id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 augustus 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.318 Rolnummer: A. 165156/XII-4514 Zaak: Arrest 148318 - - 25/08/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-08-31 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 22:55 Fiche Arrest nr 148.318 van 25 augustus 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 148.318 van 25 augustus 2005 in de zaak A. 165.156/XII-
- In zake : Peter PEETERS, die woonplaats kiest bij advocaten W. Van Betsbrugge en W. Vandebempt, kantoor houdende te Tienen, IVe Lansierslaan 70 tegen : de STAD LEUVEN, die woonplaats kiest bij advocaat B. Beelen, kantoor houdende te Leuven, Justus Lipsiusstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat Peter Peeters op 16 augustus 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 5 juli 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Leuven om Hugo Dams tot ploegbaas te bevorderen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 17 augustus 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 augustus 2005, om 9.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat W. Van Betsbrugge, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat J. Vanstipelen, die loco advocaat B. Beelen verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. Lefever; XII-4514-1/4 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen van de stad Leuven op 13 januari 2004 beslist een vergelijkende selectieprocedure in te richten met het oog op de samenstelling van een bevorderingsreserve voor de functie van ploegbaas groendienst; dat verzoeker, vastbenoemd geschoold arbeider tuinbouw, eerste laureaat van de selectieprocedure is en door het schepencollege op 22 april 2005 in de bevorderingsreserve van ploegbaas groendienst wordt opgenomen; dat op 5 juli 2005 Hugo Dams tot ploegbaas wordt bevorderd; dat wordt gemotiveerd dat, gelet op artikel 100, § 1, van deel 1 van het administratief statuut, het personeelslid voor een bevordering over een gunstige evaluatie moet beschikken, dat verzoeker als evaluatie “voldoende” kreeg en dat dan de tweede gerangschikte bevorderd kan worden; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de eerste voorwaarde, dat verzoeker uiteenzet dat een spoedige beslissing “de nadelen in hoofde van Dams” verhindert, dat alleen de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid “op nuttige wijze de toestand kan regulariseren zonder dat een onoverzichtelijke cascade aan beslissingen heeft kunnen plaatsvinden”, dat er immers wellicht in de loop van de gewone schorsingsprocedure nieuwe plaatsen als ploegbaas zullen vrijkomen, waarvoor hij vanwege zijn evaluatie “voldoende” niet aan de bak zal komen, dat hij ook niet zal kunnen deelnemen aan “de verdere bevorderingsmogelijkheden die er zijn vo[o]r een ploegbaas”, dat alleen een uiterst dringende schorsing de psychische druk kan stoppen “om te moeten werken in ondergeschikt verband van een ploegbaas” en een einde kan stellen aan de sfeer van verdachtmakingen; XII-4514-2/4 Overwegende dat “de nadelen in hoofde van Dams” niet gespecificeerd worden en al evenmin evident zijn; dat Hugo Dams per slot van rekening de begunstigde van de bestreden benoeming is; Overwegende dat, volgens de informatie van de verwerende partij, “er pas over enkele jaren opnieuw plaatsen vrijkomen als ploegbaas bij de groendienst (over drie jaar)”; dat de Raad van State vooralsnog niet aanneemt dat dit beslissend wordt tegengesproken door stuk 2 van het administratief dossier; dat overigens, ter terechtzitting er naar gevraagd wat hem er toe brengt te denken dat reeds in de loop van een gewone schorsingsprocedure een nieuwe plaats als ploegbaas kan vrijkomen, verzoeker alleen verwijst naar de mogelijkheid van het overlijden van één van de huidige titularissen; dat hij in dit verband zelf, en terecht, het woord “hypothetisch” in de mond neemt; dat ook de eventualiteit van een bevordering voor een ploegbaas niet meer dan zuiver hypothetisch voorkomt; dat verzoeker niet betwist dat de enige zodanige mogelijkheid de bevordering tot diensthoofd groendienst betreft, welk ambt momenteel door een veertiger zou worden uitgeoefend; dat het gevaar van een “onoverzichtelijke cascade aan beslissingen” ingeval niet tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt overgegaan, in genen dele geloofwaardig is; Overwegende dat verzoeker reeds bijna tien jaar als geschoold arbeider tuinbouw “in ondergeschikt verband van een ploegbaas” werkt; dat de psychische druk die hij zegt als zodanig te ondervinden, dus allesbehalve nieuw mag worden genoemd en bezwaarlijk zonder meer aan de bestreden beslissing kan worden toegeschreven; dat ook de beweerde “sfeer van verdachtmakingen” drastisch gerelativeerd moet worden; dat verzoeker er vermoedelijk mee alludeert op de evaluatie “voldoende”, waarvan in de bestreden beslissing sprake is; dat verzoeker blijkens die evaluatie evenwel “gunstig” scoort voor vakkennis en “voldoende” voor verantwoordelijkheidszin, inzet en samenwerking; dat de beoordeling dus geenszins zo negatief is als verzoeker laat verstaan; Overwegende dat verzoeker niet aannemelijk maakt ten gevolge van de bestreden beslissing een nadeel te riskeren dat alleen door een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid passend te keer kan worden gegaan, en niet door een schorsing volgens de gewone procedure; dat niet aan de besproken eerste schorsingsvoorwaarde is voldaan; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, XII-4514-3/4 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig augustus 2005, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. LUST. XII-4514-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.318 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.194 ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.088 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.