← België

Arrest 149360 - - 26/09/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.360 Rolnummer: A. 94113/IX-2492 Zaak: Arrest 149360 - - 26/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-11 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-03 00:49 Fiche Arrest nr 149.360 van 26 september 2005 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.360 van 26 september 2005 in de zaak A. 94.113/IX-

  1. In zake : Willy VERMEULEN, wonende te BERCHEM, Lode van Berckenlaan 81 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat P. HOFSTRÖSSLER, kantoor houdende te BRUSSEL, Goedheidstraat 5-
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Willy VERMEULEN op 31 juli 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de secretaris- generaal van het miniserie van Justitie van 31 mei 2000 waarbij een einde wordt gesteld aan de affectatie van de verzoeker bij het secretariaat van de Kansspelcommissie; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 31 januari 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-2492-1/11 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 31 mei 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 september 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. CARLÉ, die loco advocaat G. DE SMEDT, verschijnt voor verzoeker, en van advocaat K. LEMMENS, die loco advocaat P. HOFSTRÖSSLER, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  4. Luidens artikel 9 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, wordt bij het ministerie van Justitie onder de benaming “kansspelcommissie” een advies-, beslissings- en controleorgaan inzake kansspelen opgericht waarvan de zetel in het administratieve arrondissement Brussel-Hoofdstad is gevestigd. Krachtens artikel 14 van die wet wordt de kansspelcommissie bijgestaan door een secretariaat samengesteld uit ambtenaren van het ministerie van Justitie. IX-2492-2/11 1.
  5. Bij besluit van de secretaris-generaal van het ministerie van Justitie van 17 november 1999 wordt verzoeker belast met de leiding van dat secretariaat en wordt hij te dien einde geaffecteerd bij het secretariaat van de kansspelcommissie. In een eerste fase wordt verzoeker alleen bijgestaan door één administratieve kracht. Bij koninklijk besluit van 16 december 1999 wordt de voorzitter van de kansspelcommissie benoemd. 1.
  6. Reeds in de loop van de maand januari 2000 komt verzoeker in aanvaring met de voorzitter van de kansspelcommissie. 1.
  7. Op 18 februari 2000 zendt de voorzitter van de kansspelcommissie een nota van verzoeker met betrekking tot de ontstane moeilijkheden door naar de minister van Justitie samen met een eigen, in het Frans opgestelde, nota waarin hij zijn versie van de problemen geeft. 1.
  8. Als reactie op die nota zendt verzoeker op 10 maart 2000 een nota naar de woordvoerster van de minister. Wat betreft de vertrouwensbreuk tussen hem en de voorzitter brengt hij een aantal feitelijke elementen aan die moeten aantonen dat het van in den beginne in de bedoeling van de voorzitter lag om hem “als spilfiguur in het nieuw te ontplooien overheidsoptreden inzake de kansspelen binnen de kortste keren uit te schakelen”. 1.
  9. Op 15 maart 2000 vindt een gesprek plaats tussen de minister en verzoeker, in aanwezigheid van de voorzitter van de kansspelcommissie, waarin de onenigheid tussen beiden wordt behandeld. 1.
  10. Op 27 maart 2000 zendt verzoekers raadsman een ingebreke- stelling aan de minister van Justitie. Hij haalt aan dat er omtrent de problematiek van de verhouding tussen verzoeker en de voorzitter van de kansspelcommissie reeds IX-2492-3/11 tweemaal een gesprek heeft plaatsgevonden tussen verzoeker en de minister en dat de verzoeker daarover drie nota*s heeft gezonden aan de minister met de vraag om standpunt in te nemen, evenwel zonder dat dit laatste is gebeurd. Hij stelt dat indien er tegen 1 mei 2000 geen afdoende regeling is gevonden voor de arbeidssituatie van verzoeker, hij de Belgische Staat in de persoon van de minister van Justitie zal dagvaarden in betaling van een schadevergoeding. Hij stelt verder als volgt : “Aangezien mijn cliënt de overtuiging is toegedaan dat Uw stilzitten m. b. t. het tweede luik van de problematiek, met name het voor mijn cliënt nadelige optreden van de heer MARIQUE, mede is ingegeven door Uw strikt persoon- lijke verhouding tot de heer MARIQUE, die terug grijpt naar Uw vroegere functie van voorzitter van een parlementaire onderzoekscommissie, zal ik, in opdracht van mijn cliënt, U dan ook persoonlijk dienen te dagvaarden in schadevergoeding die ik thans provisioneel raam op 1.000.000 Belgische frank”. 1.
  11. Op 3 mei 2000 bespreekt de kansspelcommissie de problematische verstandhouding tussen verzoeker en de voorzitter. Volgens verzoeker werden er door de voorzitter leugenachtige aantijgingen tegen hem geuit en kreeg hij niet de gelegenheid om deze te weerleggen. De meerderheid van de commissieleden wenste, volgens verzoeker, niet verder te gaan dan de vaststelling van een conflictueuze situatie tussen verzoeker en de voorzitter. Deze vergadering leidt tot een in het Frans gestelde brief aan de minister waarin de commissie meldt dat zij na verzoeker en de voorzitter te hebben gehoord vaststelt dat de relatie tussen beiden dermate conflictueus is geworden dat de werking van de commissie erdoor wordt verlamd. Zij meent dat deze toestand niet verder kan duren en beslist unaniem aan verzoeker de functie van secretaris van de commissie, die zij hem in de vergadering van 20 januari 2000 had toegewezen, voorlopig te onttrekken. Verder dringt zij er op aan te kunnen beschikken over een secretariaat waarvan de werking haar de nodige bijstand verleent. 1.
  12. Met een nota aan de minister van 4 mei 2000 reageert verzoeker op de gebeurtenissen tijdens de vergadering van de kansspelcommissie van 3 mei
  13. IX-2492-4/11 1.
  14. Op 10 mei 2000 vindt een samenkomst plaats tussen vertegen- woordigers van de minister van Justitie, leden van de kansspelcommissie, verzoeker en de voorzitter van die commissie. 1.
  15. Met een nota van 18 mei 2000 aan de minister van Justitie uit verzoeker het vermoeden dat er afspraken werden gemaakt om met deze vergadering de stelling ingang te doen vinden dat hij moest verwijderd worden uit de functie van leidend ambtenaar van het secretariaat. 1.
  16. In een nota eveneens van 18 mei 2000 deelt de voorzitter van de commissie aan de minister een taakomschrijving en profiel mee voor de secretaris van de commissie en voor de leidend ambtenaar van het secretariaat. Met een in het Frans gestelde brief van 20 mei 2000 gericht aan de minister van Justitie verdedigt de voorzitter het standpunt dat verzoeker zijn functie niet vervult zoals ze werd omschreven en dat hij ook niet beantwoordt aan het profiel noch van de secretaris noch van de leidend ambtenaar van het secretariaat, zoals dit in de nota van 18 mei 2000 is uitgeschreven. 1.
  17. Deze brief wordt samen met de proces-verbalen van de ver- gaderingen van 3 en 10 mei 2000 waarop de commissie verzoeker tijdelijk schorste uit zijn functie van secretaris en unaniem adviseerde verzoeker volledig en definitief te verwijderen uit zijn functies, door de minister van Justitie op 31 mei 2000 doorgestuurd aan de secretaris-generaal van het departement. Tevens vraagt hij dat verzoeker zou worden gereaffecteerd rekening houdend met zijn niveau, zijn ervaring en zijn persoonlijke capaciteiten, te bepalen in samenspraak met verzoeker. Ook deze brief van 31 mei 2000 is in het Frans gesteld. Met een in het Nederlands gesteld besluit van dezelfde dag stelt de secretaris-generaal met ingang van 31 mei 2000 een einde aan de affectatie van verzoeker bij het secretariaat van de Kansspelcommissie. IX-2492-5/11 Dit is het bestreden besluit. 1.
  18. Bij besluit van de secretaris-generaal van 25 juli 2000 wordt verzoeker dan gereaffecteerd bij de dienst gerechtskosten om er met ingang van 1 augustus 2000 de leiding van te nemen.
  19. Over de ontvankelijkheid van de vordering. 2.1.
  20. Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat de bestreden beëindiging geen voor vernietiging vatbare akte is omdat het gaat om een loutere maatregel van inwendige orde of interne organisatie zonder gevolg voor de rechtspositie van verzoeker; 2.1.
  21. Overwegende dat verzoeker daarop antwoordt dat de bestreden maatregel zijn rechtspositie wel degelijk wijzigt doordat zij tot gevolg heeft dat hij niet langer onder het gezag staat van een magistraat maar opnieuw uitsluitend onder het gezag en leiding van ambtenaren; 2.1.
  22. Overwegende dat zelfs indien kan worden aangenomen dat de bestreden maatregel een loutere maatregel van inwendige orde is die tot doel heeft te remediëren aan de impasse waarin de kansspelcommissie was geraakt de wijziging van affectatie een weerslag heeft op de wijze waarop verzoeker zijn functie moet vervullen en derhalve om die reden griefhoudend kan zijn, zodat een annulatieberoep tegen een dergelijke maatregel ontvankelijk is en dat dit des te meer geldt wanneer de maatregel wordt genomen om een reden die, zoals te dezen, met de wijze van dienen van de betrokkene verband houdt; dat verzoeker immers, behoudens ten aanzien van de voorzitter van de Kansspelcommissie, een zekere graad van onafhankelijkheid bezat en deze thans niet meer heeft ten opzichte van zijn departement; dat die exceptie wordt verworpen; 2.2.
  23. Overwegende dat de verwerende partij in een tweede exceptie aanvoert dat verzoeker geen belang meer heeft bij de gevorderde vernietiging IX-2492-6/11 aangezien hij zijn nieuwe affectatie als hoofd van de dienst gerechtskosten niet heeft bestreden; 2.2.
  24. Overwegende dat verzoeker daarop repliceert dat de vernietiging van de bestreden beslissing wel degelijk een invloed moet hebben op zijn nieuwe affectatie die er onlosmakelijk mee verbonden is; 2.2.
  25. Overwegende dat de nieuwe affectatie die verzoeker heeft gekregen niet kan losgemaakt worden van de beëindiging van zijn vorige affectatie; dat de nieuwe affectatie immers uitsluitend het gevolg is van die beëindiging; dat de omstandigheid dat hij deze nieuwe affectatie niet heeft bestreden bijgevolg niet tot effect heeft dat hij het belang verliest bij de vernietiging van de beëindiging van zijn vroegere affectatie; dat die exceptie eveneens wordt verworpen;
  26. Over de gegrondheid van de vordering. 3.
  27. Overwegende dat verzoeker in een vijfde middel de schending aanvoert van artikel 39, § 1, van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken; dat hij hierbij stelt de bestreden beslissing is tot stand gekomen aan de hand van een aantal documenten die uitsluitend in de Franse taal zijn gesteld, zijnde het proces-verbaal van de zitting van 3 mei 2000, de brief van de voorzitter van de Kansspelcommissie van 18 mei 2000 en de brief van 31 mei 2000 van de minister van Justitie aan de secretaris-generaal; 3.
  28. Overwegende dat de verwerende partij daarop antwoordt dat alle stukken die aan verzoeker werden gericht in het Nederlands werden opgesteld en dat daaraan geen afbreuk wordt gedaan door de vaststelling dat de voorzitter van de Kansspelcommissie in het Frans een brief stuurde aan de minister en dat de minister in het Frans de secretaris-generaal aanschreef aangezien die brieven geen administratieve handelingen noch voorbereidende handelingen zijn; 3.
  29. Overwegende dat de bestreden beslissing als volgt luidt : IX-2492-7/11 “Gelet op de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, inzonderheid op de artikelen 9 en 14; Gelet op het koninklijk besluit van 6 september 1993 betreffende de bevoegdheden van de ambtenaren-generaal van de ministeries, inzonderheid op artikel 1; Gelet op het besluit van de Secretaris-generaal van 17 november 1999 waarbij de Heer W. VERMEULEN, Administrateur met ingang van 22 november 1999 geaffecteerd wordt bij het secretariaat van de Kansspelcommissie; Gelet op de beslissing van de Kansspelcommissie van 3 mei 2000 waarbij deze beslist tot de voorlopige schorsing van de aanstelling van de Heer W. VERMEULEN, Administrateur, tot secretaris van de voormelde commissie; Gelet op het advies van de Kansspelcommissie eenparig verstrekt op 10 mei 2000 door de aanwezige leden om de Heer W. VERMEULEN, Administrateur van alle taken bij het secretariaat van de voormelde commissie te ontheffen; Gelet op de brief van de Voorzitter van de Kansspelcommissie van 18 mei 2000 waarin hij in samenspraak met meerdere leden van de voormelde commissie het functieprofiel omschrijft van de secretaris en van de leidend ambtenaar verbonden aan deze commissie; Gelet op de brief van de Voorzitter van de Kansspelcommíssie van 20 mei 2000 waarbij hij mededeelt dat Heer W. VERMEULEN, Administrateur niet beantwoordt aan het voormelde profiel voor de functies van secretaris of van leidend ambtenaar van de administratieve diensten van het secretariaat van voormelde commissie; Gelet op de nota van de Minister van Justitie van 31 mei 2000 waarbij aan de Secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie wordt opgedragen een einde te stellen aan affectatie van de Heer W. VERMEULEN, Administrateur bij het secretariaat van de Kansspelcommissie en te voorzien in zijn vervanging; IX-2492-8/11 BESLUIT : Er wordt met ingang van 31 mei 2000 een einde gesteld aan de affectatie van de Heer W. VERMEULEN, Administrateur, bij het secretariaat van de Kansspelcommissie.”; 3.
  30. Overwegende dat de artikelen 9 en 14 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, bepalen dat de kansspelcommissie wordt ingericht bij het ministerie van Justitie, dat de zetel ervan in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad is gevestigd en dat zij wordt bijgestaan door een secretariaat samengesteld uit ambtenaren van het ministerie van Justitie; dat verzoeker een ambtenaar is die behoorde tot het hoofdbestuur van het ministerie van Justitie en dat hij dat is gebleven in zijn hoedanigheid van leidend ambtenaar van het secretariaat van de Kansspelcommissie; dat de relaties tussen hem en zijn administratie, wat het taalregime betreft, dan ook moet verlopen in overeenstemming met artikel 39, § 1, van de genoemde gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, derhalve in de taal van de betrokken ambtenaar, te dezen in het Nederlands; dat het daarbij van generlei belang is of het nu om een tuchtmaatregel dan om een zuivere maatregel van orde gaat; dat uit artikel 39, § 1, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, dat terzake verwijst naar artikel 17, § 1, B, 1/, van die wetten, voortvloeit dat in de centrale besturen een aangelegenheid die betrekking heeft op een ambtenaar van zulk een bestuur volledig, en zonder beroep te doen op vertalers, moet worden behandeld in de taal van die ambtenaar - dit is luidens laatstgenoemde bepaling de taal van diens toelatingsexamen of, bij ontstentenis van zulk examen, de taal van de groep waartoe betrokkene behoort op grond van zijn hoofdtaal; dat zulks veronderstelt dat alle essentiële stukken in de taal van de betrokken ambtenaar zijn opgemaakt; dat het gegeven dat de betrokken ambtenaar zelf tot het tweetalige kader behoort hieraan niets afdoet; dat immers ook die ambtenaar er recht op heeft dat alle aangelegenheden betreffende zijn eigen ambtelijke situatie in zijn eigen taal worden behandeld; dat indien, zoals in casu, een einde wordt gesteld aan een affectatie alle essentiële stukken van die beslissing en daaronder vallen zeker de stukken die de motieven voor de beëindiging bevatten, moeten opgesteld zijn in de taal van de betrokkene; dat de brief van 30 mei 2000 IX-2492-9/11 waarbij de minister aan de secretaris-generaal opdracht geeft om verzoeker een nieuwe affectatie te geven en waarin het motief voor verzoekers reaffectatie wordt vermeld, in het Frans gesteld is; dat ook de brief van de voorzitter van de Kansspelcommissie van 20 mei 2000 waarin deze stelt dat verzoeker zijn functie niet vervult zoals ze werd omschreven en dat hij ook niet beantwoordt aan het profiel noch van de secretaris noch van de leidend ambtenaar van het secretariaat en deze zienswijze documenteert met allerlei gedragingen van verzoeker, in het Frans is opgesteld; dat die brieven in deze essentieel zijn in het totstandkomingsproces van de bestreden beslissing aangezien zij, enerzijds, een van de elementen zijn die de minister ertoe hebben gebracht te beslissen om verzoekers detachering te doen beëindigen en, anderzijds, de motieven van die beslissing bevatten; dat immers de bestreden beslissing formeel gemotiveerd is door te verwijzen naar de verschillende stukken waarnaar ook de minister verwijst in zijn nota waarmee hij de secretaris- generaal vraagt om verzoeker een nieuwe affectatie te geven; dat het middel gegrond is; BESLUIT: Artikel
  31. Vernietigd wordt het besluit van de secretaris-generaal van het ministerie van Justitie van 31 mei 2000 waarbij een einde wordt gesteld aan de affectatie van Willy VERMEULEN bij het secretariaat van de Kansspelcommissie. Artikel
  32. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de Belgische Staat. IX-2492-10/11 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig september 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-2492-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.360 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.