id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 augustus 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.186 Rolnummer: A. 160558/X-12224 Zaak: Arrest 148186 - - 12/08/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-22 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 22:46 Fiche Arrest nr 148.186 van 12 augustus 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 148.186 van 12 augustus 2005 in de zaak A. 160.558/X-12.
- In zake : Els LIPPENS, wonende te 1750 LENNIK, Kroonstraat 81 tegen :
- de gemeente LENNIK, die woonplaats kiest bij Advocaat M. VAN BEVER, kantoor houdende te 1850 GRIMBERGEN, Pastoor Woutersstraat 32, bus 7,
- het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat Ph. DECLERCQ, kantoor houdende te 3010 LEUVEN, Tiensesteenweg
- tussenkomende partij : de b.v.b.a. FITHUIS, die woonplaats kiest bij Advocaat B. BIESEMANS, kantoor houdende te 1080 BRUSSEL, Schoonslaapsterstraat 29, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Els LIPPENS op 4 maart 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 7 januari 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lennik waarbij aan "Peter COUVENT - FITHUIS" de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor "het verbouwen en uitbreiden van fitnesscomplex en regularisatie van bestemmingswijziging in het gebouwengeheel" op een terrein gelegen te Lennik (Sint-Kwintens-Lennik), Kroonstraat 78/2, kadastraal bekend Sectie E, nrs. 446 M en 446 L; Gezien het verzoekschrift dat Els LIPPENS op 3 mei 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van hetzelfde besluit; X-12.224-1/6 Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gezien het verslag over de vordering tot schorsing opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de beschikkingen van 1 juni 2005, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 juni 2005; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van verzoekster, van Advocaat L. WELLENS die, loco Advocaat M. VAN BEVER verschijnt voor de eerste verwerende partij, van Advocaat G. HAVET die, loco Advocaat Ph. DECLERCQ verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van Advocaat B. BIESEMANS, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de b.v.b.a. FITHUIS met een verzoekschrift van 23 maart 2005 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de b.v.b.a. FITHUIS met een verzoekschrift van 13 juni 2005 heeft gevraagd om in het beroep tot nietigverklaring te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat "Peter COUVENT - FITHUIS" op 13 augustus 2004 bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lennik een X-12.224-2/6 aanvraag heeft ingediend tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor "het verbouwen en uitbreiden van fitnesscomplex en regularisatie van bestemmingswijziging in het gebouwengeheel" op een terrein gelegen te Lennik (Sint-Kwintens-Lennik), Kroonstraat 78/2, kadastraal bekend Sectie E, nrs. 446 M en 446 L; dat voormeld terrein overeenkomstig de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse is gelegen in woongebied; dat het niet is gelegen binnen het beheersingsgebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, noch binnen de grenzen van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling; dat de woning van verzoekende partij is gelegen tegenover het betrokken terrein; dat tijdens het openbaar onderzoek dat over de aanvraag werd gehouden twee bezwaarschriften werden ingediend door de verzoekende partij; dat het college van burgemeester en schepenen in zitting van 22 oktober 2004 de ingediende bezwaren heeft onderzocht en verworpen en een gunstig pre-advies heeft uitgebracht; dat de gemachtigde ambtenaar op 10 december 2004 een gunstig advies heeft uitgebracht; dat het college van burgemeester en schepenen bij het bestreden besluit van 7 januari 2005 de gevraagde stedenbouwkundige vergunning heeft verleend; Overwegende dat artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, bepaalt dat de beroepen bedoeld bij artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, verjaren zestig dagen nadat de bestreden akte, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend en dat, indien ze noch bekendgemaakt noch betekend dienen te worden, de termijn ingaat met de dag waarop de verzoeker er kennis heeft van gehad; dat, aangezien stedenbouwkundige vergunningen noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend dienen te worden, de termijn waarbinnen dezen daartegen met een annulatieberoep kunnen opkomen ingaat met de dag waarop zij kennis hebben van de vergunning of er ten gemeentehuize kennis van hebben kunnen nemen, gebruik makend van de mogelijkheid die hen krachtens artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 oktober 1971 tot uitvoering van artikel 63 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, wordt geboden om er aldaar inzage van te nemen; dat het niet in de macht van een potentiële verzoeker mag liggen, wanneer hij in de mogelijkheid is kennis te nemen van een bestuurshandeling die hij eventueel met een annulatieberoep wenst te bestrijden, die kennisneming voor onbepaalde tijd uit te stellen en daardoor de aanvangsdatum van de termijn van beroep willekeurig te verschuiven, zodat de rechtsgeldigheid en het X-12.224-3/6 voortbestaan van de bedoelde bestuurshandeling buiten weten zowel van de overheid van wie ze uitgaat, als van alle andere belanghebbenden in het ongewisse wordt gelaten; Overwegende dat de tussenkomende partij opwerpt dat verzoekende partij zelf in het verzoekschrift bevestigt dat zij op 20 januari 2005 kennis kreeg van de bestreden beslissing, zodat het beroep tot nietigverklaring laattijdig is ingesteld; Overwegende dat de verzoekende partij in het verzoekschrift tot schorsing uiteenzet "kennis (te hebben genomen) dat een beslissing over de bouwaanvraag werd genomen door een aanplakking van een bericht op het terrein van de bouwheer COUVENT" en dat zij "dit bericht heeft (...) gelezen op 20 januari 2005"; dat zij het beroep tot nietigverklaring heeft ingesteld op 3 mei 2005, dit is 103 dagen na op 20 januari 2005 kennis te hebben genomen van het bestaan van het bestreden besluit en derhalve meer dan 60 dagen na het verstrijken van de redelijke termijn om, eens op de hoogte van het bestaan van het bestreden besluit, er ten gemeentehuize kennis van te nemen; Overwegende dat de verzoekende partij evenwel aanvoert dat zij zich onmiddellijk na de kennisname op 20 januari 2005 van de afgifte van de stedenbouwkundige vergunning naar het gemeentehuis heeft begeven, doch dat haar daar de inzage werd geweigerd om reden dat de stedenbouwkundige vergunning behoort tot de privé-sfeer van de aanvrager, dat zij zich daarop tot de dienst Ruimtelijke Ordening van het Vlaamse Gewest te Leuven heeft gewend, waar men haar meedeelde dat haar inzage moet worden gegeven en haar de kans moet worden geboden de vergunning af te schrijven zodat naar behoren eventuele vernietigingsgronden voor de Raad van State kunnen worden opgesteld, dat haar evenwel ten gemeentehuize de inzage opnieuw werd geweigerd, dat zij daarop met een op 13 februari 2005 ter post aangetekende brief het college van burgemeester en schepenen een copie heeft gevraagd van het bestreden besluit, verwijzend naar de wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten, en heeft gevraagd, indien copie wordt geweigerd, haar schriftelijk de redenen te laten kennen waarop deze beslissing is gesteund, dat dit schrijven onbeantwoord is gebleven, dat een uittreksel uit de vergunning haar pas werd gegeven in de nota van de eerste verwerende partij van 21 maart 2005 die haar door de griffie van de Raad van State werd overgemaakt, dat zij van de volledige inhoud X-12.224-4/6 van het dossier pas kennis heeft kunnen nemen op 2 juni 2005 door de overmaking van het auditoraatsverslag met in bijlage een copie van de verleende vergunning, en dat zij pas op 17 juni 2005 het volledige administratief dossier heeft kunnen inzien op de griffie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij in gebreke blijft enige uitleg te verschaffen omtrent de redenen waarom, nadat de dienst Ruimtelijke Ordening van het Vlaamse Gewest te Leuven haar op haar inzagerecht had gewezen, zij geen verdere initiatieven heeft genomen om van het haar door voormeld koninklijk besluit toegekend inzagerecht gebruik te kunnen maken, en zij zich heeft beperkt tot de vraag om een copie van het bestreden besluit op grond van de wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten; dat zij evenmin blijkt te hebben gereageerd op het uitblijven van een antwoord op haar brief van 13 februari 2005; dat om als verzoeker te doen blijken van het vereiste diligent optreden om kennis te krijgen van een stedenbouwkundige vergunning het niet volstaat hiervan bij het college van burgemeester en schepenen een copie aan te vragen en zich daarna zonder meer te beperken tot het wachten op een antwoord; dat dient te worden vastgesteld dat het beroep tot nietigverklaring is ingesteld meer dan zestig dagen na het verstrijken van de redelijke termijn waarbinnen de verzoekende partij kennis had kunnen nemen van het bestreden besluit; dat het beroep kennelijk niet ontvankelijk is; Overwegende dat het beroep tot nietigverklaring dient te worden verworpen; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging, die er een accessorium van vormt, eveneens dient te worden verworpen, BESLUIT: Artikel
- De verzoeken tot tussenkomst van de b.v.b.a. FITHUIS in de vordering tot schorsing en in het beroep tot nietigverklaring worden ingewilligd. Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. X-12.224-5/6 Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf augustus 2005, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-12.224-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.186 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.