← België

Arrest 148759 - - 12/09/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.759 Rolnummer: A. 110945/IX-3083 Zaak: Arrest 148759 - - 12/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-09-22 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 23:39 Fiche Arrest nr 148.759 van 12 september 2005 - Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 148.759 van 12 september 2005 in de zaak A. 110.945/IX-

  1. In zake : Eddy DUPUIS, die woonplaats kiest bij advocaten W. VAN DER GUCHT en F. DIEU, kantoor houdende te GENT, Sint-Denijslaan 201 tegen :
  2. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken,
  3. de Selectiecommissie van de Politiezone Oostende,
  4. de stad OOSTENDE, die woonplaats kiest bij advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te GENT, Visserij 157 A. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Eddy DUPUIS op 1 oktober 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van : - het besluit van 22 mei 2001 van de selectiecommissie waarbij de resultaten van de assessmentproef in het kader van de aanstelling van korpschef van lokale politie in de politiezone Oostende wordt gevalideerd, - het besluit van de gemeenteraad van Oostende tot voordracht van een kandidaat voor de benoeming tot korpschef, - het koninklijk besluit van 20 juli 2001 tot aanstelling van Philip CAESTECKER tot korpschef van de lokale politie in de politiezone Oostende; IX-3083-1/6 Gelet op het arrest nr. 103.133 van 4 februari 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 14 maart 2002 door verzoeker; Gezien de memorie van toelichting en de “memorie van antwoord” van de tweede verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de beschikking van 3 december 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van verzoeker en van de derde verwerende partij; Gelet op de beschikking van 20 mei 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 juni 2005; Gelet op het faxbericht van 17 juni 2005 waarbij de zaak wordt uitgesteld naar de openbare terechtzitting van 27 juni 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. DIEU, die verschijnt voor de verzoekende partij, van attaché I. DE PAEPE, die verschijnt voor de eerste verzoekende partij, en van advocaat G. JACOBS die, loco advocaat B. ROELANDTS verschijnt voor de derde verwerende partij; Gehoord het advies van auditeur H. COLIN; IX-3083-2/6 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  5. Overwegende dat het koninklijk besluit van 31 oktober 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden en de modaliteiten van de eerste aanstelling in bepaalde betrekkingen van de lokale politie de wijze bepaald heeft waarop, bij de inplaatsstelling van de lokale politiekorpsen na de inwerkingtreding van de wet van 8 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, de korpschef in een nieuwe politiezone wordt aangesteld; Overwegende dat de vacature voor het ambt van korpschef in de lokale politiezone Oostende op 31 januari 2001 bekendgemaakt wordt; dat achttien kandidaten, waaronder verzoeker -die op dat ogenblik hoofdcommissaris/korpschef van de stedelijke politie te Oostende is- ontvankelijk hun kandidatuur stellen; dat de kandidaten onderworpen worden aan een assessmentproef; dat verzoeker in die proef “niet geschikt” wordt verklaard, waardoor hij van de verdere benoemingsprocedure wordt uitgesloten; dat de gemeenteraad van de stad Oostende op 1 juni 2001 besluit Philip CAESTECKER voor te dragen als korpschef van de lokale politie van de zone Oostende; dat hij bij koninklijk besluit van 20 juli 2001 voor de duur van vijf jaar tot korpschef aangewezen wordt;
  6. Overwegende dat de vertegenwoordiger van de eerste verwerende partij ter terechtzitting opmerkt dat de bevoegde dienst van het ministerie -de juridische dienst- sinds de oproeping voor de openbare terechtzitting in de schorsingszaak geen enkele mededeling van de Raad van State ontvangen heeft, dat dit verklaart waarom er voor de eerste verwerende partij geen memorie van antwoord noch een laatste memorie ingediend is en dat zij alsnog de gelegenheid wil krijgen om haar verdediging uiteen te zetten; Overwegende dat het verzoekschrift waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit gevorderd werd, voor wat de eerste IX-3083-3/6 verwerende partij betreft ter kennis gebracht is van de minister van Binnenlandse Zaken op het kantoor van de “Federale Politie, Algemene Directie Personeel, Directie van de juridische dienst, het contentieux en de statuten”, Fritz Toussaintstraat 47, 1050 Brussel; dat de nota met opmerkingen in de schorsingszaak opgesteld is door de juridische dienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en dat die nota “namens de Minister van Binnenlandse Zaken”, ondertekend is door de Directeur- Generaal van de Algemene directie van de Wetgeving en van de Nationale Instellingen” met als dienstadres Koningsstraat, 66, 1 000 Brussel; dat evenwel, behoudens de oproeping voor de openbare terechtzitting in de schorsingszaak, alle verdere procedurestukken verzonden zijn naar het kantoor van de Federale Politie, waar zij zonder opmerkingen in ontvangst genomen zijn; Overwegende dat, naar analogie met artikel 42 en 705 van het Gerechtelijk Wetboek, aangenomen kan worden dat de nota met opmerkingen de aanwijzing bevat van het kantoor van de ambtenaar die namens de minister de zaak zal behartigen; dat de eerste verwerende partij er dan ook mocht op vertrouwen dat alle kennisgevingen op dat adres zouden gebeuren; dat de omstandigheid dat de dienst van de Federale Politie waar de kennisgevingen steeds zonder opmerkingen in ontvangst genomen zijn, de stukken niet aan de bevoegde ambtenaar van zijn eigen ministerie overgemaakt heeft, niet van aard is om de gebrekkige aanzegging van de procedurestukken te dekken; dat de eerste verwerende partij derhalve nog de gelegenheid moet krijgen om haar verweer uiteen te zetten, BESLUIT: Artikel
  7. De debatten worden heropend. IX-3083-4/6 Artikel
  8. De processtukken worden ter kennis gebracht van de eerste verwerende partij op het adres van de door de minister van Binnenlandse Zaken aangewezen dienst. Artikel
  9. De eerste verwerende partij kan binnen de dertig dagen na de ontvangst van die stukken een verweerschrift indienen en desgevallend een administratief dossier neerleggen. Artikel
  10. De verzoekende partij beschikt vervolgens over dezelfde termijn om een antwoordnota in te dienen. Artikel
  11. Het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat wordt ermee belast het onderzoek van de zaak voort te zetten. IX-3083-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf september 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-3083-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.148.759 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.103.133 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.235 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.