id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.752 Rolnummer: A. 77923/IX-1103 Zaak: Arrest 148752 - - 12/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-09-27 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 23:36 Fiche Arrest nr 148.752 van 12 september 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 148.752 van 12 september 2005 in de zaak A. 77.923/IX-
- In zake : Freddy VERBEKEN, wonende te LOVENDEGEM, Sparrestraat 48 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Freddy VERBEKEN op 18 maart 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 18 november 1997 in zoverre William VAN VAERENBERG benoemd wordt tot auditeur-generaal van financiën bij de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, en van de impliciete weigering hem in die betrekking te benoemen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 19 december 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; IX-1103-1/5 Gelet op de beschikking van 26 mei 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 juni 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. CORNUT, die verschijnt voor verzoeker, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- Verzoeker is eerste auditeur bij de centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen. 1.
- Bij dienstnota van 4 augustus 1997 worden zes betrekkingen van auditeur-generaal van financiën bij de centrale diensten van de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit vacant verklaard. Er stellen zich eenenveertig ambtenaren kandidaat, waaronder verzoeker en William VAN VAERENBERG. 1.
- De directieraad van het ministerie van Financiën onderzoekt de kandidaturen in zijn vergadering van 12 september
- IX-1103-2/5 Voor de zes betrekkingen van auditeur-generaal bij de admini- stratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit worden William VAN VAEREN- BERG, Ferdinand HAMELS, André PAQUAY, Jean-Luc MARCHAL, Hervé FAUTRE en Paul DE ROM voorgesteld. Die voorstellen worden bij mededeling nr. 1171 van 16 september 1997 ter kennis gebracht van de kandidaten. 1.
- Op 18 september 1997 dient verzoeker bij de directieraad een bezwaarschrift in tegen de voordrachten van William VAN VAERENBERG en Ferdinand HAMELS. 1.
- De directieraad onderzoekt het bezwaarschrift in zijn vergadering van 10 oktober
- Hij oordeelt eenparig het bezwaarschrift zonder gevolg te laten. 1.
- Op 21 januari 1998 wordt aan verzoeker een afschrift overge- maakt van het bestreden koninklijk besluit van 18 november
- 1.
- Bij koninklijk besluit van 19 maart 1998 wordt verzoeker met ingang van 1 juli 1997 ambtshalve bij wege van graadverandering benoemd tot directeur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen;
- Over de ontvankelijkheid. 2.
- Overwegende dat de verwerende partij aanvoert dat het beroep niet ontvankelijk is in zoverre het gericht is tegen de impliciete weigering om verzoeker te bevorderen tot auditeur-generaal, aangezien dergelijke bevordering niet het voorwerp uitmaakt van een gebonden bevoegdheid; dat de anciënniteits- rangschikking niet bindend is, maar slechts indicatief; IX-1103-3/5 2.
- Overwegende dat de vernietiging van een impliciete weigering tot benoemen maar zinvol is wanneer de benoemende overheid de benoeming verricht op grond van een gebonden bevoegdheid; dat uit de artikelen 14 en 60 van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 houdende het organiek reglement van het ministerie van Financiën, samengelezen met de bijlage VI bij dat besluit, blijkt dat voor de benoeming naar rang 15, de directieraad steeds een gemotiveerd advies moet geven zoals bedoeld in artikel 23 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de loopbaan en de evaluatie van de rijksambtenaren; dat voor die benoemingen het college van dienstchefs een rangschikking moet opmaken van de gegadigden op basis van hun verdienste, waarde en geschiktheid; dat voor die benoemingen derhalve de normale regeling van het statuut van het overheids- personeel geldt, dit wil zeggen dat het college van dienstchefs de titels en verdiensten van de gegadigden moet vergelijken en op basis van die vergelijking een rangschik- king moet opmaken en dat ook de benoemende overheid haar beslissing moet steunen op een vergelijking van de titels en verdiensten van de onderscheiden kandidaten; dat die benoemingen aldus benoemingen naar keuze zijn; dat verzoeker bovendien bij de uiteenzetting van het eerste middel in zijn verzoekschrift stelt dat “het een niet gebonden bevordering tot rang 15 (betreft), waarvoor de benoemende overheid over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt”; dat de vordering niet ontvankelijk is voor zover ze de nietigverklaring beoogt van de impliciete weigering verzoeker te benoemen tot auditeur-generaal van financiën; 2.
- Overwegende dat bij arrest nr. 102.856 van 24 januari 2002 de benoeming van William VAN VAERENBERG tot auditeur-generaal van financiën is vernietigd; dat de vordering tot nietigverklaring tegen die benoeming derhalve doelloos is geworden; 2.
- Overwegende dat uit het voorgaande blijkt dat de vordering deels onontvankelijk en deels doelloos is geworden; dat, gelet op de concrete omstandig- heden van de zaak, het past de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen, IX-1103-4/5 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf september 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-1103-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.752 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.