← België

Arrest 149357 - - 26/09/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.357 Rolnummer: A. 92545/IX-2416 Zaak: Arrest 149357 - - 26/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-19 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-03 00:48 Fiche Arrest nr 149.357 van 26 september 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.357 van 26 september 2005 in de zaak A. 92.545/IX-

  1. In zake : Godelieve SELDERS, wonende te BRUSSEL, Chrysantenstraat 37/H tegen :
  2. het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van JETTE,
  3. de gemeente JETTE,
  4. het Universitair Verplegingscentrum BRUGMANN, dat woonplaats kiest bij advocaat Ph. LEVERT, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 149/
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Godelieve SELDERS op 10 juni 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “
  6. De beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van de gemeente Jette van 21.12.99 houdende aanneming van de overeenkomst betreffende de integratie van de ‘Sp’-dienst in de schoot van het U.V.C. Brugmann.
  7. De beslissing van de Gemeenteraad van Jette van 22.12.99 betreffende dezelfde aangelegenheid.
  8. De beslissing van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van de gemeente Jette van 10.02.2000, houdende overplaatsing van verzoekster naar het U.V.C. Brugmann.
  9. De herneming van de exploitatie van de ‘Sp’-dienst door het U.V.C. Brugmann naar aanleiding van de Algemene Vergadering van de Ziekenhuisvereniging op datum van 24.03.2000.”; IX-2416-1/12 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 31 augustus 2000; Gelet op de beschikking van 3 oktober 2000 die de tussenkomst van het Universitair Verplegingscentrum Brugmann toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur B. THYS; Gelet op de beschikking van 24 november 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 7 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 september 2005; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. OOSTVOGELS, die verschijnt voor verzoekster, van advocaat M. HAEGEMANS, die loco advocaat P. JADOUL, verschijnt voor de eerste en de tweede verwerende partij, van advocaat T. VANTOMME, die loco advocaat Ph. LEVERT, verschijnt voor de derde verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. THYS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; IX-2416-2/12
  10. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  11. Verzoekster is als vastbenoemde kinderverzorgster tewerkgesteld in “de Verpleeginrichting” die als “Sp-dienst” onder het OCMW van Jette ressorteert. 1.
  12. Op 21 december 1999 besluit de raad voor maatschappelijk welzijn van Jette goedkeuring te verlenen aan een overeenkomst met de gemeente Jette en het UVC Brugmann om met ingang van 1 januari 2000 de Sp-dienst te integreren in het UVC Brugmann, een vereniging als bedoeld in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (hierna : de OCMW-wet). Die overeenkomst bepaalt onder meer dat het personeel wordt overgenomen door het UVC Brugmann onder de voorwaarden van het IRIS netwerk bij de fusies van 30 juni
  13. De personeelsleden worden overgenomen met hun graad en hun functie. Zij behouden hun loon, hun administratieve en geldelijke anciënniteit, hun promotietitels en hun rechten op pensioen. Het desbetreffende besluit van 21 december 1999 van de raad voor maatschappelijk welzijn maakt het eerste voorwerp uit van het onderhavige beroep tot nietigverklaring. 1.
  14. Op 22 december 1999 stemt de gemeenteraad van Jette op zijn beurt in met de voormelde overeenkomst. Het desbetreffende gemeenteraadsbesluit maakt het tweede voorwerp uit van het voorliggende beroep tot nietigverklaring. 1.
  15. Met een nota van 30 december 1999 delen de voorzitter en de secretaris van het OCMW van Jette aan het ziekenhuispersoneel mede : IX-2416-3/12 “Teneinde de vorige intentieverklaringen te actualiseren, delen wij U mede dat de Raad voor maatschappelijk welzijn in zijn zitting van 21 december, op voorstel van het Bijzonder comité van beheer van de Verpleeginrichting en op voorafgaandelijk gunstig advies van het Concertatie comité, beslist heeft de overeenkomst betreffende de integratie van de ‘Sp’-dienst in de schoot van het U.V.C. Brugmann aan te nemen. Een identieke beslissing werd door de Gemeenteraad van Jette in datum van 22 december genomen. Gelet dat bepaalde proceduremodaliteiten gevolgd worden teneinde het ontwerp uit te werken, dient ondertussen verwezen te worden naar de basisprincipes betreffende de werking van de openbare diensten : dientengevolge vestigen wij uw aandacht op het feit dat uw beroepsactiviteiten in de schoot van de dienst waar U aangesteld bent op heden onveranderd blijven. Wij zullen niet nalaten U verder op de hoogte te houden van de effectieve uitwerking van de beoogde integratie”. 1.
  16. Onder verwijzing onder meer naar de onder punt 1.
  17. hiervoor bedoelde overeenkomst, besluit de raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW van Jette op 10 februari 2000 verzoekster “in haar graad en in haar kwalificatie naar het UVC Brugmann met ingang van 01.01.2000 over te plaatsen”. Dit besluit maakt het derde voorwerp uit van het voorliggende beroep tot nietigverklaring. 1.
  18. De overeenkomst betreffende de integratie van de Sp-dienst in het UVC Brugmann wordt op 24 maart 2000 door het OCMW van Jette, de gemeente Jette en het UVC Brugmann gesloten. 1.
  19. Met een nota van 24 maart 2000 deelt de directrice van de verpleegkundige afdeling van het UVC Brugmann aan het verpleegkundig personeel, waaronder verzoekster, het volgende mede : “U werkt voor IRIS-Jette en U hebt waarschijnlijk het nieuws van de fusie vernomen. U maakt nu deel uit van het U.V.C. Brugmann, Ziekenhuis vereniging Brussel-Schaarbeek. Gedurende de Paasvakantie zien we de kans niet om met mekaar kennis te maken, doch dat zullen we vlug recht zetten. IX-2416-4/12 Inderdaad, na de vakantieperiode, zullen informatievergaderingen betreffende de organisatie van de verpleegkundige afdeling van de gefusioneerde eenheid georganiseerd worden. U krijgt dan de kans om vragen te stellen, en ook uw verwachtingen en bedenkingen in verband met onze gezamenlijke toekomst ter sprake te brengen. Ik kijk er naar uit om u in april te ontmoeten en te leren kennen”. 1.
  20. Met een nota van 28 maart 2000 delen de voorzitter en de secretaris van het OCMW aan het ziekenhuispersoneel mede : “Aansluitend op de dienstnota van 30 december 1999, waarbij U o.m. de beslissing van de Raad voor maatschappelijk welzijn van 21 december 1999 medegedeeld werd, houdende aanneming van de overeenkomst betreffende de integratie van de ‘Sp’-dienst in de schoot van het U.V.C. Brugmann, informeren wij U dat de genomen beslissingen die aan de voogdijoverheden werden overgemaakt uitvoerbaar geworden zijn. De Gemeente en het O.C.M.W. van Jette werden derhalve op 24 dezer aangesteld als geassocieerde Leden van de Ziekenhuisvereniging. Bijgevolg wordt het U..V.C. Brugmann voortaan operationeel op de site van Jette. Iedere hernomen ziekenhuisagent zal een gepersonaliseerde informatie ontvangen. De statutaire agenten zullen zich door het O.C.M.W. een overplaatsingsakte zien betekend worden met uitwerking op de datum van de integratie en zullen het voordeel van hun benoeming bij hun nieuwe werkgever, het U.V.C., behouden. [...]”. 1.
  21. Met een aangetekende brief van 14 april 2000 betekenen de voorzitter en de secretaris van het OCMW het onder punt 1.
  22. hiervoor bedoelde besluit van 10 februari 2000 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende haar overplaatsing naar het UVC Brugmann, aan verzoekster. Zij vermelden in deze brief : “Bij dienstnota’s van 30.12.1999 en 28.03.2000 werd U reeds respectievelijk op de hoogte gebracht van de goedkeuring van de overeenkomst betreffende de integratie van de ‘Sp-dienst’ en van de herneming van zijn exploitatie door het UVC Brugmann naar aanleiding van de Algemene vergadering van de Ziekenhuisvereniging op datum van 24.03.
  23. IX-2416-5/12 Bij deze betekenen wij U in de bijlage de beslissing die op U betrekking heeft, door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn genomen op voorstel van het Bijzonder Comité van Beheer van de Verpleeginrichting. Voor de goede vorm vragen wij U er ons, per kerende, ontvangst van te willen melden. Wij laten U weten dat de toepassing van bovenvermelde beschikkingen vatbaar is voor het beroep voorzien door artikel 128, par. 2, 4de lid van de organieke wet van 08.07.1976”. Verzoekster onderkent in deze brief de vierde bestreden beslissing. 1.
  24. Verzoekster dient op 2 mei 2000 tegen het raadsbesluit van 10 februari 2000 het in artikel 128, § 2, vierde lid, van de OCMW-wet georganiseerde administratief beroep in bij de gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. 1.
  25. Op 12 september 2000 verwerpt de gouverneur dit beroep. Zij beslist dat de overplaatsing van verzoekster met ingang van 1 januari 2000 naar het UVC Brugmann “verworven” is. Verzoekster vecht deze beslissing niet aan met een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State.
  26. Overwegende dat de vierde rechtshandeling welke verzoekster bestrijdt, genomen is door de algemene vergadering van het UVC Brugmann; dat die laatste rechtspersoon dan ook als derde verwerende partij en niet als tussenkomende partij dient te worden aangewezen; 3.1.
  27. Overwegende dat de eerste verwerende partij met betrekking tot de ontvankelijkheid van het beroep, voor zover het de nietigverklaring beoogt van het besluit van 21 december 1999 van de raad voor maatschappelijk welzijn, als exceptie onder meer opwerpt dat verzoekster middels de nota 's van 30 december 1999 en 28 maart 2000 van de voorzitter en de secretaris van het OCMW kennis heeft genomen van het bestaan van dit besluit en niettemin pas op 13 juni 2000 haar verzoekschrift tot nietigverklaring ter griffie van de Raad van State heeft neergelegd, IX-2416-6/12 zodat het beroep meer dan zestig dagen na de kennisneming van de bestreden akte en derhalve laattijdig is ingediend; dat de tweede verwerende partij dezelfde excepties opwerpt voor zover het beroep gericht is tegen het gemeenteraadsbesluit van 22 december 1999; 3.1.
  28. Overwegende dat verzoekster repliceert dat haar van het bestaan van de eerste twee bestreden beslissingen mededeling is gedaan met de nota van 30 december 1999 van de voorzitter en de secretaris van het OCMW aan het ziekenhuispersoneel en van de laatste twee bestreden beslissingen met de brief van 14 april 2000 van de voorzitter en de secretaris aan haar adres, maar dat zij van de inhoud, de draagwijdte en de motivering van geen enkele van die beslissingen ooit op de hoogte is gebracht; dat zij stelt dat zijzelf en de vakorganisaties herhaaldelijk hebben aangedrongen op de mededeling van de inhoud en de draagwijdte van de bestreden beslissingen, doch enkel onduidelijke en ontwijkende antwoorden kregen en dat de mededeling van het bestaan van de beslissingen alleen de beroepstermijn van zestig dagen niet kan doen aanvangen; dat zelfs een gerechtsdeurwaarder werd ingezet doch ook hij onverrichter zake moest terug keren; dat zij in haar laatste memorie nog aanvoert dat, nu de administratieve stukken aantonen dat de ontworpen "hervormingen" pas tot stand gebracht en gerealiseerd zouden worden, verspreid over een lange periode van verschillende maanden, door beslissingen die genomen dienden te worden voor meerdere autonoom optredende overheden, overigens de vraag rijst wat er verstaan dient te worden onder "redelijke" termijn die het personeel zou dienen te eerbiedigen om nadere inlichtingen te verkrijgen en om mededeling te krijgen van de motieven van de beslissingen, en dat veeleer lijkt dat de overheid geen blijk gegeven heeft van voldoende goede trouw in het behandelen van het personeel; dat verzoekster niet betwist dat een verzoek tot nietigverklaring bij de Raad van State niet zomaar ingesteld kan worden en dat een dergelijk verzoek integendeel gemotiveerd dient te worden, maar dat motieven aanbrengen tegen een administratieve beslissing enkel mogelijk is indien betrokkene kennis heeft, niet van het louter bestaan van de beslissing doch wel van de inhoud en de motieven ervan; IX-2416-7/12 3.1.3.
  29. Overwegende dat luidens artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, de annulatieberoepen verjaren zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend en, indien ze noch bekendgemaakt noch betekend dienen te worden, de termijn ingaat met de dag waarop verzoeker er kennis heeft van gehad; 3.1.3.
  30. Overwegende dat moeilijk kan worden betwist dat verzoekster ingevolge de nota van 30 december 1999 van de voorzitter en de secretaris van het OCMW aan het ziekenhuispersoneel, kennis heeft gekregen van het bestaan van de besluiten van 21 en 22 december 1999 van respectievelijk de raad voor maatschappelijk welzijn en de gemeenteraad tot goedkeuring van de overeenkomst betreffende de integratie van de Sp-dienst in het UVC Brugmann; dat indien verzoekster meende geen voldoende kennis te hebben van de inhoud en de draagwijdte van die besluiten om ze met een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State te kunnen aanvechten, van haar kon worden verwacht dat zij binnen een redelijke termijn inspanningen leverde om daarvan kennis te nemen; dat zij nu weliswaar aanvoert dat zij herhaaldelijk, zij het zonder gunstig resultaat, aangedrongen heeft op een mededeling van de inhoud en de draagwijdte van de voormelde besluiten; dat uit de stavingsstukken die zij overlegt echter niet blijkt dat zij dat binnen een redelijke termijn heeft gedaan; dat, immers, pas met een brief van 24 maart 2000, dus bijna drie maanden na de kennisname van het bestaan van de bestreden besluiten, de raadsman van verzoekster aan de voorzitter van het OCMW mededeelt dat zijn cliënten hem op de hoogte hebben gesteld van "hun ongerustheid in verband met de geruchten die de ronde doen dat het gezondheidscentrum van Jette zou fuseren met de ziekenhuisvereniging van Brussel" en hij een onderhoud vraagt met betrekking tot de bezorgdheid van zijn cliënten aangaande hun betrekking en de loon- en werkomstandigheden; dat uit een brief van 28 april 2000 van de raadsman aan de voorzitter van het OCMW afgeleid zou kunnen worden dat eerstgenoemde tijdens een onderhoud met de secretaris van het OCMW op 10 april 2000 heeft geïnformeerd naar de inhoud van de overeenkomst met het WC Brugmann die op 24 maart 2000 werd gesloten; dat in de voormelde brief van 28 april 2000 de IX-2416-8/12 raadsman tevens informeert naar het advies van het overlegcomité gemeente - OCMW; dat op 21 juni 2000 en 30 augustus 2000 de raadsman zijn vraag aan het bestuur herhaalt; 3.1.3.
  31. Overwegende dat verzoekster dus drie maanden heeft gewacht nadat zij kennis had van het bestaan van de beide bestreden besluiten om bij het bestuur nadere informatie in te winnen; dat bovendien de informatie die uiteindelijk door verzoeksters raadsman werd gevraagd geen betrekking heeft op de bestreden besluiten als zodanig, doch wel op de overeenkomst die op 24 maart 2000 met het UVC Brugmann werd gesloten en op het advies van het overlegcomité gemeente - OCMW; dat het pas op 23 oktober 2000, alweer zeven maanden later, is dat verzoekster via een gerechtsdeurwaarder ook de thans bestreden beslissing van 21 december 1999 van de raad voor maatschappelijk welzijn laat opvragen; dat van het opvragen van de bestreden beslissing van 22 december 1999 van de gemeenteraad geen enkel bewijsstuk voorligt; dat aldus moet worden besloten dat verzoekster niet de nodige alertheid aan de dag heeft gelegd om binnen een redelijke termijn kennis te nemen van de precieze inhoud van de besluiten van 21 en 22 december 1999 van respectievelijk de raad voor maatschappelijk welzijn en de gemeenteraad; dat het stilzitten van verzoekster gedurende op zijn minst drie maanden nadat zij kennis had genomen van het bestaan van de bestreden beslissingen niet strookt met het standpunt verwoord in het Verslag aan de Regent bij het voornoemde Regentsbesluit van 23 augustus 1948, volgens welk omwille van het feit dat de nietigverklaring van een akte of reglement van een administratieve overheid de openbare orde aanbelangt, het niet past dat "de geldigheid der akten, reglementen of beslissingen gedurende onbepaalde tijd onzeker [blijft] naar gelang van de spoed welke de partijen aan de dag leggen om een beroep tot nietigverklaring in te stellen"; dat de omstandigheid dat verzoekster ook daarna geen uitsluitsel zou hebben gekregen omtrent de precieze inhoud en motivering van de betrokken besluiten hierbij niet ter zake dient; dat het volstaat vast te stellen dat zij zelf niet binnen een redelijke termijn stappen heeft ondernomen om daartoe te komen; dat derhalve het onderhavige beroep op 10 juni 2000 laattijdig is ingediend voorzover het de nietigverklaring beoogt van de besluiten van 21 en 22 december 1999 van respectievelijk de raad voor maatschappelijk welzijn IX-2416-9/12 en de gemeenteraad van Jette, waarbij goedkeuring wordt verleend aan de overeenkomst betreffende de integratie van de Sp-dienst in het UVC Brugmann; dat de exceptie opgeworpen door de eerste en de tweede verwerende partij betreffende de laattijdigheid van het beroep gegrond is; 3.2.
  32. Overwegende dat de eerste verwerende partij met betrekking tot de ontvankelijkheid van het beroep, voor zover het de nietigverklaring beoogt van het besluit van 10 februari 2000 van de raad voor maatschappelijk welzijn, waarbij verzoekster met ingang van 1 januari 2000 wordt overgeplaatst naar het UVC Brugmann, opwerpt dat dit besluit genomen is met toepassing van artikel 128 van de OCMW-wet, zodat alleen de provinciegouverneur bevoegd is om van de betwistingen daaromtrent kennis te nemen, en dat verzoekster op 2 mei 2000 een verzoek tot de gouverneur heeft gericht, hetwelk op 12 september 2000 werd verworpen; 3.2.
  33. Overwegende dat verzoeksters in haar repliek dienaangaande verwijst naar haar antwoord op de exceptie ten aanzien van de besluiten van 21 en 22 december 1999; 3.2.
  34. Overwegende dat verzoekster tegen het besluit van 10 februari 2000 van de raad voor maatschappelijk welzijn, waarbij zij met ingang van 1 januari 2000 “in haar graad en in haar kwalificatie” wordt overgeplaatst naar het UVC Brugmann, op 2 mei 2000 - dus nadat zij het onderhavige annulatieberoep reeds had ingesteld- het in artikel 128, § 2, vierde lid, van de OCMW-wet bedoelde voorafgaand administratief beroep bij de provinciegouverneur heeft ingesteld; dat de gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad op 12 september 2000 verzoeksters beroep heeft verworpen en heeft besloten dat de overplaatsing van verzoekster met ingang van 1 januari 2000 naar het UVC Brugmann "verworven" is; dat voor zoveel als nodig kan worden vastgesteld dat verzoekster het besluit van de gouverneur, dat geacht kan worden in de plaats te zijn gekomen van het besluit van 10 februari 2000 van de raad voor maatschappelijk welzijn, niet met een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State heeft IX-2416-10/12 bestreden; dat het onderhavige beroep niet ontvankelijk is voorzover het de nietigverklaring beoogt van het bedoelde besluit van 10 februari 2000 van de raad voor maatschappelijk welzijn; dat de exceptie dienaangaande opgeworpen door de eerste verwerende partij gegrond is; 3.3.
  35. Overwegende dat het bevoegde lid van het Auditoraat in zijn verslag ambtshalve de niet-ontvankelijkheid van het beroep opwerpt voor zover het de nietigverklaring beoogt van "de herneming van de exploitatie van de 'Sp '-dienst door het UVC. Brugmann naar aanleiding van de Algemene Vergadering van de Ziekenhuisvereniging op datum van 24.03.2000", aangezien zulks niet meer is dan een feitelijke uitvoering van de overeenkomst die op 24 maart 2000 tussen het OCMW van Jette, de gemeente Jette en het UVC Brugmann is gesloten, dat een dergelijke uitvoeringshandeling geen rechtsgevolgen doet ontstaan en derhalve ook niet voor nietigverklaring vatbaar is; dat voorts wordt gesteld dat, indien verzoekster met het vierde voorwerp van het beroep een beslissing van de algemene vergadering van het UVC Brugmann zou beogen te bestrijden, uit haar verzoekschrift niet blijkt welke beslissing zij dan precies voor ogen zou hebben: zij formuleert in haar verzoekschrift wel kritiek op de nota van 24 maart 2000 van de directrice van de verpleegkundige afdeling van het UVC Brugmann aan het verpleegkundig personeel, maar ook die nota is niet meer dan een niet-aanvechtbare uitvoeringshandeling; 3.3.
  36. Overwegende dat verzoekster zich in haar laatste memorie niet verweert tegen de exceptie; dat deze moet worden bijgevallen om de in het auditoraatsverslag aangevoerde redenen; dat het beroep ook niet ontvankelijk is in zoverre het gericht is tegen de vierde bestreden handeling, IX-2416-11/12 BESLUIT: Artikel
  37. Het Universitair Verplegingscentrum Brugmann wordt aangewezen als derde verwerende partij. Artikel
  38. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  39. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig september 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-2416-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.357 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.