id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.584 Rolnummer: A. 162178/X-12295 Zaak: Arrest 149584 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 28/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-09-30 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-03 01:05 Fiche Arrest nr 149.584 van 28 september 2005 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Verwerping dwangsom Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.584 van 28 september 2005 in de zaak A. 162.178/X-12.
- In zake : Anne d’HEYGERE, die woonplaats kiest bij Advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan 141 tegen : de stad GENT. Tussenkomende partij : de n.v. DECOVAN, die woonplaats kiest bij Advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Grotehertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Anne d'HEYGERE op 2 mei 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 24 februari 2005 van de stad GENT waarbij aan de n.v. DECOVAN de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het verbouwen van een handelszaak tot lounge en nachtclub op een perceel gelegen te Gent, Jan van Stopenberghestraat/Schuurkensstraat 5, kadastraal bekend Sectie C, nrs. 123G, i 123H en 123F en om "een dwangsom op te leggen van 25 000 per dag dat in het gebouw op het voornoemde perceel activiteiten plaatsvinden die kaderen in de uitbating (van) een handelszaak met lounge en nachtclub (...)"; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. BARRA; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-12.295-1/4 Gelet op de beschikking van 1 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 september 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat B. ROELANDTS, die verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat S. KEMPINAIRE, die verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat Ph. VAN WESEMAEL die, loco Advocaat M. DENYS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. BARRA; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de n.v. DECOVAN met een verzoekschrift van 26 mei 2005 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de verwerende partij de ontvankelijkheid van het beroep betwist; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgewor- pen exceptie uitspraak te doen; dat een onderzoek van en uitspraak over deze exceptie alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, wat de tweede door voornoemd artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde betreft, verzoekster doet gelden dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing (nachtelijke) ononderbroken geluidsoverlast veroorzaakt zowel van binnen als van buiten de inrichting, dat ze geconfronteerd wordt met een X-12.295-2/4 verkeershindertoestand, dat haar onmiddellijke omgeving geteisterd zal worden door wildplassen, braakresten, vandalisme en relletjes, dat de uitbating in concreto reeds aanleiding heeft gegeven tot talrijke klachten; dat zij verder in fine betoogt dat vruchteloos zou kunnen worden gesteld dat zij geen belang meer heeft bij de gevorderde schorsing nu de bouwwerken met bestemmingswijziging werden gefinaliseerd en de exploitatie reeds werd aangevat, dat de exploitatie en de eraan verbonden hindertoestand een voortdurende toestand is waaraan door de schorsing een einde kan worden gemaakt; Overwegende dat uit de vergunning blijkt dat de aanvraag betrekking heeft op de verbouwing van een handelszaak tot lounge en nachtclub; Overwegende dat verzoekster haar nadeel afleidt uit de exploitatie van de inrichting; dat niet wordt betwist dat de inrichting van de tussenkomende partij in exploitatie is; dat het aangevoerde nadeel zich derhalve heeft gerealiseerd; dat daargelaten de vraag of de eventuele schorsing nog een nut heeft, verzoekster niet aannemelijk maakt dat het nadeel afgeleid uit de exploitatie van de inrichting moeilijk te herstellen is; dat de ingeroepen hinder of overlast - gesteld dat zij als ernstig moet worden aangezien - immers voortvloeit uit een gerealiseerde functiewij- ziging van de bestaande kelder en het gelijkvloers van het handelspand, die nu als "lounge en nachtclub" worden gebruikt; dat in deze hypothese de vernietiging van de bestreden gebruikswijzigingsvergunning onmiddellijk een einde zal maken aan het wederrechtelijke gebruik en derhalve aan de bedoelde afgeleide hinder; dat verzoekster geen overtuigende concrete en precieze gegevens bijbrengt die aannemelijk maken dat het te dezen anders zou zijn; dat de uiteenzetting van verzoekster geen concrete en precieze gegevens bevat waaruit blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslssing te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; dat hieruit eveneens volgt dat de vordering tot het horen opleggen van een dwangsom als accesorium dient te worden verworpen, X-12.295-3/4 BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. DECOVAN in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De vordering tot het opleggen van een dwangsom wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig september 2005 door : de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-12.295-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.584 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.235 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div