← België

Arrest 148189 - - 12/08/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 augustus 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.189 Rolnummer: A. 142386/X-11593 Zaak: Arrest 148189 - - 12/08/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-19 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 22:47 Fiche Arrest nr 148.189 van 12 augustus 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 148.189 van 12 augustus 2005 in de zaak A. 142.386/X-11.

  1. In zake : Anja DESCHOEMACKER, die woonplaats kiest bij Advocaat B. VANTIEGHEM, kantoor houdende te 9000 GENT, Hulstboomstraat 30 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat T. DE SUTTER, kantoor houdende te 9000 GENT, Albertlaan
  2. tussenkomende partij : de stad GENT, die woonplaats kiest bij Advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kouter 71-
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Anja DESCHOEMACKER op 6 oktober 2003 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 31 juli 2003 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken "waarbij aan het stadsbestuur van Gent machtiging tot onteigening wordt verleend met toepassing van de spoedprocedure van verschillende onroerende goederen gelegen aan de wijk Brugse Poort in Gent voor de realisatie van een stadsvernieuwingsproject"; Gelet op de beschikking van 19 november 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; X-11.593-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 13 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 augustus 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat B. DEBAENST die, loco Advocaat B. VANTHIEGHEM verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat T. DE SUTTER, die verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat K. VANBINST die, loco Advocaat P. DEVERS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur- afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de stad GENT met een verzoekschrift van 6 januari 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat krachtens de bepalingen van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte, wanneer de onteigenaar de vordering tot onteigening bij de vrederechter heeft ingeleid, deze laatste als opdracht heeft de voor de onteigening vereiste besluiten van de onteigenende overheid zowel op hun interne als op hun externe wettigheid te toetsen; dat die bevoegdheid van de gewone rechter de bevoegdheid van de Raad van State uitsluit om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van die handelingen, evenals van een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging ervan, indien dat beroep en die vordering zijn ingesteld door de onteigende of door een belanghebbende derde, als bedoeld in artikel 6 van voornoemde wet van 26 juli 1962; dat deze bevoegdheidsuitsluiting geldt vanaf de dagvaarding om voor de gewone rechter te verschijnen en ten aanzien van de personen die tot die procedure toegang hebben; X-11.593-2/4 Overwegende dat uit de niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat de stad Gent de vordering tot onteigening bij de vrederechter heeft ingeleid; dat de verzoekende partij als huurder een belanghebbende derde is als bedoeld in artikel 6 van voornoemde wet van 26 juli 1962; dat de Raad van State niet meer bevoegd is om kennis te nemen van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden ministerieel besluit; dat de vordering niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  4. Het verzoek tot tussenkomst van de stad GENT in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
  5. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  6. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-11.593-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf augustus 2005, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-11.593-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.189 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.335 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.