← België

Arrest 149358 - - 26/09/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.358 Rolnummer: A. 93911/IX-2469 Zaak: Arrest 149358 - - 26/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-18 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-03 00:49 Fiche Arrest nr 149.358 van 26 september 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.358 van 26 september 2005 in de zaak A. 93.911/IX-

  1. In zake :
  2. Bart BEDDEGENOODTS,
  3. Ivan BOTERDAELE,
  4. Patrick HUBEAU,
  5. Luc SCHOONBAERT,
  6. Daniël DE JONGHE,
  7. Wim CUYPERS,
  8. Philip VAN TONGERLOO,
  9. Stefaan ROELS,
  10. Alfons SCHEERLINCK,
  11. Eric VALKENBORG, die woonplaats kiezen bij advocaat H.-C. SEBREGHTS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 33 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat P. LUYPAERS, kantoor houdende te HEVERLEE-LEUVEN, Ijzerenmolenstraat
  12. tussenkomende partijen : I.
  13. Jacques PEYSKENS,
  14. Sabine VERSTRAETE,
  15. Laurent DE BROYER,
  16. Bart VERMEULEN,
  17. Henk VALCKE,
  18. Bart DOMBRET,
  19. Carine COUSSEMENT,
  20. Geert COUSSEMENT,
  21. Erwin HONGENAERT,
  22. Michael OSAER,
  23. Wilfried DERYCKE,
  24. Peter DE BUYSSCHER, die woonplaats kiezen bij IX-2469-1/7 advocaat J. DE SMET, kantoor houdende te WAREGEM, Westerlaan 37/01, II.
  25. Kurt BRAECKMAN,
  26. Karin VANDAELE,
  27. Jozef ROSSEL, die woonplaats kiezen bij advocaat K. GEELEN, kantoor houdende te HASSELT, Gouverneur Roppesingel
  28. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Bart BEDDEGENOODTS, Ivan BOTERDAELE, Patrick HUBEAU, Luc SCHOONBAERT, Daniël DE JONGHE, Wim CUYPERS, Philip VAN TONGERLOO, Stefaan ROELS, Alfons SCHEERLINCK en Eric VALKENBORG op 25 juli 2000 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : - de koninklijke besluiten van 23 mei 2000 waarbij Carine COUSSEMENT, Geert COUSSEMENT, Laurent DE BROYER, Peter DE BUYSSCHER, Martin DELANNOYE, Wilfried DERYCKE, Bart DOMBRET, Erwin HONGENAERT, Bart KETELS, Michael OSAER, Jacques PEYSKENS, Jozef ROSSEL, Henk VALCKE, Karin VANDAELE, Freddy VAN HAUTE, Bart VERMEULEN en Sabine VERSTRAETE worden benoemd tot gerechtelijk commissaris met ingang van 1 maart 2000; - het koninklijk besluit van 26 mei 2000 waarbij Guido VAN ENGELANDT wordt benoemd tot gerechtelijk commissaris met ingang van 1 maart 2000; - het koninklijk besluit van 24 juni 2000 waarbij Kurt BRAECKMAN wordt benoemd tot gerechtelijk commissaris met ingang van 1 juni 2000; Gelet op het arrest nr. 92.492 van 22 januari 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten wordt verworpen; IX-2469-2/7 Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 12 maart 2001 door verzoekers; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van respectievelijk 18 april 2001 en 19 april 2001; Gelet op de beschikking van 4 mei 2001 die de tussenkomst van Jacques PEYSKENS, Sabine VERSTRAETE, Laurent DE BROYER, Bart VERMEULEN, Henk VALCKE, Bart DOMBRET, Carine COUSSEMENT, Geert COUSSEMENT, Erwin HONGENAERT, Michael OSAER, Wilfried DERYCKE, Peter DE BUYSSCHER, Kurt BRAECKMAN, Karin VANDAELE en Jozef ROSSEL toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 23 mei 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van verzoekers, die tevens het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging bevat, en van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 9 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 september 2005; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat H.-C. SEBREGHTS, die verschijnt voor verzoekers, van advocaat H.-K. CARÊME, die loco advocaten IX-2469-3/7 P. LUYPAERS en P. HOFSTRÖSSLER, verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaten J. DE SMET en M. VAVEDIN, die loco advocaat K. GEELEN, verschijnen voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  29. Overwegende dat de gegevens van de zaak zijn samengevat in het arrest nr. 92.492, van 22 januari 2001; 2.
  30. Overwegende dat de tussenkomende partijen PEYSKENS en andere vragen dat de onderhavige zaak zou worden samengevoegd met de diverse beroepen tot nietigverklaring die werden ingesteld tegen de examenresultaten en de rangschikking van de geslaagden; dat zij menen dat er verknochtheid bestaat tussen de onderhavige zaak en de voornoemde zaken omdat ze op dezelfde middelen zijn gesteund; 2.
  31. Overwegende dat de tussenkomende partijen terecht stellen dat het onderhavige beroep verknocht is met de beroepen die dezelfde verzoekers en anderen hebben ingesteld tegen het examen en de examenresultaten op grond waarvan de in deze bestreden benoemingen zijn gebeurd, omdat als enig middel in deze zaak aangevoerd wordt dat de bestreden benoemingen onregelmatig zijn doordat ze steunen op het resultaat van een onregelmatig examen; dat over de beroepen die tegen het examen werden ingediend ten gronde echter reeds uitspraak is gedaan door de arresten nrs. 134.549, CUYPERS en andere, en 134.550, BEDDEGENOODTS en VAN TONGERLOO, van 8 maart 2004; dat op de vraag tot samenvoeging dan ook niet meer kan worden ingegaan; 3.
  32. Overwegende dat de tussenkomende partijen Kurt BRAECKMAN, Karin VANDAELE en Jozef ROSSEL opwerpen dat de verzoekers niet doen blijken IX-2469-4/7 van het vereiste belang bij de nietigverklaring van de bestreden handelingen omdat zij niet benadeeld zijn door een beslissing waarbij een aantal personen benoemd worden tot gerechtelijk commissaris en omdat de nietigverklaring van die bevorderingen hen het voordeel dat zij zoeken, namelijk een nieuwe evaluatie, niet zal doen verkrijgen; dat de andere tussenkomende partijen opwerpen dat verzoekers niet van het rechtens vereiste belang doen blijken, nu wat hen betreft noch het persoonlijk karakter, noch het rechtstreeks, zeker en actueel karakter van het belang is aangetoond; 3.
  33. Overwegende dat ingevolge de bestreden benoemingen de vacante betrekkingen van commissaris worden bezet; dat wat verzoekers met het onderhavige annulatieberoep trachten te bereiken niet is een nieuwe evaluatie te krijgen, maar te verhinderen dat de betrekkingen van commissaris reeds worden bezet; dat zij er uiteraard belang bij hebben dat zoveel mogelijk betrekkingen van commissaris vacant blijven om alzo hun eigen bevorderingskansen, eventueel na nieuwe selectieproeven, te vergroten; dat voorts niet verklaard wordt waarom verzoekers niet over een zeker, persoonlijk, actueel en rechtstreeks belang zouden beschikken; dat het degenen die deze exceptie opwerpen toekomt aan te tonen waarom dat kenmerk van het belang niet is aangetoond en niet omgekeerd; dat de excepties niet opgaan; 4.
  34. Overwegende dat verzoekers in feite slechts één middel aanvoeren; dat zij betogen dat de benoemingen zijn gebeurd met schending van artikel 5 van het koninklijk besluit van 17 december 1998 betreffende de bevordering van gerechtelijke agenten bij de parketten tot de graad van gerechtelijk commissaris of laboratoriumcommissaris omdat zij niet voldoen aan de in dat artikel gestelde benoemingsvoorwaarde, te weten, op regelmatige wijze geslaagd zijn voor het bevorderingsexamen en zij niet kunnen worden geacht geslaagd te zijn voor dat examen daar het examen nietig is; dat als redenen waarom dat examen nietig is verzoekers dezelfde zes middelen aanvoeren als die welke zij eerder in afzonderlijke verzoekschriften hebben aangevoerd tegen dat examen en de examenresultaten zowel van henzelf als van de geslaagden, dat die middelen op dezelfde wijze worden IX-2469-5/7 uiteengezet, in het verzoekschrift en in de memorie van wederantwoord, als in hun eerdere verzoekschriften; 4.
  35. Overwegende dat de Raad van State met zijn arresten nrs. 134.549, CUYPERS en andere, en 134.550, BEDDEGENOODTS en VAN TONGERLOO, van 8 maart 2004, de zes voormelde middelen ongegrond heeft verklaard en de beroepen die verzoekers samen met andere niet geslaagden hebben ingesteld tegen het examen heeft verworpen; dat derhalve met gezag van gewijsde is vastgesteld dat het enige middel dat verzoekers in de onderhavige zaak aanvoeren hoe dan ook niet gegrond is; 4.
  36. Overwegende dat de omstandigheid dat, na de uitspraak van die arresten, een klacht wegens valsheid zou zijn ingediend tegen een bewijsstuk waarop het niet-gegrond verklaren van een der middelen -het vierde- deels is gebaseerd, aan die vaststelling geen afbreuk doet; dat het gezag van gewijsde van de voormelde arresten enkel teniet gedaan kan worden door een eventuele herziening ervan en zulks in de hypothese dat het betrokken stuk door de gewone rechter vals bevonden wordt, BESLUIT: Artikel
  37. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  38. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 3470,6 euro, komen ten laste van verzoekers, elk voor een tiende. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 3718,5 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor een vijftiende. IX-2469-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig september 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-2469-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.358 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.92.492 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.