id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.138 Rolnummer: A. 165832/XII-4529 Zaak: Arrest 149138 - - 20/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-09-23 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-03 00:20 Fiche Arrest nr 149.138 van 20 september 2005 - Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.138 van 20 september 2005 in de zaak A. 165.832/XII-
- In zake : Didier VERDUYN, die woonplaats kiest bij advocaat S. Ronse, kantoor houdende te Kortrijk, President Kennedypark 5 B tegen : de STAD GERAARDSBERGEN, die woonplaats kiest bij advocaten R. De Rouck en N. Herpelinck, kantoor houdende te Ninove, Leopoldlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Didier Verduyn op 7 september 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de ten uitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 23 augustus 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Geraardsbergen om “[g]een toelating te verlenen voor de organisatie van het ‘Imagination Festival’ op het grondgebied Geraardsbergen”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 8 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 september 2005, om 11.00 uur, zitting waarop de zaak wordt uitgesteld naar de zitting van 16 september 2005 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Beleyn, die loco advocaat S. Ronse verschijnt voor verzoeker, en van advocaat N. Herpelinck die in eigen naam en loco advocaat R. De Rouck verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; XII-4529-1/8 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat verzoeker met brief van 30 juni 2005 aan de stad Geraardsbergen om de “goedkeuring” vraagt voor de organisatie, op 8 en 9 juli 2006, op het grondgebied van de stad, van het eerste “Imagination69 Festival in Europa”; dat er in de drie-bladzijdenlange brief sprake is van een “gigantisch” podium met een “enorm klank- en lichtspektakel”, van nationale en internationale modeshows van lingerie, shows van travestieten, dragqueens, “enz.”, van optredens van Praga Khan of The Lords Off Acid, James Brown, Tiesto, de Chippendales en vele andere grote namen”, van “[w]ereldberoemde cocktailshakers” in de “diverse cocktailbars”, van een “250tal exposanten [...] die de Kunst van het Bodypainten, Air Brushen, Tatoeëren, Piercings plaatsten enz... komen demonstreren”, van “sensuele lingerie, video’s, dvd’s, snoep in erotische vormen, erotische gezelschapspelen”, van “sensueel getinte fotoshots van iedereen die het wil”, van vrouwencatch, jacuzzi’s, sauna’s, zonnebanken, bubbelbaden, zwembaden, foorkramen; dat, voorts, in de brief wordt meegedeeld dat het festival er is “voor alle leeftijden”, weliswaar slechts “vanaf 18 jaar”, dat er op minstens 20.000 bezoekers per dag wordt gerekend en, voor de camping, op 9.000 kampeerders “die er bewust een verlengd weekendje zullen van maken”, dat “alle zelfstandigen [...] een graantje mee kunnen pikken van het gigantische evenement”, dat het plaatselijke benzinestation op volle toeren zal draaien “doordat er enorm veel buitenlanders verwacht worden”, dat de naam van de stad zal “pronken op duizenden affiches, honderdduizenden flyers, tal van radio- en televisiespotjes en op het Internet”, dat er uitgebreid reclame zal worden gemaakt in België, Nederland, Duitsland, Engeland en Frankrijk; dat, ten slotte, verzoeker in de brief er op wijst dat “het nodig [is] dat we een kerngroep bouwen bestaande uit de diverse diensten zoals politie, brandweer, rode kruis, organisatie, security en een verantwoordelijke van het stadsbestuur”, dat die kerngroep maandelijks moet vergaderen “om het verloop van de opbouw van het festival en de diverse veiligheids- maatregelen zoals noodplan, rampenplan en verkeersplan te evalueren”, dat de organisatie van het festival “zeker één jaar voorbereiding” vergt, en dat een “PowerPoint voorstelling” beschikbaar is “om u even de inhoud van het festival toe te lichten”; Overwegende dat reeds twee weken later, met een brief van 14 juli 2005, het college van burgemeester en schepenen aan verzoeker ter kennis brengt dat het hem “de toestemming [verleent] om het Imagination Festival te organiseren op XII-4529-2/8 het grondgebied van Geraardsbergen op 8 en 9 juli 2006”; dat evenwel met een tweede brief, 25 augustus 2005 gedateerd, het college aan verzoeker laat weten wat volgt : “Het College van Burgemeester en Schepenen heeft in nauw overleg met de politiediensten het voorstel voor de organisatie van het ‘Imagination Festival’ onderzocht. Gezien de grootschaligheid van het evenement wordt de capaciteit van ons grondgebied overtroffen en kan de veiligheid onvoldoende gewaarborgd worden. Daarom komt het College van Burgemeester en Schepenen terug op haar beslissing d.d. 12 juli 2005 en verleent dan ook geen toestemming om het evenement te laten plaatsvinden op het grondgebied van Geraardsbergen”;
- Overwegende dat verwerende partij de ontvankelijkheid van de vordering betwist; dat zij in de eerste plaats tegenwerpt dat verzoeker geen rechtstreeks belang heeft aangezien de aanvraag van 30 juni 2005 werd ingediend door “Swam”; dat zij in de tweede plaats doet gelden dat verzoeker niet aantoont over een rechtmatig belang te beschikken omdat hij werkloosheidsuitkeringen geniet en niet doet blijken van een bijzondere machtiging om een zelfstandige activiteit uit te oefenen; Overwegende dat in de huidige stand van zaken “Swam” niet meer blijkt te zijn dan een loutere fantasienaam waarvan verzoeker zich soms bedient; dat inzonderheid niet blijkt dat het om een rechtspersoon zou gaan; dat verwerende partij dat goed lijkt te weten ook; dat zowel haar antwoord van 14 juli 2005 op de aanvraag van 30 juni 2006, als de brief van 25 augustus 2005 waarin op de verleende toelating teruggekomen wordt, aan verzoeker en niet aan “Swam” gericht zijn; dat de eerste exceptie verworpen wordt; Overwegende dat de tweede exceptie inhaakt op de mededeling van verzoeker, in het verzoekschrift, dat hij een werkloosheidsuitkering ontvangt en in samenspraak met de RVA als beginnende zelfstandige het voordeel van een overgangsmaatregel geniet; dat het bewijs hiervan niet bij het verzoekschrift was gevoegd; dat het wel ter terechtzitting van 16 september 2005 wordt voorgelegd; dat bijgevolg ook de tweede exceptie verworpen moet worden;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder XII-4529-3/8 de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is;
- Overwegende, met betrekking tot de eerste grondvoorwaarde, dat verzoeker in een enig middel de schending aanvoert van het rechtszekerheidsbeginsel en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen; dat hij toelicht dat de eerste beslissing van het schepencollege rechtscheppend én regelmatig is, dat zij onder geen enkele omstandigheid kan worden ingetrokken en dat, minstens, de bestreden beslissing niet de concrete en precieze elementen bevat die aangeven waarom de ingetrokken beslissing onregelmatig was; Overwegende dat verwerende partij in de nota repliceert dat er geen sprake kan zijn van de intrekking van een toelating, aangezien er geen toelating is geweest, maar “(slechts) een gunstig advies”, en dat de bestreden beslissing afdoende gemotiveerd is : “De eerste bekommernis bij het organiseren van zo’n grootschalig evenement is het veiligheidsaspect. Dit is determinerend. Het politiekorps van Geraardsbergen heeft haar reserves uitgedrukt om zo’n organisatie in goede banen te leiden. Het College van Burgemeester en Schepenen dient in eerste instantie te oordelen over de veiligheid en de rust van haar inwoners, zodat het verschaffen van prioriteit van dit aspect volledig in overeenstemming is met de regelgeving inzake de motiveringsplicht”; Overwegende dat te dezen op het eerste gezicht buiten betwisting is dat een regelmatige administratieve rechtshandeling die rechten toekent aan derden, niet kan worden ingetrokken; Overwegende dat wel verwerende partij meent geen rechtscheppende bestuurshandeling jegens verzoeker gesteld te hebben; dat zij zich op het eerste gezicht vergist; dat het college van burgemeester en schepenen, luidens de notulen van de zitting van 12 juli 2005, “een gunstig advies [verleent] aan de vraag d.d. 01.07.2005 van de heer D. Verduyn tot het organiseren van een tweedaags openluchtevenement ‘Imagination Festival’ op het grondgebied van Geraardsbergen XII-4529-4/8 op 08 en 09 juli 2006”; dat, in zoverre de exacte strekking van genoemd advies onduidelijk mocht zijn, die onduidelijkheid in de huidige stand van de procedure geheel wordt weggenomen door de brieven van 14 juli 2005 en 25 augustus 2005 van het schepencollege aan verzoeker; daarin is sprake van “verleent u de toestemming”, respectievelijk “komt [...] terug op haar beslissing d.d. 12 juli 2005 en verleent dan ook geen toestemming”; dat bovendien, getuige stuk 3 van verzoeker, eveneens op de website van de verwerende partij uitdrukkelijk gewaagd wordt van een op 12 juli 2005 verleende “toelating tot het organiseren van een ‘Imagination Festival’”; Overwegende dat om die toelating alsnog in te trekken, verweren- de partij in de bestreden beslissing de grootschaligheid van het festival en, daardoor het gevaar voor de veiligheid, aanvoert; dat nochtans verzoeker in zijn aanvraag allerminst een geheim heeft gemaakt van de grootschaligheid van het geplande evenement en nadrukkelijk het veiligheidsaspect ervan heeft beklemtoond; dat een en ander de verwerende partij er niet van weerhouden heeft met de aanvraag in te stemmen; dat zij de omvang en het veiligheidsrisico van het festival nadien blijkbaar anders is gaan beoordelen; dat zulks niet zomaar uitwijst dat de eerste beoordeling onregelmatig was; dat dit des te minder het geval is waar verwerende partij ter staving van haar gewijzigde houding verwijst -in de bestreden beslissing en in de nota- naar reserves vanwege de politiediensten en waar die reserves -blijkens stuk 2 van het administratief dossier- géén verband lijken te houden met de onmogelijkheid om vanwege de grootschaligheid de veiligheid te waarborgen, maar met bedenkingen over de persoon van verzoeker, evenals met “milieuoverwegingen”; Overwegende dat het middel ernstig is; dat aan de eerste voorwaarde voldaan is;
- Overwegende, met betrekking tot de tweede voorwaarde, dat verzoeker uiteenzet dat hij een “gigantisch financieel nadeel” lijdt en aanzienlijke inkomsten derft (volgens raming meer dan 900.000 euro), dat de organisatie van het project zijn enige lucratieve vooruitzicht is om uit de werkloosheid te treden, dat die organisatie “zo goed als zijn full-time bezigheid” is, dat hij zich ondertussen tegenover diverse personen contractueel verbonden heeft (“huur grond, tenten, veiligheidsdiensten, eten en drank, artiesten, en dergelijke meer”), dat hij dreigt overstelpt te worden met juridische claims, dat hij een evident moreel nadeel lijdt, dat hij al via diverse kanalen kenbaar heeft gemaakt “dat hij één der grootste festivals in de zachterotische sector in Europa zal organiseren te Geraardsbergen op 8 en 9 juli XII-4529-5/8 2006”, dat hij elk sérieux dreigt te verliezen bij het publiek, dat het annuleren van de activiteit een doodssteek voor zijn imago is; Overwegende dat verwerende partij aan verzoeker in essentie gebrek aan goede trouw tegenwerpt, en lichtzinnigheid; Overwegende dat dit verweer niet wordt bijgevallen; dat het gratuit voorkomt om louter uit de bewering van verzoeker dat hij ervaring heeft inzake het inrichten van grote evenementen, af te leiden dat hij dan ook wel reeds eerder gigantische winsten zal hebben geboekt en over een groot vermogen zal beschikken; dat, even gratuit, verwerende partij “alle zogezegde contracten die verzoeker zou hebben afgesloten voor de organisatie van Geraardsbergen” ervan beticht “zonder enige twijfel in collusie [te] zijn opgemaakt” en vals te zijn; dat in dit verband wordt vastgesteld dat verzoekers stavingsstuk 12 op het eerste gezicht alleen een overeenkomst tussen Swam -en niet: de BVBA Swam- en G. Verkindere betreft en dat vooralsnog niet blijkt dat de wijziging, op stavingsstuk 13, van “Kuurne” in “Geraardsbergen” is gebeurd nádat de verhuurder van de tenten op 26 juli 2005 bevestigde: “gereserveerd!”; dat de documenten met hoofding L&L Stage Service, onder stuk 15, geen “zogezegde contracten” zijn, maar offertes, waarmee verzoeker kennelijk alleen de juistheid van zijn kostenraming beoogt aan te tonen; dat, ten slotte, verwerende partij verzoeker tevergeefs voorbarigheid en foutieve lichtzinnig- heid verwijt, door te zijn voortgegaan op wat slechts een advies van het schepencol- lege was; dat dit advies van 14 juli 2005 verzoeker als een “toestemming” ter kennis is gebracht en, zoals bij de bespreking van het middel gezien, op het eerste gezicht ook op goede grond als zo’n toestemming mag worden opgevat; Overwegende dat verzoeker voldoende en voldoende geloofwaardige stukken bijbrengt ter staving van het aangevoerde nadeel; dat het tevens, in zijn geheel beschouwd, als ernstig en moeilijk herstelbaar wordt be- schouwd; dat aan de tweede grondvoorwaarde voor een schorsing is voldaan;
- Overwegende, met betrekking tot de derde schorsingsvoorwaarde, dat verzoeker betoogt dat de grootschaligheid van het geplande evenement (“één der grootste festivals van zijn soort in Europa”) vereist dat hij “ongeveer één jaar op voorhand vaste vorm [...] [kan] geven aan zijn project”, dat honderden contacten dienen gelegd met verschillende actoren: besturen, personeel, leveranciers, veiligheids- en hulpdiensten, artiesten, enzovoort, dat er ook voldoende tijd moet zijn XII-4529-6/8 om publiciteit te voeren en dat een uitspraak volgens de gewone schorsingsvoorwaarde “onherroepelijk te laat zal komen om redelijkerwijze nog enig nuttig effect teweeg te brengen”; Overwegende dat verwerende partij in substantie repliceert dat verzoeker niet aannemelijk maakt voor het festival honderden contracten te moeten sluiten en dat hij elf dagen heeft gewacht vooraleer contact op te nemen met zijn raadsman; Overwegende dat het festival dat verzoeker begin juli 2006 wil organiseren uitzonderlijke proporties heeft; dat verzoeker dat van meet af aan, in zijn aanvraag, duidelijk te kennen heeft gegeven; dat precies ook vanwege die grootscha- ligheid de verwerende partij er toe gekomen is haar aanvankelijke toestemming weer in te trekken; dat het apert is dat een dergelijk megafestival een dito voorbereiding vereist; dat het in dit verband niet ongeloofwaardig is dat er zich honderden contacten -niet “contracten”, zoals verwerende partij in het verzoekschrift leest- met diverse personen en instanties opdringen; dat, ook evident, die voorbereiding, inbegrepen het voeren van de nodige publiciteit, zeer veel tijd vergt; dat bijgevolg verzoekers verzuchting dat hij reeds “ongeveer één jaar op voorhand” een minimale zekerheid over het project dient te hebben, niet overdreven is; dat alleen een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid aan die verzuchting tegemoet kan komen; dat een interval van negen tot twaalf dagen tussen de ontvangst van de bestreden beslissing en het instellen van de besproken vordering geenszins van aard is de inherente dringende noodzakelijkheid van de nagestreefde schorsing tegen te spreken; dat ook de derde, en laatste, schorsingsvoorwaarde vervuld is, BESLUIT: Artikel
- Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 23 augustus 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Geraardsbergen om zijn toelating voor de organisatie van het ‘Imagination Festival’ op 8 en 9 juli 2006 in te trekken. Artikel
- XII-4529-7/8 De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig september 2005, door : De HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4529-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.138 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.269 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.