id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.522 Rolnummer: A. 165643/XIV-23459 Zaak: Arrest 148522 - - 01/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-09-02 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 23:07 Fiche Arrest nr 148.522 van 1 september 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 148.522 van 1 september 2005 in de zaak A. 165.643/VII-23.459 In zake : XXX die woonplaats kiest bij advocaat V. KANGULUMBA MBAMBI, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Patriottenstraat 92 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Angolese nationaliteit, op 1 september 2005 per fax heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing tot terugdrijving van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken , aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 30 augustus 2005; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 1 september 2005 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 1 september 2005 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat V. KANGULUMBA MBAMBI, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; VII-23.459-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat verzoeker uiteenzet dat hij sinds 1990 wettig in Frankrijk verblijft, waar hij een gezin heeft en werkt, dat hij met zijn gezin op 5 augustus 2005 op vakantiereis is vertrokken naar Kongo, dat hij tijdens zijn terugreis op 30 augustus 2005 na een tussenlanding in België in de transitzone van de luchthaven van Zaventem door de federale politie werd onderschept omdat hij, volgens de politie, met een vals paspoort reisde; dat verzoeker dezelfde dag een beslissing tot terugdrijving ontving omdat hij niet in het bezit was van een geldig reisdocument; dat in de bestreden beslissing wordt gemeld dat hij het Rijk poogt te betreden met een onregelmatig paspoort van Angola, feit waarvoor een proces-verbaal werd opgesteld; 2.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
- Overwegende dat verzoeker stelt dat de bestreden beslissing is aangetast door een manifeste appreciatiefout, een motiveringsgebrek en machtsoverschrijding; dat hij in wezen uiteenzet dat hij rechtsgeldig in Frankrijk mag verblijven, dat niet blijkt dat zijn reisdocumenten vals zijn nu deze reeds eerder door andere autoriteiten werden gecontroleerd, dat het Angolese Consulaat zou hebben bevestigd dat het paspoort wel degelijk aan verzoeker was afgeleverd, dat hij niet de bedoeling had het Belgisch grondgebied te betreden en dat hij, als hij wordt teruggedreven naar Kongo, wordt teruggedreven naar een land waarvan hij niet afkomstig is en waarin hij niet verblijft; Overwegende dat de bestreden beslissing vermeldt dat verzoeker wordt teruggedreven op grond van volgende motieven: A. Niet in het bezit van een geldig reisdocument/geldige reisdocumenten (art. 3, eerste lid, 1//2/) B. In het bezit van een vals/nagemaakt/vervalst reisdocument (art. 3, eerste lid, 1//2/) Betrokkene poogt het Rijk te betreden met een onregelmatig paspoort van Angola met nummer N0357050 op naam van XXX. Hiervoor wordt proces-verbaal opgesteld onder nummer ... Overwegende dat verzoeker niet betwist dat zijn paspoort onregelmatigheden vertoont; dat deze trouwens ook blijken uit het door de federale politie opgestelde proces-verbaal; dat de door verzoeker verstrekte gegevens het tegendeel niet aantonen; dat de vaststelling van de verwerende partij prima facie niet kennelijk onredelijk VII-23.459-2/3 te noemen is; dat verzoeker, om toegelaten te worden in een Europese Lidstaat, in het bezit moest zijn van een geldig paspoort (artikel 2, 2/ van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet)); dat verzoeker geen rechtsregel aanduidt waaruit volgt dat het beschikken over een regelmatig verblijfsdocument voor een Lidstaat het vereiste reisdocument kan vervangen; dat de beslissing tot terugdrijving op het eerste gezicht bijgevolg rechtsgeldig lijkt te zijn genomen; dat de beslissing om verzoeker terug te drijven naar Kongo de uitvoering is van de wettelijke verplichting van de vervoersmaatschappij om de onregelmatig vervoerde passagier terug te brengen (artikel 74/4 van de Vreemdelingenwet ); dat verzoeker geen ernstige middelen inroept;
- Overwegende dat niet is voldaan aan de eerste van de door artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden; dat deze vaststelling volstaat om het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op één september tweeduizend en vijf, door de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. V. VERTONGEN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, V. VERTONGEN. E. BREWAEYS. VII-23.459-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.522 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div