoon niet doen ingaan; (...) In casu kan niet anders worden geconcludeerd dat, gezien het feit dat verzoeker een bezwaarschrift tegen het ontwerpgewestplan heeft laten geworden, dat het bestreden besluit voor verzoeker in dat ene facet een individiuele strekking heeft en hem had dienen te worden betekend! Verzoekers kregen, ingevolge het uitbrengen van de gedinginleidende dagvaarding door de VZW NATUURRESERVATEN OOST - BRABANT d.d. 08.03.1999 voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven, zetelend zoals in kort geding, kennis van het Besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 1998 houdende de definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan op het grondgebied van de gemeenten Bertem, Bierbeek, Boortmeerbeek, Haacht, Herent, Holsbeek, Huldenberg, Keerbergen, Kortenberg, Leuven, Lubbeek, Oud-Heverlee, Rotselaar en Tervuren. Verwerende partij beperkt zich, in haar memorie van antwoord tot de stelling dat het bestreden besluit gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad, maar bewijst niet dat verzoekers eerder feitelijke kennis kregen van het bestreden besluit dan bij het uitbrengen van de gedinginleidende dagvaarding d.d. 08.03.
- Het is zaak van de partij die beweert dat de verzoeker meer dan zestig dagen voor de indiening van zijn verzoekschrift kennis had van het bestreden besluit - in beginsel de overheid - daarvan het bewijs te leveren. (...) Het beroep is derhalve ontvankelijk wanneer verwerende partij niet bewijst noch wanneer uit het administratief dossier of uit het onderzoek van de zaak blijkt dat verzoekers meer dan zestig dagen voor het indienen van het beroep kennis hebben gekregen van het bestreden besluit (...) De vordering tot nietigverklaring is derhalve ontvankelijk."; Overwegende dat luidens artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, de beroepen bedoeld bij artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, verjaren zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend, X-8872-4/6 en, indien ze noch bekendgemaakt noch betekend dienen te worden, zestig dagen ingaande met de dag waarop de verzoeker er kennis heeft van gehad; Overwegende dat het bestreden besluit overeenkomstig artikel 11, § 9, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 11 september 1998; dat niet wordt aangevoerd dat de terinzagelegging in het betrokken gemeentehuis niet plaatsvond binnen de door voormelde bepaling opgelegde termijn van 15 dagen na de bekendmaking; dat het verzoekschrift dat op 13 april 1999 ter post aangetekend aan de Raad werd toegezonden, buiten de termijn van 60 dagen werd ingediend; Overwegende dat verzoekende partijen menen dat de beroepstermijn slechts aanvangt bij de betekening van het besluit, daar zij tijdens het openbaar onderzoek een bezwaar hebben ingediend, waardoor "in ieder geval voor dit aspect van het bestreden besluit, (dit) voor (hen) een beslissing is waarbij op individuele wijze een element van (hun) juridische positie wordt bepaald of gewijzigd" en dat derhalve "zulk een beslissing, ook al legt geen uitdrukkelijk voorschrift de individuele aanzegging op, (...) slechts tegenwerpelijk (is) aan verzoeker(s) wanneer deze aan (hen) zou zijn betekend, hetgeen niet werd gedaan"; Overwegende dat naar luid van artikel 2, § 1, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996, gewestplannen verordenende kracht hebben; dat geen enkele wettelijke bepaling de individuele aanzegging van een gewestplan oplegt; dat noch de omstandigheid dat de verzoekende partijen tijdens het openbaar onderzoek een bezwaarschrift hebben ingediend, noch het feit dat het bestreden besluit de rechtstoestand van hun eigendom vastlegt, tot gevolg heeft dat het gewestplan, dat zoals voormeld artikel 2, § 1, bepaalt, een reglementair besluit is, een besluit met individuele strekking wordt dat als zodanig aan hem dient te worden betekend; dat het op 13 april 1999 ingestelde beroep tot nietigverklaring laattijdig is; dat het om deze reden alleen reeds niet ontvankelijk is, X-8872-5/6 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het bestreden besluit. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien augustus 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-8872-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.121 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.