← België

Arrest 148713 - - 09/09/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.713 Rolnummer: A. 146248/XIV-18327 Zaak: Arrest 148713 - - 09/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-09-30 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 23:34 Fiche Arrest nr 148.713 van 9 september 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 148.713 van 9 september 2005 in de zaak A. 146.248/XIV-18.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat P. BUYTAERT, kantoor houdende te 9170 SINT-GILLIS-WAAS, Vosstraat 9 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Macedonische nationaliteit, op 7 januari 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 2 december 2003 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 22 oktober 2003 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 8 december 2003; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 12 januari 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 14 april 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 juni 2005; XIV-18.327-1/6 Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. KUSTERS, die loco advocaat P. BUYTAERT verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché B. DIERICKX, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 7 oktober 2003 en zich op 8 oktober 2003 vluchteling verklaart; dat op 22 oktober 2003 de minister van Binnenlandse Zaken beslist tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat op 2 december 2003 de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing bevestigt; dat dit de thans bestreden beslissing is, die als volgt is gemotiveerd: “Volgens uw verklaringen bent u een etnische Albanees afkomstig uit Macedonië, meerbepaald Cerkez gelegen in de gemeente Kumanovo. U bent traditioneel gehuwd met Merlinda Aziri, eveneens van Albanese origine en afkomstig uit Macedonië. In april 2001 zou u samen met uw vrouw beginnen werken zijn in de privé-praktijk van een Albanese dokter, lljasa Alija genaamd. Deze dokter zou zowel in Kumanovo als in Vaksince een praktijk gehad hebben. U zou gewerkt hebben als chauffeur van een privé-ambulance en uw vrouw als verpleegster. Midden april 2001 zouden uw problemen begonnen zijn met de politie van Kumanovo. De politie zou naar de dokterspraktijk gekomen zijn en uw werkdocumenten en documenten van patiënten met daarop hun naam, adres en andere gegevens gecontroleerd hebben. U, uw vrouw en de dokter zouden zich de volgende dag moeten gaan aanmelden zijn bij de politie van Kumanovo. U zou toen ondervraagd zijn over welk werk u deed, wie uw patiënten waren en van waar ze kwamen. De politie zou gezegd hebben dat u samenwerkte met de terroristen van het Albanese 'Nationale Bevrijdingsleger' (UCK) en dat u medische hulp verleende aan hen. Volgens u werd u daarvan verdacht omdat het oorlog was. U zou het UCK echter nooit geholpen hebben. Na uw ondervraging zou u gewoon vrijgelaten zijn. In maart- april 2002 zou de politie opnieuw naar de dokterspraktijk gekomen zijn en een controle gedaan hebben. U, uw vrouw en de dokter zouden de volgende dag op het politiebureau weer ondervraagd zijn over uw patiënten en waarmee ze zich bezighielden. Daarop zou u gewoon vrijgelaten zijn. In september-oktober 2002 zou dergelijk incident zich voor een derde keer voorgedaan hebben en zou u opnieuw verhoord zijn over uw werk en uw patiënten. De politie zou willen weten hebben of u de Albanezen hielp. Opnieuw zou u onmiddellijk nadien terug vrijgelaten zijn. Op 2 september 2003 zouden u en de dokter in de praktijk in Vaksince geweest zijn. Rond 14u zou de politie naar de praktijk in Kumanovo gegaan zijn, waar uw vrouw was. De politie zou de praktijk gecontroleerd hebben en naar jullie gevraagd hebben. Uw vrouw zou meegenomen zijn omdat ze een document moest tekenen dat de praktijk doorzocht was. Op het politiebureau zou uw vrouw verplicht geweest zijn om een document te ondertekenen dat ze niet had kunnen lezen. De politie zou nadien gezegd hebben dat ze een document ondertekend had dat ze een terroriste was, ofschoon er geen enkel bewijs was dat jullie met het Albanese leger hadden samengewerkt. Ook met het nieuwe opgerichte Albanees leger, 'Albanees Nationaal Leger' (AKSH) genaamd, zouden jullie helemaal niets te maken gehad hebben. Daarop zou uw vrouw in een andere kamer zwaar mishandeld zijn. Via uw buren zou u verwittigd zijn dat uw vrouw door de politie zou meegenomen zijn. Daarop zou u uw vader verwittigd hebben, die naar het politiebureau zou gegaan zijn. Bij de vrijlating van uw vrouw zou de politie gezegd hebben dat ze zich samen met u en de dokter de volgende dag (3 XIV-18.327-2/6 september 2003) moest aanmelden op het politiebureau van Kumanovo. U zou zich echter niet durven gaan aanmelden zijn en reeds op 2 september 2003 besloten hebben om Kumanovo te verlaten. U zou naar Vaksince gegaan zijn, waar u tot 5 september 2003 zou verbleven hebben. Nadien zou u naar Preshevo gegaan zijn, waar u een maand zou verbleven hebben bij familie. Op 5 oktober 2003 zou u Preshevo verlaten hebben samen met uw vrouw. Op 8 oktober 2003 diende u in België een asielaanvraag in. Na uw vertrek uit Kumanovo zou u een convocatie ontvangen hebben van de politie van Skopje om u op 8 september 2003 aan te melden omdat u zich niet had aangemeld op 3 september
  3. In deze convocatie zou eveneens- ten onrechte - vermeld geweest zijn dat u het leger van de Albanezen zou geholpen hebben. Tussen 3 en 8 september 2003 zou de politie van Kumanovo ook bij u thuis langsgekomen zijn om naar u en uw vrouw te vragen en gezegd hebben dat jullie zich moesten aanmelden. U bent in het bezit van volgende documenten: een Macedonische identiteitskaart, uitgereikt op 19 maart 2003 in Kumanovo; een Macedonische rijbewijs, uitgereikt op 5 oktober 1998 in Kumanovo; een Macedonische geboorteakte, uitgereikt op 16 juni 1995 in Kumanovo; een Macedonische geboorteakte van uw vrouw, uitgereikt op 22 juli 2003 in Kumanovo; twee convocaties voor u en uw vrouw, uitgereikt in september 2003, waarin vermeld wordt dat u en uw vrouw zich moeten aanmelden in Gazibaba om inlichtingen te geven aangaande bepaalde strafbare feiten en foto's van uw vrouw in verband met haar mishandelingen in september
  4. B. Motivering Er dient te worden opgemerkt dat u onvoldoende concrete feiten of elementen heeft aangehaald waaruit blijkt dat u op dit moment omwille van een gegronde vrees voor vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie niet zou kunnen terugkeren naar uw land van herkomst. Wat de door u aangehaalde incidenten betreft met de politie van Kumanovo in april 2001, maart-april 2002 en september-oktober 2002 omdat u en uw vrouw verdacht werden van samenwerking met het Albanese 'Nationale Bevrijdingsleger' (UCK) en het verlenen van medische hulp aan hen, dient te worden vastgesteld dat zowel u als uw vrouw naar aanleiding van deze eerste drie ondervragingen niet fysiek mishandeld zijn en steeds na korte tijd gewoon terug zijn vrijgelaten, zonder officieel aangehouden, laat staan veroordeeld te zijn. Hierbij aansluitend kan eveneens worden aangehaald dat het Macedonische parlement op 7 maart 2002 een wet heeft goedgekeurd die voorziet in amnestie voor personen die verdacht worden van het plegen van bepaalde misdrijven voor 26 september 2001 en dit in het kader van het voorbije etnische conflict. U heeft niet aannemelijk gemaakt waarom u zich in geval van een eventuele gerechtelijke vervolging periode om politieke, religieuze, etnische of andere motieven voorzien in de Vluchtelingenconventie niet zou kunnen verdedigen voor een rechtbank, bijvoorbeeld door beroep te doen op bovengenoemde amnestiewet. In dit verband verklaarde u trouwens uitdrukkelijk dat u niets te maken had met het UCK en hen nooit geholpen heeft. Uw bewering dat deze wet niet gerespecteerd wordt, stemt bovendien helemaal niet overeen met op het Commissariaat-generaal beschikbare informatie, waarvan een kopie als bijlage bij het administratief dossier is gevoegd en waaruit blijkt dat deze wet wel correct wordt toegepast. Wat betreft het incident op 2 september 2003, waarbij uw vrouw meegenomen en zwaar geslagen werd door de politie van Kumanovo omdat ze er van verdacht werd een terroriste te zijn en banden te hebben met een nieuw Albanees leger en het feit dat jullie zich de volgende dag moesten gaan aanmelden, moet vermeld worden dat u niet aannemelijk heeft gemaakt waarom u omwille van dit incident of in geval van nieuwe moeilijkheden met de (lokale) politie na een eventuele terugkeer geen klacht kon/kan indienen en/of bescherming vragen bij andere lokale autoriteiten, zoals de Albanese officieren van de multi-etnische politiemacht, of bij hogere (gerechtelijke) autoriteiten. U zou dit - ten onrechte - niet gedaan hebben omdat u niet buiten het dorp durfde gaan, het niets zou uithalen en naar het buitenland wou gaan. Deze uitleg kan echter niet aanvaard worden aangezien het louter persoonlijke motieven of veronderstellingen zijn. Daarenboven heeft u geenszins aannemelijk gemaakt waarom u omwille van dit incident geen beroep kon doen op de aanwezige internationale autoriteiten, zoals de OVSE. De door u gegeven uitleg dat dit niets zou uithalen en dat ze niets kunnen doen tegen de lokale politie, kan evenmin als afdoende beschouwd worden. Uit op het commissariaat-generaal beschikbare informatie, waarvan een kopie als bijlage bij het administratief dossier is gevoegd, blijkt immers dat de OVSE nauwgezet toekijkt op de hervorming en de werking van de Macedonische politie, voornamelijk in gebieden waar veel Albanezen wonen, en eventuele slachtoffers van wanpraktijken van de Macedonische politie bijstaat als deze tegen het misbruik stappen willen ondernemen bij nationale instellingen. Verder blijkt dat er sedert het Ohrid-akkoord, afgesloten tussen de etnische Albanezen en de Macedonische autoriteiten in augustus 2001, in samenwerking met de OVSE heel wat inspanningen geleverd werden en nog steeds worden inzake politiehervorming en -opleiding. Met het oog hierop werd de ‘Police Development Unit’(PDU) opgericht. Bovendien is in november 2003 opnieuw een groep van 32 politie-officieren van verschillende etnieën begonnen aan een OVSE-training. Daarenboven moet het aangehaalde incident op 2 september 2003 en het feit dat u en uw vrouw zich daarna moesten gaan aanmelden, geplaatst worden tegen de achtergrond van de toenmalige gespannen situatie in uw geboortestreek. Zo was er begin september de belegering van de noordelijke dorpen Vaksince en Lojane nadat een XIV-18.327-3/6 verdachte leider van het ‘Albanees Nationaal Leger’ een politie-officier en een burger ontvoerd (en terug vrijgelaten) had en er zich daarna verscholen had. Zowel door de lokale als de internationale autoriteiten zijn er toen heel wat inspanningen geleverd om dit conflict op te lossen en de situatie opnieuw te normaliseren. Zo heeft een delegatie van etnisch Albanese parlementsleden vRn de noordelijke Kumanovo-regio, waar Vaksince gesitueerd is, vergezeld van vertegenwoordigers van de OVSE een bezoek gebracht aan Vaksince en er gesproken met de vertegenwoordigers van het dorp. Met betrekking tot de aangehaalde beschuldigingen van samenwerking met het nieuwe Albanese bevrijdingsleger dient voorts nog te worden vastgesteld dat uit niets in uw opeenvolgende verklaringen blijkt waarom u zich niet kon/kan aanmelden bij de autoriteiten en hiervoor eventueel een advocaat raadplegen. Ook heeft u geen feiten of elementen aangehaald waaruit blijkt dat u in geval van een eventueel proces omwille van politieke, religieuze etnische of andere motieven voorzien in de Vluchtelingenconventie, eventueel bijgestaan door een advocaat, niet met succes zou kunnen verdedigen voor de rechtbank om uw onschuld te bewijzen en geen eerlijk proces voor een onpartijdige rechter zou krijgen of geen beroep zou kunnen aantekenen in het geval van een eventuele veroordeling. U verklaarde immers uitdrukkelijk dat u en uw vrouw niets te maken hadden met een nieuw Albanees leger. Daarenboven blijkt uit op het commissariaat-generaal beschikbare informatie, waarvan een kopie als bijlage bij het administratief dossier is gevoegd, dat er in samenwerking met de internationale gemeenschap in Macedonië sinds enige tijd heel wat inspanningen worden geleverd inzake de opbouw van een rechtvaardig rechtssysteem. De door u neergelegde documenten in verband met uw identiteit en afkomst en de foto's van uw vrouw waarop kwetsuren te zien zijn, doen geen afbreuk aan bovenstaande vaststellingen, aangezien deze elementen op zich niet betwist worden. Wat de door u neergelegde convocaties betreft, dient te worden vastgesteld dat deze geen enkele melding maken van een datum of uur waarop u en uw vrouw zich moeten gaan aanmelden. Bijgevolg kan aan deze documenten geen doorslaggevende bewijskracht worden toegekend. Ten slotte kan nog vermeld worden dat ik ook ten aanzien van uw vrouw, Merlinda Aziri, een bevestigende beslissing van weigering van verblijf genomen heb. C. Conclusie Op basis van de elementen uit uw dossier, bevestig ik de beslissing van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse zaken waarbij u het verblijf op het grondgebied werd geweigerd. Steunend op artikel 52 van de vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag kennelijk ongegrond is. Ik meen bovendien dat u in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat u ontvlucht bent, en waar volgens uw verklaring, uw leven, uw fysieke integriteit of uw vrijheid in gevaar zou verkeren. Behoudens een andere beslissing van de minister van Binnenlandse zaken of zijn gemachtigde dient u binnen de 5 dag(en), ingaand op de datum van de kennisgeving van deze beslissing het grondgebied te verlaten (Koninklijk Besluit van 19/05/
  5. artikel 17, par. 2, al 2.). 2.
  6. Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending opwerpt van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en de materiële motiveringsplicht; dat zij aanvoert dat zij voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van artikel 1, A), 2 van de Vluchtelingenconventie van Genève, dat zij vreest dat zij opnieuw zou worden opgepakt en beschuldigd van medische hulp aan het UCK en dat haar echtgenote opnieuw zou worden mishandeld, dat de verzoekende partij aldus vervolgd wordt omwille van het vermeende behoren tot een politieke strekking en dat uit de bestreden beslissing niet blijkt waarom de asielaanvraag van de verzoekende partij geen verband zou houden met de criteria van de Vluchtelingenconventie van Genève; 2.
  7. Overwegende dat de motieven van de bestreden beslissing op eenvoudige wijze in die beslissing kunnen worden gelezen zodat de verzoekende partij er kennis van heeft kunnen nemen en heeft kunnen nagaan of het zin heeft de bestreden beslissing aan te vechten met de beroepsmogelijkheden waarover zij in rechte beschikt; dat XIV-18.327-4/6 daarmee aan de voornaamste doelstelling van de formele motiveringsplicht is voldaan; dat de verzoekende partij zich voor het overige beperkt tot een herhaling van haar standpunt dat zij aan de voorwaarden voldoet om als vluchteling te worden erkend doch dat zij voorbijgaat aan de concrete motieven op grond waarvan haar aanvraag met de bestreden beslissing wordt verworpen; dat dient te worden herhaald dat de Raad van State niet bevoegd is om zich in de plaats te stellen van de overheid en de asielaanvraag opnieuw ten gronde te beoordelen; dat de verzoekende partij met de loutere herhaling van haar eigen standpunt niet aannemelijk maakt dat de bestreden beslissing op grond van onjuiste feitelijke gegevens of op kennelijk onredelijke wijze is genomen; dat het enige middel ongegrond is;
  8. Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  9. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  10. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen september tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, XIV-18.327-5/6 M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-18.327-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.713 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.