← België

Arrest 148698 - - 08/09/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.698 Rolnummer: A. 165395/XII-4519 Zaak: Arrest 148698 - - 08/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-09-12 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 23:31 Fiche Arrest nr 148.698 van 8 september 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 148.698 van 8 september 2005 in de zaak A. 165.395/XII-

  1. In zake : de NV DEMOCO, die woonplaats kist bij advocaten K. Geelen en K. Wauters, kantoor houdende te Hasselt, Gouverneur Roppesingel 131 tegen : de VZW KSO MAASEIK-KINROOI, die woonplaats kiest bij advocaten W. Mertens en A. Beelen, kantoor houdende te Beringen, Scheigoorstraat
  2. tussenkomende partij : de NV STRABAG BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaat D. Vandecasteele, kantoor houdende te Hasselt, Kol. Dusartplein 34, bus
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Democo op 25 augustus 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van : “
  4. De beslissing van ongekende datum om in het kader van een algemene aanneming met financiering voor de nieuwbouw van een schoolgebouw op de campus Harlindis & Relindis - fase 2 te Maaseik beroep te doen op een onderhandelingsprocedure met bekendmaking
  5. De beslissing van 12 augustus 2005 om de overheidsopdracht betreffende een algemene aanneming met financiering voor de nieuwbouw van een schoolgebouw op de campus Harlindis & Relindis - fase 2 te Maaseik niet aan de N.V. Democo te gunnen
  6. De beslissing van ongekende datum waarbij voormelde overheidsopdracht aan de N.V. Strabag werd gegund”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 26 augustus 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 september 2005, om 10.30 uur; XII-4519-1/5 Gezien het op 1 september 2005 ingediende verzoekschrift waarbij de NV Strabag Belgium vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaten K. Geelen en K. Wauters, die verschijnen voor de verzoekende partij, van advocaat G. De Groote, die loco advocaten W. Mertens en A. Beelen verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat A.-M. Swinnen, die loco advocaat D. Vandecasteele verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. Haesbrouck; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat tussen partijen niet wordt betwist dat de VZW KSO Maaseik-Kinrooi secundair onderwijs verstrekt en betreffende een opdracht voor de bouw van een nieuw schoolcomplex in een van haar uitgaand bestek 13 269 stelt “onderhavig bestek kadert in een formule van promotiebouw waarbij de wetgeving op de overheidsopdrachten toepasselijk is”; Overwegende dat de verwerende partij in een exceptie opwerpt dat zij bij het nemen van de bestreden beslissingen niet is opgetreden als een administratieve overheid in de zin van artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat zij voorts in dat verband opmerkt dat zij niet om een dwingende wettelijke reden koos voor toepassing van de wet overheidsopdrachten; Overwegende dat overeenkomstig artikel 14,§1, van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State, deze enkel kennis mag nemen van beroepen tot nietigverklaring ingesteld tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden, alsook tegen de administratieve XII-4519-2/5 handelingen van wetgevende vergaderingen of van hun organen, daarbij inbegrepen de ombudsmannen ingesteld bij deze assemblées, van het Rekenhof en van het Arbitragehof, evenals van organen van de rechterlijke macht en van de Hoge Raad voor de Justitie met betrekking tot overheidsopdrachten en leden van hun personeel; Overwegende dat instellingen die zijn opgericht door privé- personen, maar erkend door de federale overheid, de overheid van de gemeenschappen en gewesten, de provincies of gemeenten, als administratieve overheden kunnen optreden in de zin van dit artikel 14, mits hun werking door de overheid wordt bepaald en gecontroleerd en zij beslissingen kunnen nemen die derden binden; dat handelingen door deze instellingen gesteld het voorwerp kunnen zijn van een nietigverklaring wanneer die instellingen daarbij een deel van het openbaar gezag uitoefenen; Overwegende dat de verzoekende partij in haar inleidend verzoekschrift tot schorsing de rechtsmacht van de Raad van State niet ter sprake brengt; dat zij ter terechtzitting wijst op de taak van algemeen belang die de verwerende partij waarneemt doordat zij erkend onderwijs verstrekt en op het feit dat de in het geding zijnde opdracht onder toezicht van Digo verloopt; Overwegende dat aan excepties van niet-ontvankelijkheid in een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid het bezwaar kleeft dat een verzoekende partij er zich niet schriftelijk kan tegen verweren; dat de Raad van State ze dus enkel lijkt te moeten beoordelen ingeval ze door een hoge graad van ernst zijn gekenmerkt; dat de exceptie die te dezen wordt opgeworpen, dat kenmerk vertoont; dat zulks het geval is onder meer omdat uitspraken van de Raad van State over excepties zoals de hier besprokene door het Hof van Cassatie reeds zijn aangezien als de in artikel 33, eerste lid, van de voornoemde wetten op de Raad van State bedoelde arresten, ook ingeval de partij die dergelijke exceptie opwerpt, zoals te dezen, de Raad van State niet duidelijk vraagt te stellen dat kennisneming van het beroep binnen de bevoegdheden der rechterlijke overheden valt, waardoor de betwisting in wezen binnen het voormelde artikel 14 lijkt te blijven; Overwegende dat de verwerende partij als erkende onderwijsinstelling bij het uitoefenen van die onderwijsopdracht een opdracht van algemeen belang waarneemt en binnen die opdracht beslissingen neemt over getuigschriften en diploma’s die erkend zijn door de Gemeenschap en die derden XII-4519-3/5 binden, hetgeen door de partijen niet wordt betwist; dat in zoverre de verwerende partij handelt als de in het meervermelde artikel 14 bedoelde administratieve overheid; dat dit echter niet het geval lijkt indien zij beslissingen neemt zoals de bestreden beslissingen, die de bouw van een schoolcomplex betreffen, meer bepaald de keuze van de procedures die zij daartoe aanwendt en van de aannemers aan wie zij de werken toewijst; dat het feit dat zij daarbij gekozen heeft voor toepassing van de wettelijke regeling van de overheidsopdrachten er evenmin toe leidt dat zij alsdan als administratieve overheid heeft gehandeld; dat die beslissingen immers geen derden binden; dat zij te dezen evenmin als administratieve overheid lijkt te zijn opgetreden, omdat zij een beroep heeft gedaan op de diensten van een instelling als Digo die de financiering van het project betreffen; Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat volgt dat in de huidige stand van de procedure de exceptie wordt aanvaard; dat de verwerende partij bij het nemen van de bestreden beslissing niet lijkt te hebben gehandeld als administratieve overheid zoals bedoeld in artikel 14,§1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat het aldus de Raad niet lijkt toe te komen van een beroep tot nietigverklaring van de bestreden beslissing kennis te nemen en evenmin van de voorliggende vordering tot schorsing die er een accessorium van is, BESLUIT: Artikel
  7. Het verzoek tot tussenkomst van de NV Strabag Belgium in het administratief kort geding bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
  8. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  9. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XII-4519-4/5 De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht september 2005, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4519-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.698 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.