id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.520 Rolnummer: A. 65743/XII-695 Zaak: Arrest 148520 - - 01/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-09-06 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 23:06 Fiche Arrest nr 148.520 van 1 september 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 148.520 van 1 september 2005 in de zaak A. 65.743/XII-
- In zake : Godelieve RENDERS, wonende te Boutersem, Honsemsestraat 9 tegen :
- de GOUVERNEUR VAN DE PROVINCIE VLAAMS- BRABANT,
- de GEMEENTE BOUTERSEM, die woonplaats kiest bij advocaat Chr. Pittomvils, kantoor houdende te Tienen, Nieuwstraat 36A. tussenkomende partij : Michel MORREN, wonende te Boutersem, Kasteelstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Godelieve Renders op 25 september 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van de Heer Gouverneur van de Provincie Vlaams-Brabant, L. De Witte, betreffende de benoeming van de Heer Morren Michel tot hoofdveldwachter van de gemeente Boutersem”; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 25 april 1996; Gelet op de beschikking van 6 juni 1996 die de tussenkomst van Michel Morren toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur F. De Buel; XII-695-1/3 Gelet op de beschikking van 9 december 1997 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 8 april 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 mei 2005; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. Wouters, die verschijnt voor verzoekster, van advocaat Chr. Pittomvils, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat J. Van Stipelen, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. De Buel; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de tweede verwerende partij in haar memorie van antwoord en laatste memorie doet gelden dat het verzoekschrift beperkt is tot een “opsomming van feiten en beweringen” en verzoeksters uiteenzetting in haar memorie van wederantwoord niet begrijpelijk is en zo goed als onmogelijk te beantwoorden; Overwegende dat luidens artikel 2, § 1, 2/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging vóór de afdeling administratie van de Raad van State, het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten en middelen bevat; Overwegende dat te dezen het inleidend verzoekschrift 42 volzinnen bevat, voorafgegaan door het woord “overwegende”, waarbij de ene keer feitelijkheden worden geschetst, de andere keer grieven worden verwoord, een enkele keer naar “de Nieuwe Gemeentewet” wordt verwezen zonder nadere XII-695-2/3 aanwijzing van een geschonden geachte bepaling en een keer zonder meer naar artikel 8 van “het huishoudelijk reglement voor de vergadering, beraadslagingen en besluiten van het college van burgemeester en schepenen”; dat een dergelijk betoog, waarin nergens op duidelijke wijze een rechtsbepaling wordt aangegeven terzelfdertijd met de wijze waarop deze zou zijn geschonden, geen rechtsmiddelen bevat en dienvolgens niet voldoet aan de vereiste vervat in het voornoemde artikel 2, § 1, 2/, namelijk “middelen” bevatten; dat de exceptie gegrond is; dat dienvolgens het beroep niet ontvankelijk is ingesteld, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van verzoekster. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een september 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-695-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.520 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.