id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.481 Rolnummer: A. 160754/VII-33652 Zaak: Arrest 149481 - - 28/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-19 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-07-03 00:55 Fiche Arrest nr 149.481 van 28 september 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 149.481 van 28 september 2005 in de zaak A. 160.754/VII-33.652 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat J. VANDE MOORTEL, kantoor houdende te 9000 GENT, Groot-Brittaniëlaan 12-18 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Turkse nationaliteit, op 14 maart 2005 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 28 januari 2005 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 9 februari 2005; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 11 juli 2005 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 14 september 2005; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-33.652-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat F. TIREZ, die, loco advocaat J. VANDE MOORTEL, verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché F. VEREEKEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de auditeur in zijn verslag de toepassing voorstelt van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat uit het dossier en de processtukken blijkt dat de zaak zonder verdere voorafgaande maatregelen, in een verkorte procedure, kan worden behandeld zoals voorzien door dit artikel; 1.
- De verzoekende partij is België binnengekomen op 7 april 2004 met een machtiging om haar echtgenoot te vervoegen. Ze werd in het bezit gesteld van een bijlage 15bis op 14 april 2004, gevolgd door een attest van immatriculatie dat geldig is tot 13 april
- 1.
- Op 28 januari 2005, na een controle van samenwoonst, nam de minister van Binnenlandse Zaken de beslissing tot weigering van verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten. Dit is de bestreden beslissing. De motivering van de bestreden beslissing luidt als volgt: "Voldoet niet aan de voorwaarden vervat in artikel 10 alinea 1, lid 4 van de wet van 15 december 1980, gewijzigd door de wetten van 28 juni 1984 en 6 augustus 1993; Uit het samenwoonstverslag dd. 20/12/2004 van de politie van Gent blijkt dat betrokkene niet samenwoont met Atmaca Halil. Bijgevolg kon de relatie niet gecontroleerd worden.". 1.
- Op 16 februari 2005 diende de verzoekende partij een verzoek tot herziening in van de beslissing van 28 januari
- Op 3 maart werd door de Dienst Vreemdelingenzaken beslist haar in het bezit te stellen van het bijzonder verblijfsdocument, bijlage 35, geldig één maand vanaf de datum van afgifte en dat van maand tot maand wordt verlengd totdat over het verzoek tot herziening is beschikt.
- Overwegende dat in het verslag van de auditeur met betrekking tot de ontvankelijkheid van het beroep het volgende wordt gesteld: VII-33.652-2/4 “De verwerende partij werpt op dat de vordering tot schorsing niet ontvankelijk is doordat tijdens de duur van het onderzoek van het verzoek tot herziening geen enkele maatregel tot verwijdering van het grondgebied mag worden uitgevoerd. Uit het administratief dossier blijkt dat verzoekende partij op 3 oktober 2003 gehuwd is met een verblijfsgerechtigde Turkse onderdaan. Op 14 april 2004 werd zij in het bezit gesteld van een bijlage 15bis. Op 28 januari 2005 werd aan verzoekster de beslissing tot weigering van verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten betekend. Een verzoek tot herziening werd door verzoekster ingediend op 16 februari 2005 en zij ontving op 9 maart 2005 een verblijfsdocument "bijlage 35" dat haar verblijf dekt totdat over het verzoek tot herziening is beschikt. Daaruit blijkt dat verzoeksters aanvraag tot herziening ontvankelijk werd bevonden. Omwille van het feit dat een nieuwe beslissing zal worden genomen die in de plaats zal treden van de bestreden beslissing en waartegen bij de Raad van State een annulatieberoep kan worden ingediend, enerzijds, en omwille van het feit dat artikel 67 van de Vreemdelingenwet bepaalt dat tijdens de duur van het onderzoek van het verzoek tot herziening geen enkele maatregel mag worden genomen anderzijds, heeft de verzoekende partij geen belang bij het beroep tot nietigverklaring van de bestreden beslissing zodat het beroep niet ontvankelijk is en dient te worden verworpen.”; Overwegende dat de verzoekende partij deze gegevens niet weerlegt; dat daaruit volgt dat haar beroep tot nietigverklaring niet ontvankelijk is wegens gebrek aan het rechtens vereiste belang; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, als accessorium van het beroep tot nietigverklaring, samen met dit beroep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig september tweeduizend en vijf, door VII-33.652-3/4 de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. V. VERTONGEN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, V. VERTONGEN. E. BREWAEYS. VII-33.652-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.481 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div