id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 augustus 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.277 Rolnummer: A. 165076/VII-34439 Zaak: Arrest 148277 - - 22/08/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-24 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 22:54 Fiche Arrest nr 148.277 van 22 augustus 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 148.277 van 23 augustus 2005 in de zaak A. 165.076/VII-34.439 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat L. BEERDEN, kantoor houdende te 3512 STEVOORT-HASSELT, Hertoginnenhofstraat 15 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Pakistaanse nationaliteit, op 11 augustus 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 14 juli 2005 tot weigering van een visum kort verblijf, onder verbeurte van een dwangsom van 2.500 euro per dag vertraging; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 16 augustus 2005 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 22 augustus 2005, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. BEERDEN, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; VII-34.439-1/5 Gehoord het andersluidend advies van adjunct-auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Verzoekster, van Pakistaanse nationaliteit, dient volgens het verzoekschrift op 27 juni 2005 bij de Belgische ambassade in Pakistan een aanvraag in voor een visum kort verblijf van 90 dagen in België, met het oog op een familiebezoek aan haar dochter. Op 14 juli 2005 werd verzoeksters visumaanvraag ontvankelijk bevonden maar geweigerd om de volgende motieven: "Pas de solvabilité suffisante du garant. Pas de couverture financière pour le séjour. Pas de preuve de revenus réguliers, personnels et suffisants. Lien entre les personnes peu clair. N'offre pas de garanties suffisantes de retour dans son pays d'origine notamment parce qu'elle n'apporte pas d'autres éléments attestant du bien fondé de sa venue en Belgique. Prise en charge recevable et refusée. Défaut de preuve de moyens de subsistance suffisants. Aucune preuve de bien-fondé de la demande. Défaut preuve du lien de parenté. Décision prise conformément aux articles 15 et 5 de la convention d'accord de Schengen.". Dit is de bestreden beslissing; 2.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat de verwerende partij in haar nota stelt dat verzoekster te lang -achtentwintig dagen- zou hebben getalmd bij het indienen van haar vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de verwerende partij niet kan aantonen wanneer verzoekster kennis heeft gekregen van de bestreden beslissing; dat bovendien rekening VII-34.439-2/5 moet worden gehouden met het feit dat verzoekster in Pakistan verblijft zodat niet kan worden gesteld dat zij te dezen onredelijk lang heeft gewacht; Overwegende dat verzoekster de uiterst dringende noodzakelijkheid als volgt verantwoordt: "De uiterst dringende noodzakelijkheid kan in deze niet worden betwist daar deze procedure de enige mogelijkheid is om nog op nuttige wijze een uitspraak te bekomen omtrent een kort verblijf in België onmiddellijk aansluitend op de voor 1 oktober 2005 voorziene bevalling van de dochter A.. Er moet immers rekening gehouden worden met de termijn nodig voor de behandeling van het verzoek voor de Raad van State. Vervolgens zal de dienst vreemdelingenzaken een nieuwe beslissing moeten nemen en ter kennis brengen van de Belgische ambassade te Islamabad, waarbij verzoekster de nodige tijd dient gegund te worden om naar Islamabad te reizen teneinde haar visum af te halen en tenslotte ook de vliegreis zelf nog definitief te bevestigen. Rekening houdende met de afstanden en communicatiemoeilijkheden dient dan ook met bekwame spoed en zonder vertraging de aanvraag verder afgehandeld te worden."; Overwegende dat de ingeroepen familiale omstandigheden - een geboorte voorzien voor begin oktober - de toepassing van de uiterst dringende procedure verantwoorden; Overwegende dat verzoekster de schending inroept van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer in het bijzonder de materiële en de formele motiveringsplicht; dat zij in wezen stelt dat de motivering van de bestreden beslissing geenszins doet blijken dat het onderzoek naar de rechtens relevante feiten op een zorgvuldige en geïndividualiseerde wijze is gebeurd en dat de motivering algemeen, vaag en stereotiep is; Overwegende dat krachtens artikel 2 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen de individuele bestuurshandelingen uitdrukkelijk moeten gemotiveerd zijn; dat op grond van artikel 3 van dezelfde wet deze motivering in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen en afdoende moet zijn; dat uit de hierboven weergegeven motivering van de bestreden beslissing niet kan worden afgeleid op welke feitelijke gronden de door de verwerende partij ingeroepen elementen zijn gesteund; dat het middel, waar het de schending van de formele motiveringsplicht inroept, ernstig is; Overwegende dat verzoekster haar moeilijk te herstellen ernstig nadeel als volgt omschrijft: VII-34.439-3/5 "De dochter A. is reeds eerder bevallen van een zoon A. drie jaar geleden. een bevalling blijft natuurlijk een unieke gebeurtenis in een mensenleven, waarbij men graag omringd wordt door vrienden en familie. Dergelijke gebeurtenissen maken de kern uit van de menselijk existentie. Verzoekster kan slechts aanwezig zijn bij haar dochter tijdens de bevalling en de post-natale periode en haar dochter ondersteuning en huishoudelijke hulp bieden indien zij uiterlijk op 1 oktober 2005 in België kan aanwezig zijn. Ieder visum dat (minstens diverse maanden) later wordt uitgereikt zal voor verzoekster en haar dochter zeer heugelijk zijn, doch heeft niet meer te maken met de geboorte van de kleinzoon van verzoekster. Bovendien zal ieder later bezoek van verzoekster aan België te laat komen om tijdens de herstelperiode na de bevalling de dochter bij te staan, die nog maar twee jaar in België verblijft, nog moeilijk Nederlands spreekt en in een volledig Nederlandstalige omgeving woont. Rekening houdende met de supra reeds geschetste procedurele en praktische maatregelen, en die hier als hernomen dienen beschouwd te worden en die nog genomen moeten worden na de tussen te komen uitspraak van de Raad van State, is het instellen van een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid voor verzoekster de enige mogelijkheid om nog tijdig een visum te bekomen."; Overwegende dat deze uiteenzetting overtuigt; Overwegende dat er aanleiding toe bestaat bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te bevelen van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; dat dergelijke schorsing echter niet noodzakelijk impliceert dat verzoekster het recht zou hebben kort in België te verblijven, zodat er geen aanleiding is om op straffe van de gevorderde dwangsom de verwerende partij te verplichten tot het uitreiken van een visum; BESLUIT: Artikel
- Bevolen wordt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 14 juli 2005 tot weigering van een visum kort verblijf. Artikel
- De vordering tot het opleggen van een dwangsom wordt verworpen. Artikel
- De kosten worden voorbehouden. VII-34.439-4/5 Artikel
- Bevolen wordt de onmiddellijke tenuitvoerlegging van dit arrest. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig augustus tweeduizend en vijf, door de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. HUYGHEBAERT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, W. HUYGHEBAERT. E. BREWAEYS. VII-34.439-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.277 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div