← België

Arrest 148183 - - 12/08/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 augustus 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.183 Rolnummer: A. 165035/VII-34435 Zaak: Arrest 148183 - - 12/08/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-17 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 22:46 Fiche Arrest nr 148.183 van 12 augustus 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 148.183 van 12 augustus 2005 in de zaak A. 165.035/VII-34.435 In zake : XXX, verblijvende te 1930 ZAVENTEM, centrum INAD tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Angolese nationaliteit, op 10 augustus 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing tot terugdrijving van de minister van Binnenlandse Zaken van 8 augustus 2005; Gelet op de beschikking van 12 augustus 2005 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 11 augustus 2005 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op vrijdag 12 augustus 2005 om 10.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. KILOLO MUSAMBA, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; VII-34.435-1/3 Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat de verzoekende partij als moeilijk te herstellen nadeel aanvoert dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat zij haar verlof niet kan opnemen, dat zij haar recht op verlof gedurende de komende drie jaar zal verliezen en dat haar toeristisch verblijf in België niet kan doorgaan; Overwegende dat het enkele feit dat het toeristisch bezoek van de verzoekende partij aan België niet zal kunnen plaatsvinden, niet met zich meebrengt dat zij haar verlof niet kan opnemen, doch enkel dat zij haar verlof niet kan laten doorgaan in België; dat overigens uit niets blijkt dat het werkelijk de bedoeling was van de verzoekende partij om België louter als toerist te bezoeken; dat het feit dat het toeristisch bezoek van de verzoekende partij aan België niet kan doorgaan bijgevolg bezwaarlijk kan worden beschouwd als het rechtens vereiste moeilijk te herstellen ernstig nadeel; dat de verzoekende partij wel beweert, doch niet bewijst dat zij gedurende de komende drie jaar geen recht meer zal hebben op verlof; dat de verzoekende partij betoogt dat zij ingevolge de terugdrijving in de toekomst geen visum meer zal krijgen voor België, zonder haar betoog evenwel te staven aan de hand van concrete elementen; Overwegende dat de verzoekende partij verder, onder verwijzing naar haar eer en reputatie, een moreel nadeel inroept; dat een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing in de regel genoegdoening kan verschaffen voor een moreel nadeel en dat de verzoekende partij met de algemene verwijzing naar haar eer en reputatie niet aannemelijk maakt dat het in casu anders zou zijn; dat de verwijzing naar de mogelijke gevolgen op het vlak van haar carrière een louter hypothetisch nadeel inhoudt; Overwegende dat niet is voldaan aan de derde van de door artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden; dat VII-34.435-2/3 deze vaststelling volstaat om het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Artikel 3. Bevolen wordt de onmiddellijke tenuitvoerlegging van dit arrest. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf augustus tweeduizend en vijf, door de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. HUYGHEBAERT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, W. HUYGHEBAERT. J. BOVIN. VII-34.435-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.183 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.