id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.555 Rolnummer: A. 110700/XIV-6702 Zaak: Arrest 149555 - - 28/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-12 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-03 01:04 Fiche Arrest nr 149.555 van 28 september 2005 - Beslissing : Verwerping Niet verschenen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.555 van 28 september 2005 in de zaak A. 110.700/XIV-
- In zake : XXX, verblijvende te 1080 BRUSSEL, tegen :
- de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,
- de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 31 maart 1965 en van Poolse nationaliteit, op 6 februari 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 11 januari 2001 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 13 oktober 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op dezelfde datum; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 19 oktober 2001 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- lingen; Gezien de nota van de tweede verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; XIV-6702-1/3 Gelet op de beschikking van 12 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 14 september 2005 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Attaché E. VISSERS, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat G. COOLSAET die, loco Advocaat E. MATTERNE, verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de beschikking van 12 juli 2005, waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 14 september 2005 om 10.00 uur, per aangetekend schrijven aan de verzoekende partij werd ter kennis gebracht op 22 juli 2005; dat uit de mededeling van de postdiensten blijkt dat de verzoekende partij de zending niet heeft afgehaald; dat naar luid van artikel 34 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, elke kennisgeving door de Hoofdgriffier van de Raad van State “geldig ter gekozen woonplaats wordt gedaan”, wat in voorliggend geval is gebeurd; dat uit de stukken van het dossier niet blijkt dat de verzoekende partij een adreswijziging heeft overgemaakt aan de Raad van State; dat de zaak bijgevolg regelmatig werd vastgesteld; Overwegende dat de brief van de Dienst Vreemdelingenzaken van 10 augustus 2005, waarin wordt meegedeeld dat de verzoekende partij op 18 mei 2002 werd “gerepatrieerd met bestemming Warschau”, aan het tegensprekelijk debat werd onderwor- pen; Overwegende dat de verzoekende partij niet ter terechtzitting is verschenen, noch vertegenwoordigd was; dat de vordering, overeenkomstig artikel 37, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedure- regeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen dient te worden afgewezen; dat de vordering tot schorsing als accessorium van de vordering tot nietigverklaring eveneens dient te worden verworpen, XIV-6702-2/3 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig september tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-6702-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.555 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.