id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.307 Rolnummer: A. 153487/XIV-20064 Zaak: Arrest 149307 - - 22/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-04 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-03 00:39 Fiche Arrest nr 149.307 van 22 september 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.307 van 22 september 2005 in de zaak A. 153.487/XIV-20.064 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat Z. MAGLIONI, kantoor houdende te 4000 LUIK, rue de Joie 56 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Russische nationaliteit, op 5 juli 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 28 mei 2004 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 22 december 2003 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gelet op de beschikking van 26 juli 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij teneinde te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 24 maart 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 mei 2005; XIV-20.064-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. VANDERPUTTEN die loco advocaat Z. MAGLIONI verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché G. DESNYDER, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 3 september 2003 en zich vluchteling verklaart op dezelfde dag; dat op 22 december 2003 de minister van Binnenlandse Zaken beslist tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat op 28 mei 2004 de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing bevestigt; dat dit de thans bestreden beslissing is, die luidt als volgt: “U werd verhoord op het Commissariaat-generaal (CGVS) in het bijzijn van uw raadsman, Michael Coliotta. U, een Russisch staatsburger van Tataarse origine, verklaart dat u woonde in de republiek Bashkortostan. U had samen met uw partner, Gazizullin Ildus (OV 5.502.030) een winkel in Ufa. Rond 12 maart 2003 werd u in uw winkel onder druk gezet door 3 Bashkirse nationalisten die maandelijks een bedrag van 10000 roebel eisten ter ondersteuning van de Bashkirse Nationalistische partij, 'Kuruitaj-Bashkir', daar dit volgens hen de plicht was van elke niet- Bashkirse zaakvoerder. U en uw partner weigerden dit bedrag te betalen. Eind maart 2003 werd schade toegebracht aan uw winkel en er stond geschreven dat Tataren weg moesten uit Bashkortostan. De politie kwam ter plaatse. Later ontving u een oproepingsbrief om u aan te bieden op het politiebureau op 26 maart 2003 (zie neergelegd document). U verklaarde op het politiebureau over de afpersing door de Nationalisten. Enkele dagen later kreeg u thuis een dreigteiefoon. Begin april 2003 ontving u opnieuw een dreigtelefoon opdat jullie zouden betalen. Op 12 april 2003 werd u in uw winkel aangevallen. U werd fysiek mishandeld. Uw vriend kwam naar de winkel en werd ook geslagen. Jullie dienden te worden verzorgd op de spoedgevallen (zie neergelegd document). Op 15 april 2003 werd u opgenomen in het ziekenhuis en kreeg u een miskraam (zie neergelegd document). U kreeg geen hulp van de politie. Begin mei 2003 contacteerde u de burgemeester van Ufa maar toen u de naam van de partij 'Kuruitaj Bashkir' vermeldde werd u hulp geweigerd. U contacteerde ook tevergeefs de procureur. Hierna ontvingen u en uw man oproepingsbrieven van de politie (zie neergelegde documenten) om jullie aan te bieden op 28 mei
- Het politiehoofd maakte jullie duidelijk dat de partij 'Kuruitaj-Bashkir' een partij was met veel macht in Bashkortostan en hij eiste dat jullie de neergelegde klacht zouden intrekken. Hierna kregen jullie in de winkel bezoek van verschillende inspectiediensten. In juni 2003 kregen jullie een zware boete nadat jullie oproepingsbrieven van de politie hadden ontvangen. Uw dochter was sinds eind april 2003 in medische behandeling omwille van de gevolgen van de stress waaronder zij leed. In juni 2003 werd jullie winkel in brand gestoken. Op 22 juli 2003 werd uw vriend door de politie aangehouden en een nacht vastgehouden. Hij werd door de politie geslagen. Eind juli 2003 diende uw vriend zich opnieuw aan te bieden op het politiebureau waar hij onder druk werd gezet de neergelegde klacht in te trekken. Op 20 augustus 2003 werd jullie appartement in brand gestoken door dezelfde nationalisten die u en uw vriend hadden mishandeld. U vroeg samen met uw dochter, Nurislamova Regina en uw partner asiel aan in België op 3 september
- B. Motivering Uit uw verklaringen blijkt dat u zich baseert op dezelfde asielmotieven als die aangehaald door uw partner ter staving van diens asielaanvraag. Aangezien in hoofde van uw partner een XIV-20.064-2/4 bevestigende beslissing van weigering van verblijf werd genomen, kan ook in uw hoofde onmogelijk een beslissing tot ontvankelijkheid van de asielaanvraag worden weerhouden. De door u neergelegde stukken, namelijk uw paspoort, geboorteakte van uw dochter, attest als ondernemer, attest belastingen, contract met de markt, oproepingsbrieven, medische attesten van u, uw man en uw dochter en een attest van de brandweer, doen geen afbreuk aan bovenstaande vaststelling. C. Conclusie Op basis van de elementen uit uw dossier, bevestig ik de beslissing van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse zaken waarbij u het verblijf op het grondgebied werd geweigerd. Steunend op artikel 52 van de vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag kennelijk ongegrond is. Ik meen bovendien dat u in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat u ontvlucht bent, en waar volgens uw verklaring, uw leven, uw fysieke integriteit of uw vrijheid in gevaar zou verkeren. Behoudens een andere beslissing de minister van Binnenlandse zaken of zijn gemachtigde dient u binnen de 5 dag(en), ingaand op de datum van de kennisgeving van deze beslissing het grondgebied te verlaten (Koninklijk Besluit van 19/05/1993: artikel 17, par. 2, al.2.).”; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij een enig middel aanvoert, dat inhoudelijk identiek is aan het middel dat haar partner Ildus GIZAZULLIN heeft ingeroepen tegen de hem aanbelangende beslissing van de commissaris-generaal van 28 mei 2004 in de zaak, bij de Raad van State gekend onder het nummer A. 153.486/XIV-20.063; dat diens beroep met ‘s Raads arrest nr. 149.306 van 22 september 2005 is verworpen; dat de verzoekende partij derhalve in de huidige zaak hetzelfde middel niet meer op ontvankelijke wijze kan opwerpen en dat zij geen andere middel opwerpt;
- Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat derhalve het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig september tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, XIV-20.064-3/4 staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-20.064-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.307 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div