id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 augustus 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.192 Rolnummer: A. 156112/X-14848 Zaak: Arrest 148192 - Onteigeningen - 12/08/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-22 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 22:49 Fiche Arrest nr 148.192 van 12 augustus 2005 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 148.192 van 12 augustus 2005 in de zaak A. 156.112/X-12.
- In zake : de n.v. HYDRAULIC EXCAVATION, die woonplaats kiest bij Advocaat L. BALCAEN, kantoor houdende te 9000 GENT, Gebroeders Vandeveldestraat 99 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaten Y. LOIX en H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- tussenkomende partij :
- de n.v. HEYMANS INFRA, die woonplaats kiest bij Advocaat M. VAN RAEMDONCK, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 166,
- de n.v. van publiek recht EXTERN VERZELFSTANDIGE AGENTSCHAP WATERWEGEN EN ZEEKANAAL, die woonplaats kiest bij Advocaten K. LEUS en B. SCHUTYSER, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Goedheidstraat 5-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. HYDRAULIC EXCAVATION op 30 september 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 12 juli 2004 van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie "waarbij aan de NV ZEEKANAAL EN WATERGEBONDEN GRONDBEHEER VLAANDEREN machtiging tot onteigening wordt verleend bij toepassing van de spoedprocedure met het oog op de verdere uitbouw van infrastructuur op het grondgebied van de gemeente Puurs"; Gezien de nota van de verwerende partij; X-12.071-1/6 Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 13 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 augustus 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat D. VAN RENNE die, loco Advocaat L. BALCAEN verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat R. TIJS die, loco Advocaten Y. LOIX en H. SEBREGHTS verschijnt voor de verwerende partij, van Advocaat M. VAN RAEMDONCK, die verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en van Advocaat B. SCHUTYSER, die verschijnt voor de tweede tussenkomende partij; Geho o rd het eensluidend advies van Eerst e Auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de eerste tussenkomende partij met een verzoekschrift van 6 oktober 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de tweede tussenkomende partij met een verzoekschrift van 21 oktober 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie bij het bestreden besluit van 12 juli 2004 heeft beslist dat het algemeen nut de onmiddellijke inbezitneming vordert van het perceel, gelegen op het grondgebied van de gemeente Puurs, die nodig is voor de watergebonden ontwikkeling van dit gebied met een betere mobiliteit en met de nodige infrastructuur langs het Zeekanaal Brussel-Schelde te Puurs, dat bedoelde goederen zijn aangeduid X-12.071-2/6 met een gele tint op het erbij behorend ondertekend onteigeningsplan, en dat de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden, bepaald bij de wet van 26 juli 1962 op de onteigening van de hierboven bedoelde goederen van toepassing is; dat verzoekende partij eigenaar is van de enige op voormeld onteigeningsplan vermelde inneming; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat, wat de tweede door voormeld artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde betreft, verzoekende partij laat gelden wat volgt : "Door het feit dat machtiging werd verleend om de onteigening te laten geschieden bij hoogdringendheid (Wet van 26 juli 1962), en gelet op het declaratief karakter van het eigenlijk onteigeningsbesluit, dreigt verzoekster zonder andere vorm van verhaal in haar werking en bestaan bedreigd te worden. Door het feit dat de motieven voor de ingeroepen dringende noodzakelijkheid niet worden aangegeven, en zelfs niet bestaan (cfr. het zesde middel), kan enkel een schorsingsarrest beletten dat het bestuur -na het nemen van het onteigeningsbesluit- de gerechtelijke onteigeningsprocedure aanhangig maakt bij de burgerlijke rechter (...). X-12.071-3/6 Bovendien werd bij het verlenen van de machtiging tot onteigening (het bestreden besluit) uitgegaan van onjuiste feitelijke gegevens, meer bepaald inzake de kadastrale identificatie en de oppervlakte van de te onteigenen percelen. Dit heeft voor gevolg dat een later onteigeningsbesluit, dat zal uitgaan van de N.V. Waterwegen en Zeekanaal, zal gebaseerd zijn op verkeerde gegevens inzake een correcte aanduiding van de te onteigenen gronden, en aldus dreigt voor onherroepelijke verwarring te zorgen. De door de burgerlijke rechter -na het onteigeningsbesluit- te bevelen eigendomsoverdracht (op grond van een bevolen onteigening) zal, gezien het declaratief karakter ervan, onomkeerbaar zijn, en dus ook het nadeel voor de onteigende eigenaar van het verlies van zijn eigendomsrecht (...). In de genoemde arresten werd beslist dat de door de onteigeningswet voorziene vergoeding geenszins vermag dit onherstelbaar nadeel te compenseren. Daarbij komt dat, gezien de concrete situatie op de bedrijfsterreinen, voor verzoekster elke uitbating onmogelijk zal zijn, waardoor zij haar bedrijf -dat watergebonden is- zal moeten sluiten. Immers, indien de onteigening doorgang vindt, zal niet alleen verzoekster niet meer beschikken over haar administratieve gebouwen, maar zal zij enkel nog beschikken over een westelijk overblijvend terrein, waarop geen enkele uitbating meer mogelijk is : - het onteigende perceel, met zijn gebouwen, is essentieel voor de exploitatie - op het onteigende terrein bevinden zich het volledige kantoorgebouw, de aparte gebouwen met de verwarmingscel, de hoogspanningscabine, de nissenhut en de opslagruimten - het resterend (niet-onteigend) gedeelte is afgesneden van de openbare weg en is te ver afgelegen voor welkdanige nutsvoorzieningen, met als gevolg geen water, geen electriciteit, geen telefoon- of faxverbindingen meer - het thans in gebruik zijnde (en te onteigenen) terrein is bestemd voor de opslag van aannemersmateriaal, zoals werfcontainers, kranen, persbuizen, damplanken, etc., evenals tijdelijke gestockeerde bouwmaterialen zoals grondoverschotten, schanskorven, etc.; dit alles is onmogelijk op het resterend terrein - het resterend terrein, dat een grillige vorm zou krijgen door de onteigening, is te klein voor het transport van bouwmachines (30 à 40 ton), die met behulp van diepladers worden gelost en geladen en waarvoor een grote draaicirkel nodig is. Daarbij komt dat de resterende terreinen verhuurd zijn aan N.V. HEIJMANS INFRA (voorheen genaamd N.V. A.C.A.) krachtens akte dd. 26.08.1972 (...). Deze verhuring, met een recht van opstal ten voordele van de huurder voor de op de terreinen opgerichte gebouwen, heeft een initiële duur van 9 jaar, maar is inmiddels verlengd tot 30.06.2012 (...). Zodoende heeft verzoekster niet de minste mogelijkheid om nog enige exploitatie te doen. Het bedrijf van verzoekster beschikt niet over andere locaties of mogelijkheid om haar exploitatie te verplaatsen, zodat er voor haar geen enkel alternatief voorhanden is. Het wegvallen van het met onteigening bedreigd terrein zou de doodsteek betekenen van het bedrijf van verzoekster, zodat de schade niet te overzien en niet herstelbaar is."; X-12.071-4/6 Overwegende dat de verzoekende partij de dreiging van het verlies van haar eigendom en de gevolgen daarvan op haar activiteiten als moeilijk te herstellen ernstig nadeel aanvoert; dat de verzoekende partij pas uit haar eigendom zal worden ontzet als de vrederechter de onteigening zal hebben toegestaan; dat de vrederechter die onteigening slechts kan uitspreken en de provisionele vergoeding slechts kan bepalen nadat hij het bestreden machtigingsbesluit zowel op zijn interne als op zijn externe wettigheid heeft getoetst; dat het Arbitragehof in zijn arrest nr. 51/95 van 22 juni 1995 en in zijn eerdere arresten waarnaar het in dat arrest verwijst, de wettigheidscontrole van de burgerlijke rechter evenwaardig heeft bevonden aan de controle die de Raad van State kan doen; dat verzoekende partij de wettigheidsbezwaren welke zij thans aanvoert, nog zal kunnen doen gelden voor de vrederechter, dat deze er uitspraak over zal moeten doen en dat, indien zij gegrond worden bevonden, het risico op het verlies van haar eigendom alsnog afgewend zal kunnen worden; dat, zonder te moeten nagaan of de dreiging van het verlies van de betrokken eigendom een ernstig nadeel kan betekenen voor de verzoekende partij, deze alleszins geen moeilijk te herstellen karakter heeft in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De verzoeken tot tussenkomst van de n.v. HEYMANS INFRA en de n.v. van publiek recht EXTERN VERZELFSTANDIGE AGENTSCHAP WATERWEGEN EN ZEEKANAAL in de vordering tot schorsing worden ingewilligd. X-12.071-5/6 Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf augustus 2005, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-12.071-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.192 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.220.615 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.