← België

Arrest 148753 - - 12/09/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.753 Rolnummer: A. 77940/IX-1104 Zaak: Arrest 148753 - - 12/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-09-27 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 23:36 Fiche Arrest nr 148.753 van 12 september 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 148.753 van 12 september 2005 in de zaak A. 77.940/IX-

  1. In zake : Liliane POLLET, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Liliane POLLET op 19 maart 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 18 november 1997 in zoverre William VAN VAERENBERG, Ferdinand HAMELS en Paul NECKEBROECK ambtshalve door verandering van graad benoemd worden tot directeur bij de centrale diensten van de administratie van de BTW, registratie en domeinen, en in zoverre William VAN VAERENBERG en Ferdinand HAMELS bevorderd worden tot de graad van auditeur-generaal van Financiën bij de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit en Paul NECKEBROECK bevorderd wordt tot de graad van auditeur-generaal van Financiën bij de administratie van Fiscale Zaken, en van de impliciete weigering om haar ambtshalve te benoemen tot de graad van directeur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen en haar te bevorderen tot de graad van auditeur-generaal; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; IX-1104-1/8 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 23 juli 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 26 mei 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 juni 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. DE PRETER, die loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor verzoekster, en van inspecteur van Financiën J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  3. Verzoekster is eerste auditeur bij het hoofdbestuur van de BTW, registratie en domeinen. IX-1104-2/8 1.
  4. Bij dienstnota’s van 4 augustus 1997 worden zes betrekkingen van auditeur-generaal van financiën bij de centrale diensten van de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit en twee betrekkingen van auditeur-generaal van financiën bij de administratie van fiscale zaken vacant verklaard. Er stellen zich eenenveertig ambtenaren kandidaat voor de betrekkingen bij de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit en vijfendertig voor de betrekkingen bij de administratie van fiscale zaken. Verzoekster, William VAN VAERENBERG, Ferdinand HAMELS en Paul NECKEBROECK kandideren voor beide administraties. 1.
  5. Al de kandidaturen voor die betrekkingen maken het voorwerp uit van één globaal onderzoek door de directieraad van het ministerie van Financiën in zijn zitting van 12 september
  6. Voor de zes betrekkingen van auditeur-generaal bij de admini- stratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit worden William VAN VAEREN- BERG, Ferdinand HAMELS, André PAQUAY, Jean-Luc MARCHAL, Hervé FAUTRE en Paul DE ROM voorgesteld en voor de twee betrekkingen van auditeur- generaal van financiën bij de administratie van fiscale zaken Paul NECKEBROECK en Jacques GOMBEER. Die voorstellen worden bij mededeling nr. 1171 van 16 september 1997 ter kennis gebracht van de kandidaten. 1.
  7. Verzoekster dient bij de directieraad een bezwaarschrift in tegen de voordrachten van William VAN VAERENBERG, Ferdinand HAMELS en Paul NECKEBROECK. 1.
  8. De directieraad onderzoekt het bezwaarschrift in zijn vergadering van 10 oktober
  9. Hij oordeelt eenparig het bezwaarschrift zonder gevolg te laten. 1.
  10. Op 23 januari 1998 wordt aan verzoekster een afschrift over- gemaakt van het bestreden koninklijk besluit van 18 november
  11. IX-1104-3/8 1.
  12. Bij koninklijk besluit van 19 maart 1998 wordt verzoekster met ingang van 1 juli 1997 ambtshalve bij wege van graadverandering benoemd tot directeur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen. 1.
  13. Bij koninklijk besluit van 1 mei 1999 wordt Paul NECKE- BROECK met ingang van 1 juni 1999 benoemd tot adjunct-administrateur-generaal van de belastingen in overtal bij de administratie van fiscale zaken;
  14. Over de ontvankelijkheid. 2.1.
  15. Overwegende dat de verwerende partij aanvoert dat er onvoldoende samenhang bestaat tussen de verschillende bestreden benoemingen opdat ze ontvankelijk in één enkel verzoekschrift zouden kunnen worden bestreden; dat de benoemingen bij de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit en deze bij de administratie van fiscale zaken gebeurden ingevolge twee onderschei- den procedures; dat er andere profielvoorwaarden golden en dat er geen enkele band is tussen de benoemingen in de verschillende administraties; dat de vordering vanuit het oogpunt van het meervoudig voorwerp bijgevolg slechts ontvankelijk is voor zover ze gericht is tegen de benoemingen die werden gedaan bij de eerstgenoemde administratie, zijnde deze van William VAN VAERENBERG en Ferdinand HAMELS; 2.1.
  16. Overwegende dat verzoekster daarop antwoordt dat met eenzelfde verzoekschrift meerdere benoemingen kunnen worden bestreden indien zij tot stand zijn gekomen op grond van dezelfde statutaire regels en ingevolge eenzelfde procedure en a fortiori indien tegen die benoemingen dezelfde annulatiemiddelen worden aangevoerd; dat het gebruik van één enkel verzoekschrift alleen dan niet is toegelaten wanneer er in het geheel geen band is tussen de verschillende bestreden benoemingen, zoals wanneer ze het voorwerp zijn geweest van onderscheiden bevorderingsprocedures en zij slechts ongeveer tegelijkertijd werden verleend en bekendgemaakt of nog wanneer het onderzoek van het beroep in zijn geheel zou meebrengen dat twee onderscheiden onderzoeken zouden moeten gevoerd worden; IX-1104-4/8 dat er in onderhavig geval samenhang en parallellisme is in de benoemingsprocedure, aangezien het gaat om benoemingen die kaderen in de herstructurering van de belastingsadministraties, de vacatures bekendgemaakt werden met dienstbrieven van dezelfde datum, William VAN VAERENBERG en Ferdinand HAMELS kandidaat waren voor alle betrekkingen, alle kandidaturen zouden zijn onderzocht door het college van dienstchefs van de algemene administratie der belastingen, de directieraad de kandidaturen getoetst heeft aan alle vacatures tegelijk en er één bezwaarprocedure voor alle voorstellen was en aangezien tenslotte alle bevorderingen gebeurden bij één enkel koninklijk besluit; 2.1.
  17. Overwegende dat in de regel in het belang van een goede rechtsbedeling, voor elke vordering een afzonderlijk geding moet worden ingespan- nen; dat meerdere vorderingen slechts ontvankelijk in een enkel verzoekschrift kunnen worden aanhangig gemaakt indien de wezenlijke elementen ervan zozeer samenhangen dat het aangewezen lijkt, onder meer voor het gemak van het onderzoek of ter voorkoming van tegenspraak tussen rechterlijke beslissingen, die rechtsvorderingen als een zaak te behandelen en er in één arrest uitspraak over te doen of nog indien het als waarschijnlijk voorkomt dat de vaststellingen gedaan of de beslissingen genomen met betrekking tot een vordering een weerslag zullen hebben op de uitkomst van de andere; dat, indien de vorderingen niet voldoende samenhangen, alleen de belangrijkste of, bij gelijk belang, de eerst in het verzoek- schrift vernoemde vordering geacht wordt regelmatig te zijn ingesteld; dat wanneer meerdere benoemingen in een en hetzelfde verzoekschrift worden bestreden, er slechts voldoende samenhang tussen die benoemingen is indien zij zijn gebeurd op basis van eenzelfde benoemingsprocedure of indien de procedures volledig gelijktijdig zijn verlopen en het onderzoek van de beroepen geen afzonderlijke behandeling noch afzonderlijke debatten vereist; dat te dezen de bestreden bevorderingen tot auditeur- generaal verricht zijn in afzonderlijke fiscale besturen en dat voor de benoeming in de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit en in de administratie van fiscale zaken er afzonderlijke profielen waren opgemaakt; dat de benoemingspro- cedures zijn gestart door afzonderlijke vacantverklaringen van dezelfde datum; dat die procedures gelijktijdig zijn verlopen, doch dat zij feitelijk los van elkaar staan; dat IX-1104-5/8 daarenboven de middelen die verzoekster aanvoert voor iedere bestreden benoeming een afzonderlijk onderzoek vereisen, meer bepaald moet voor elke benoeming afzonderlijk onderzocht worden of de middelen opgaan vermits zij te maken hebben met de vergelijking van de titels en verdiensten; dat er wel voldoende samenhang bestaat tussen de benoemingen van William VAN VAERENBERG en Ferdinand HAMELS aangezien zij het resultaat zijn van één en dezelfde procedure voor de benoeming van auditeurs-generaal van financiën bij de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit; dat aldus verzoeksters vordering slechts ontvankelijk is voor zover ze gericht is tegen het eerste voorwerp, met name tegen de benoeming van William VAN VAERENBERG en Ferdinand HAMELS tot auditeur-generaal bij de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit; dat zij derhalve niet ontvankelijk is voor het overige; 2.
  18. Overwegende dat bij arrest nr. 102.856 van 24 januari 2002 de benoemingen van William VAN VAERENBERG en Ferdinand HAMELS tot directeur en tot auditeur-generaal zijn vernietigd; dat de vordering tot nietig- verklaring tegen die benoemingen derhalve doelloos is geworden; 2.
  19. Overwegende dat verzoekster, die zelf bij koninklijk besluit van 19 maart 1998 met ingang van 1 juli 1997 ambtshalve bij wege van graadverandering benoemd is tot directeur bij de administratie van de BTW, registratie en domein, in haar memorie van wederantwoord afstand doet van haar vordering met betrekking tot de ambtshalve benoemingen tot directeur en de impliciete weigering haar bij wege van graadverandering te benoemen tot directeur; dat niets zich tegen die afstand verzet; 2.
  20. Overwegende dat de verwerende partij ook nog aanvoert dat het beroep niet ontvankelijk is in zoverre het gericht is tegen de impliciete weigering om verzoekster te bevorderen tot auditeur-generaal, aangezien dergelijke bevordering niet het voorwerp uitmaakt van een gebonden bevoegdheid; dat de anciënniteits- rangschikking niet bindend is, maar slechts indicatief en kan worden gecorrigeerd door de vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten; IX-1104-6/8 2.
  21. Overwegende dat de vernietiging van een impliciete weigering tot benoemen maar zinvol is wanneer de benoemende overheid de benoeming verricht op grond van een gebonden bevoegdheid; dat uit de artikelen 14 en 60 van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 houdende het organiek reglement van het ministerie van Financiën, samengelezen met de bijlage VI bij dat besluit, blijkt dat voor de benoeming naar rang 15, de directieraad steeds een gemotiveerd advies moet geven zoals bedoeld in artikel 23 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de loopbaan en de evaluatie van de rijksambtenaren; dat voor die benoemingen het college van dienstchefs een rangschikking moet opmaken van de gegadigden op basis van hun verdienste, waarde en geschiktheid; dat voor die benoemingen derhalve de normale regeling van het statuut van het overheids- personeel geldt, dit wil zeggen dat het college van dienstchefs de titels en verdiensten van de gegadigden moet vergelijken en op basis van die vergelijking een rangschik- king moet opmaken en dat ook de benoemende overheid haar beslissing moet steunen op een vergelijking van de titels en verdiensten van de onderscheiden kandidaten; dat die benoemingen aldus benoemingen naar keuze zijn; dat de vordering niet ontvankelijk is voor zover ze de nietigverklaring beoogt van de impliciete weigering verzoekster te benoemen tot auditeur-generaal van financiën; 2.
  22. Overwegende dat uit het voorgaande blijkt dat de vordering deels onontvankelijk en deels doelloos is geworden; dat, gelet op de concrete omstandig- heden van de zaak, het past de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
  23. IX-1104-7/8 Het beroep wordt verworpen. Artikel
  24. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf september 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-1104-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.753 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.