← België

Arrest 148276 - - 22/08/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 augustus 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.276 Rolnummer: A. 164933/VII-34406 Zaak: Arrest 148276 - - 22/08/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-24 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-07-02 22:54 Fiche Arrest nr 148.276 van 22 augustus 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 148.276 van 22 augustus 2005 in de zaak A. 164.933/VII-34.406 In zake : XXX thans verblijvende te MERKSPLAS, Centrum voor Illegalen, Steenweg op Wortel 1A tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Marokkaanse nationaliteit, op 4 augustus 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid bij wijze van voorlopige maatregel te vragen dat de verwerende partij wordt bevolen over te gaan tot afgifte van de bijlage 35, onder verbeurte van een dwangsom van 1.000 euro per dag dat niet wordt voldaan; Gezien het arrest nr. 148.124 van 10 augustus 2005 waarbij de behandeling van de zaak sine die wordt uitgesteld; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op de artikelen 8 en 9 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdeling- en; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 16 augustus 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op maandag 22 augustus 2005, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-34.381-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. KAVARUGANDA, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur M.VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat met een beslissing van 31 mei 2005 vanwege de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken aan de verzoekende partij het bevel wordt gegeven "om het grondgebied te verlaten met beslissing tot terugleiding naar de grens en beslissing tot vrijheidsberoving te dien einde"; op grond van volgende motivering : "- artikel 7, eerste lid, 1/ : verblijft in het Rijk zonder houder te zijn van de vereiste documenten : de betrokkene is niet in het bezit van een geldig paspoort voorzien van een geldig visum. -artikel 7, eerste lid, 8/ : oefent een beroepsbedrijvigheid als zelfstandige/in ondergeschikt verband (...) uit, zonder in het bezit te zijn van de daartoe vereiste machtiging; Geen arbeidskaart- Pv nr- sociale inspectie" dat de verzoekende partij tegen die beslissing op 17 juni 2005 een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring heeft ingediend, die gekend is onder nummer 164.775/VII-34.385; dat reeds op 30 juli 2005, aan de vooravond van een geplande repatriëring, een gelijkaardig verzoek als het huidige werd ingediend, dat werd verworpen bij arrest nr. 148.001 van 30 juli 2005; dat thans een nieuwe repatriëring werd vastgesteld op 27 augustus 2005; Overwegende dat de verzoekende partij vraagt dat in afwachting van de behandeling van haar jurisdictioneel beroep bij de Raad van State en in afwachting van de administratieve procedure over haar aanvraag ingediend op grond van artikel 9, derde lid van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), de verwerende partij bij wijze van voorlopige maatregel wordt bevolen over te gaan tot afgifte van de bijlage 35, onder verbeurte van een dwangsom van 1.000 euro per dag dat niet wordt voldaan; dat zij beweert dat zij, bij verwijdering van het grondgebied, een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat dat erin bestaat dat zij van haar verwanten zou worden verwijderd; Overwegende dat in het arrest nr. 148.001 van 30 juli 2005 werd geoordeeld dat het enige door de verzoekende partij aangevoerd moeilijk te herstellen VII-34.381-2/3 ernstig nadeel, met name dat zij van familieleden zal worden gescheiden, niet overtuigt omdat de door de verzoekende partij in het verzoekschrift opgesomde familieleden geen gezinsleden zijn; dat daarbij komt dat de verzoekende partij ter terechtzitting verklaarde dat haar ouders en broer(s) nog in Marokko wonen, zodat zij door de bestreden beslissing niet van haar dichtste familieleden wordt gescheiden; dat in het huidige verzoekschrift geen nadere uitleg wordt gegeven omtrent de “familieleden” van wie de verzoekende partij beweert gescheiden te zullen worden; Overwegende dat niet is voldaan aan de vereiste van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel; dat die vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot het horen bevelen van uiterst dringende voorlopige maatregelen wordt verworpen. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwin- tig augustus tweeduizend en vijf, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. HUYGHEBAERT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, W. HUYGHEBAERT. E. BREWAEYS. VII-34.381-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.276 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.