id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.620 Rolnummer: A. 166273/XII-4539 Zaak: Arrest 149620 - - 29/09/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-04 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-03 01:14 Fiche Arrest nr 149.620 van 29 september 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.620 van 29 september 2005 in de zaak A. 166.273/XII-
- In zake : Yannick VAN DER BIEST, die woonplaats kiest bij advocaat Ph. Van Wesemael, kantoor houdende te Brussel, Jan Jacobsplein 5 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep Dender, die woonplaats kiest bij advocaat D. Matthys, kantoor houdende te Gent, Sint-Annaplein
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Yannick Van Der Biest, vertegenwoordigd door zijn ouders Johan Van Der Biest en Myriam Van Hauwermeiren op 22 september 2005 heeft ingediend waarin bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing wordt gevorderd van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 9 september 2005 van de delibererende klassenraad van het koninklijk technisch atheneum 1 te Aalst, vierde jaar elektro-mechanica, om hem een oriënteringsattest C uit te reiken; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 23 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 september 2005, om 10.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat Ph. Van Wesemael, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat D. Matthys, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; XII-4539-1/16 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; De gegevens van de zaak
- Overwegende dat de feiten dienstig voor de beoordeling van de vordering tot schorsing de volgende zijn : Verzoeker is tijdens het schooljaar 2004-2005 ingeschreven voor het vierde jaar elektro-mechanica aan het koninklijk technisch atheneum te Aalst. Op medische gronden kan hij de dagelijkse schoolactiviteiten niet volgen, en is hij, weliswaar gewettigd, langdurig afwezig. Wel neemt hij deel aan een aantal, maar niet alle, examens van de eerste examenperiode. Voor de periodes dagelijks werk 2 en 3 worden hem wegens zijn afwezigheid geen quoteringen toegekend. De begeleidende klassenraad notuleert in het individueel dossier van verzoeker op 22 maart 2005 : “DW2= geen beoordeling mogelijk wegens lange afwezigheid De teruggekregen taken worden besproken. De tekst voor een brief naar de ouders wordt samengesteld: De klassenraad is van oordeel dat verdere taken aan Yannick bezorgen geen zin heeft, gelet op het feit dat een aantal taken niet gemaakt werden, sommige taken totaal onvoldoende zijn en gelet op het feit dat voor sommige taken er bijkomende uitleg zou moeten gegeven worden aan de leerling, hij eigenlijk thuis begeleid zou moeten worden door de vakleerkrachten”. Op 23 maart 2005 schrijft de directeur aan de ouders van verzoeker wat volgt : “De begeleidende klassenraad van dinsdag 8 maart 2005 besprak uitvoerig de situatie van uw zoon Yannick en kwam tot volgende bevindingen : ! Alle leerkrachten uiten hun bezorgdheid omtrent de afwezigheid van Yannick. De inzet van de ouders ten aanzien van Yannick is onbetwistbaar positief. Het inschakelen van enkele (gepensioneerde) vrijwilligers die Yannick bijles geven in Mechanica, Wiskunde en Frans is lovenswaardig. ! Tegelijk wordt er op gewezen dat deze inzet de begeleidende klassenraad niet de mogelijkheid kan bieden om een evaluatie uit te spreken. De taken die Yannick tot nog toe maakte kunnen onmogelijk beschouwd worden als geziene leerstof (daarvoor waren de taken te beperkt), te meer daar de taken niet naar behoren werden gemaakt. Heel wat opdrachten en vragen werden niet beantwoord. Aanwezigheid in de klas is immers een absolute voorwaarde om - althans het belangrijkste gedeelte van - de taken naar behoren te maken. XII-4539-2/16 ! De klassenraad wenste de taken die Yannick nog niet had afgewerkt op voorstel van de directeur, af te wachten. De directeur maakte met de ouders de afspraak dat Yannick uiterlijk op vrijdag 11 maart 2005 de resterende taken zou inleveren. Pas dan kon beslist worden of het nog zinvol was om Yannick nieuwe taken te geven. De begeleidende klassenraad van dinsdag 22 maart 2005 kwam tot de volgende bevindingen : ! De taken die Yannick op vrijdag 11 maart 2005 af diende te geven, werden pas op 17 maart 2005 afgegeven. Ook deze taken waren onbehoorlijk en zeer onvolledig gemaakt. Zo ontvingen wij geen taak Frans, Natuur- wetenschappen, Informatica. TV Elektriciteit en Technologie Mechanica. Ook hier is de oorzaak legio: het niet kunnen volgen van de lessen maakt het onmogelijk deze taken naar behoren te maken. Ik heb dan ook besloten om het advies van de klassenraad te volgen en Yannick niet langer taken te bezorgen. Samen met de klassenraad hoop ik dat uw zoon zo spoedig mogelijk geneest zodat hij op een reguliere wijze de lessen kan volgen”. Verzoeker neemt dan weer deel aan de tweede examenperiode en legt alle examens af, uitgezonderd PV mechanica en elektriciteit. Op 28 juni 2005 beslist de delibererende klassenraad, aan verzoeker een C-attest toe te kennen, met de volgende motivering : “Er zijn tekorten voor de examens van juni : Nederlands : 24%, TV Mechanica : 33%, TV Electriviteit : 33%, Informatica : 14% en TT CAD Mechanica : 26% Gelet op de beide examenperiodes waaraan de leerling deelnam wordt beslist om geen herexamens te organiseren in hoofde van deze leerling, er zijn immers geen éénmalige of onverklaarbare tekorten. Gelet op de tekorten van EX1 en EX2 die er zijn voor Nederlands, Informatica, Technisch Tekenen CAD Mechanica en TV Elektriciteit, gelet op de afwezigheid voor DW2 en DW 3, gelet op het tekort voor Nederlands en TV Mechanica voor DW1, wordt beslist om, na stemming, een C-attest uit te reiken aan Yannick Van Der Biest. Er waren 12 stemmen voor een C-attest en 2 stemmen voor een B-attest. De doelstellingen van de diverse leerplannen werden niet bereikt hetgeen blijkt uit de jaartekorten die onder meer voortvloeien uit de lange periode van afwezigheid. Vandaar dat ook niet geopteerd werd voor een B-attest. Bespreking inhaalexamens : Frans : 34% Natuurwetenschappen : 50% TT CAD : 50% Herexamens hebben bovendien geen zin omdat Yannick Van der Biest essentiële vaardigheden die enkel tijdens de lessen aangeleerd kunnen worden, mist. Voor het vak PV Elektricitiet is er zelfs geen evaluatie mogelijk. Dit examen is een praktische proef en de leerling was gewettigd afwezig tijdens de praktische proeven. Een herexamen heeft hoer ook geen zin gelet op de vele lessen die hij miste, waar de specifieke vaardigheden voor dit vak worden aangeleerd. XII-4539-3/16 Voor het vak PV Mechanica geldt hetzelfde, zij het dat het eerste examen wel kon worden afgenomen”. Na overleg met de ouders, wijst de directeur hun verzoek om een nieuwe bijeenkomst van de klassenraad, af. Met een 1 juli 2005 gedateerd schrijven richt de directeur zich tot de ouders als volgt : “Op vrijdag 1 juli 2005 had ik met jullie een persoonlijk onderhoud. U maakte in dit onderhoud bezwaar tegen de beslissing van de delibererende klassenraad van 29 juni 2005, betreffende uw zoon, Yannick Van der Biest. Tijdens dit onderhoud vernam ik als voorzitter van de delibererende klassenraad geen aangebrachte elementen die een nieuwe bijeenkomst van de klassenraad noodzakelijk maken. U gaf te kennen dat de school onvoldoende inspanningen leverde om uw zoon taken te bezorgen. Ik meen dat de school integendeel zeer veel inspanningen leverde, maar dat uw zoon deze taken niet maakte en/of zeer onvolledig maakte. Ook via het CLB werd getracht om huisonderwijs te organiseren voor uw zoon, echter zonder resultaat. Er werd dan ook beslist uw zoon niet langer taken te bezorgen, gelet op het feit dat hij ze niet allemaal kon maken of niét allemaal wou maken. Dit werd u ten andere ook meegedeeld in een brief van 23 maart
- De beslissing van de delibererende klassenraad om uw zoon een C-attest toe te kennen, blijft dan ook gehandhaafd. Uw zoon had immers voor vijf vakken een jaartekort, meer bepaald voor Nederlands, Informatica, Technisch Tekenen CAD, Technisch vak Mechanica en Technisch vak Elektriciteit. Het feit dat hij 80% van de duur van het schooljaar afwezig was wegens medische problemen, maakte het bovendien niet mogelijk om evaluatiecijfers voor dagelijks werk periode 2 en 3 te geven. Uw zoon kan zowel het 2e leerjaar van de 2e graad TSO elektromechanica hernemen, als het 2e leerjaar van de 2e graad BSO starten. Ik deel u verder ook nog mee dat u beroep kunt aantekenen tegen deze beslissing, binnen de 5 werkdagen bij de beroepscommissie”. Met een 5 juli 2005 gedateerde brief deelt de directeur aan de ouders van verzoeker nog het volgende mee : “De delibererende klassenraad over het schooljaar 2004-2005 heeft beslist om uw zoon een C-attest toe te kennen. U ontving hierover reeds eerder een schrijven. Bijkomende uitleg hierover volgt in dit schrijven. Deze eindbeslissing is als volgt te motiveren : ! De leerling behaalde 9 tekorten op de examens waaronder voor 4 vakken een jaartekort, met name voor Nederlands, informatica, TT CAD Mechanica en TV Elektriciteit. ! De leerling behaalde een tekort voor Dagelijks Werk 1 voor Nederlands en TV Mechanica. ! De leerling was gedurende een lange periode afwezig (slechts 21 % van het schooljaar aanwezig) zodat er geen evaluatie mogelijk was voor Dagelijks Werk 2 en Dagelijks Werk
- XII-4539-4/16 ! De leerling nam regulier deel aan de examens en de tekorten waren niet éénmalig of onverwacht, zodat herexamen geen alternatief vormen. ! De leerling bereikte de doelstellingen van de diverse leerplannen niet, hij vertoonde een duidelijk tekort aan basiskennis”. Verzoeker tekent beroep aan bij de beroepscommissie, waarbij hij in tien argumenten uiteenzet waarom de beslissing volgens hem heroverweging verdient. De beroepscommissie hoort verzoeker, bijgestaan door zijn moeder en zijn begeleidende psychotherapeut, en notuleert onder meer : “Na het horen van de ouders en na bespreking van alle argumenten die hieronder worden opgesomd, stelt de beroepscommissie voor om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen om helderheid te scheppen over het rapport met de punten van de inhaalexamens die blijkbaar niet onmiddellijk aan de ouders werden meegedeeld. De punten werden pas in een later stadium meegedeeld. De communicatie omtrent de te kennen leerstof verliep stroef. De ouders en leerling gaven echter wel degelijk toe volledig op de hoogte te zijn geweest van de te kennen leerstof. Overwegend dat hieruit blijkt dat : Yannick was gewettigd afwezig voor ca 80 % van de duur van het schooljaar. Dit is een cruciaal element geweest en was medebepalend voor de tekorten die hij had tijdens het schooljaar. Er was overigens een afwijking gevraagd aan het departement onderwijs om de regelmatigheid van de leerling niet in het gedrang te brengen. Yannick had jaartekorten voor: - Nederlands - Informatica - TT CAD Mechanica - TV Elektriciteit Bovendien was er geen evaluatie mogelijk voor dagelijks werk 2 en dagelijks werk
- Voor het vak PV Elektriciteit was er evenmin een evaluatie mogelijk. De examens voor dit vak worden tijdens het schooljaar georganiseerd en de leerling was toen gewettigd afwezig. Gelet op het feit dat de vaardigheden voor dit vak tijdens de lessen worden aangeleerd, heeft het dan ook geen zin om hiervoor herexamens te organiseren. Voor het vak PV Mechanica geldt hetzelfde, zij het dat het eerste examen wel kon afgenomen worden. De ouders stellen dat de school hun zoon niet voldoende ondersteund hebben. De ouders verkregen echter wel degelijk taken. Zij stelden zelf voor deze taken op school op te halen en/of bij een medeleerling. Dit blijkt ook ten andere uit een brief van de ouders. Er werden bovendien genoegzaam kansen geboden aan Yannick. Hij kwam diverse keren te laat tijdens de examenperiode en voor het vak RK Godsdienst kwam hij zelfs niet opdagen. In al deze gevallen werd hem de mogelijkheid aangeboden om toch deel te nemen aan de examens (voor het vak RK Godsdienst diende de leerkracht een andere datum vast te leggen). De bewering dat ouders en leerling geen inzage kregen in het dossier en in de examens is een flagrante leugen. Tot 3 x toe kregen zij hiertoe de kans en deze kansen werden ook benut. Zo werden examens ingekeken tijdens de evaluatiegesprekken, tijdens het oudercontact en tijdens het gesprek met de directeur op 1 juli. XII-4539-5/16 De vermelding (argument 2) van de brief van de ouders van 5/7/2005 die de directeur niet kende, betreft een vergissing. Op het moment van het gesprek herinnerde de directeur zich de brief niet, maar deze werd wel achteraf teruggevonden. Tijdens het gesprek overhandigden de ouders trouwens aan de directeur kopie van de brief en hierin werden ook geen nieuwe argumenten gevonden, hetgeen overigens aan de ouders werd meegedeeld door de directeur. Het argument (argument 3 en 4) dat er niet gedifferentieerd werd snijdt evenmin hout. De differentiatie heeft betrekking op het lesgebeuren. Opnieuw dient ook gesteld te worden dat de ouders zelf in gingen staan voor het ophalen van de taken en dat heel wat taken ofwel niet gemaakt werden ofwel zeer zwakke resultaten boekten. Het argument (argument 5) dat de uitslagen positief zijn, raakt kant noch wal. Er wordt enkel verwezen naar positieve resultaten, over de negatieve resultaten wordt in alle talen gezwegen. De uitspraak over Het argument (argument 8) dat Yannick geen examenrooster en/of leerstof verkreeg van de school houdt geen steek. Met de ouders werd opnieuw afgesproken om met een medeleerling contact op te nemen en bij eventuele vragen contact op te nemen met de school. Dit is ook gebeurd en de leerling was op de hoogte van examenrooster en leerstof. Het argument van de klasgemiddelden (argument 9) is evenmin van toepassing. De klasgemiddelden hebben niet meegespeeld in de eindbeslissing. Het argument van herexamens (argument 10): herexamens hadden geen zin gelet op het feit dat Yannick essentiële vaardigheden miste die hij tijdens die lessen moest aanleren. BESLUIT De beroepscommissie in zitting van: 29/08/05 adviseert de Inrichtende Macht eenparig om de klassenraad in zijn delibererende functie opnieuw samen te roepen”. Het college van directeurs volgt het advies van de beroepscommissie. De delibererende klassenraad delibereert andermaal en besluit op 9 september 2005 om het C-attest te handhaven. De notulen van de vergadering luiden : “Het betreft hier de speciaal ingerichte klassenraad naar aanleiding van het beroep aangetekend door de ouders tegen de beslissing van de delibererende klassenraad van 28 juni 2005 en het advies van de beroepscommissie van 29/08/05 dat door het College van Directeurs werd gevolgd op 09 september
- Dit advies luidde dat de delibererende klassenraad opnieuw samen moet komen om 2 punten te behandelen - schetsen van de procedure tot nog toe door de directeur: de verwijten van de ouders van Yannick spitsen zich voornamelijk toe op de 2 volgende punten:
- De cijfers van de ingehaalde examens werden, volgens de ouders onvoldoende vlug ingevuld op het rapport. De klassenraad stelt dat dit in een later stadium toch werd meegedeeld aan de ouders. XII-4539-6/16
- Er zou onvoldoende feedback geweest zijn naar de leerling en de leerstof voor de examens zou beter kunnen meegedeeld worden. De afspraak was dat de ouders zelf de zaken zouden meedelen en op de school komen opvragen. De inspanningen van heel wat collega’s (fysiek aan huis geweest en telefonisch contact genomen), hebben positief bijgedragen om deze zaken aan de ouders en de leerling te bezorgen. - de uitdrukkelijke vraag aan elke aanwezige leerkracht resulteerde nu in een UNANIEM behoud van een C-attest. - De verantwoording van de beslissing en de elementen die ook in juni tot het C-attest geleid hebben werden in detail besproken en het behoud van het C-attest werd nogmaals door ALLE aanwezigen bevestigd. De klassenraad blijft bij haar motivering die in de beroepscommissie reeds aan bod is gekomen.”. Met twee afzonderlijke brieven van 12 september 2005 deelt de algemeen directeur de beslissingen mee, van het college van directeurs om de klassenraad opnieuw samen te roepen en van de delibererende klassenraad, om het C-attest te handhaven; De schorsingsvoorwaarden
- Overwegende dat luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Beoordeling 3.
- Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoeker als eerste middel de schending aanvoert van artikel 5, §§ 5, 6 en 8 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs (hierna: organisatiebesluit), van de materiële en de formele motiveringsplicht en van het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel; dat hij dit middel ontwikkelt als volgt : “Doordat de opnieuw samengeroepen delibererende klassenraad een beslissing heeft genomen waarbij zij zich duidelijk enkel en alleen heeft laten leiden door de gewettigde afwezigheid van verzoeker gedurende een grote periode van het schooljaar en het feit dat hij vier jaartekorten heeft. XII-4539-7/16 Terwijl, eerste onderdeel, overeenkomstig voormelde bepalingen de delibererende klassenraad zich bij zijn beslissing over het al dan niet slagen van verzoeker moet laten leiden door de concrete gegevens in het dossier van de leerling, waaronder de resultaten van de examens die door de leraars van de leerling werden afgenomen, alsook de beslissingen, adviezen en vaststellingen van de begeleidende klassenraad. En terwijl deze beslissingen steeds gemotiveerd moeten zijn. En terwijl in casu de klassenraad haar beslissing voor het toekennen van een C-attest in de eerste plaats laat leiden door de gewettigde afwezigheid van verzoeker en diens vier jaartekorten, terwijl verzoeker voor het overige een jaargemiddelde haalt van 62,3 % op een totaal van 14 vakken. En terwijl deze vier jaartekorten op zich dan ook niet kunnen volstaan als motivering voor het toekennen van een C-attest, te meer daar tegenpartij er in haar schoolreglement uitdrukkelijk voor opteert actief gebruik te maken van herexamens om de leerlingen alle kansen te geven (cf. p. 30, al. 6 Schoolreglement “Pedagogisch Project). En terwijl de delibererende klassenraad zich voor de bestreden beslissing evenmin dienstig kan baseren op de beslissingen, adviezen en vaststellingen van de begeleidende klassenraad, nu tegenpartij slechts twee dienstnota’s van de begeleidende klassenraad dd. 8 maart 2005 en 22 maart 2005 kan voorleggen waarbij deze boudweg adviseert verzoeker niet langer taken te bezorgen omdat En terwijl voor het overige geenszins uit de aan verzoeker overgemaakte beslissing blijkt op welke andere motieven de klassenraad zich heeft gesteund, en zodoende geenszins kan worden opgemaakt om welke gegronde beweegredenen de delibererende klassenraad aan verzoeker een C-attest heeft uitgereikt. En terwijl nochtans vaststaat dat de delibererende klassenraad in een geval zoals in casu, waarin zij op vraag van de beroepscommissie opnieuw moet samenkomen nadat haar oorspronkelijk beslissing binnen het raam van de in het organisatiebesluit geregelde beroepsprocedure is aangevochten, zorgvuldig in de veruitwendigde motieven van haar eindbeslissing de door haar gemaakt afweging moet doen blijken (cf. R.v.St., Meulenijzer, nr. 132.028 van 3 juni 2004). En terwijl in dit opzicht van de klassenraad verwacht mag worden dat haar nieuwe beslissing tot handhaving van het C-attest geen loutere bevestigende beslissing is van eerder genomen beslissing dd. 29 juni 2005, maar het gevolg van een heroverweging op grond van verzoekers bezwaren en van het advies van de beroepscommissie (cf. dienaangaande R.v.St., Coucke, nr. 123.581 van 29 september 2003). En terwijl de klassenraad dan ook uitdrukkelijk de redenen had moeten geven waarom de ziekte van verzoeker en de niettemin behoorlijke resultaten op de andere vakken haar niet hebben kunnen vermurwen inzake het niet geslaagd zijn. En terwijl de school nooit in vraag heeft gesteld dat verzoeker als een regelmatige leerling diende te worden beschouwd en zijn afwezigheid niet heeft verhinderd dat verzoeker voor de vakken waarvoor hij wel een voldoende (en veelal veel meer dan een louter voldoende!) heeft behaald lovende commentaren kreeg. En terwijl de houding van de school om vanaf maart 2005 resoluut te weigeren enige bijkomende inspanning te doen om verzoeker, geveld door zware psychologische problemen, te ondersteunen en bij te staan, en dit in tegenstelling tot wat het pedagogisch project van de school vooropstelt. En terwijl de motivering in de brief van 12 september 2005 dit treffend illustreert daar waar wordt gesteld dat er geen evaluatie mogelijk was voor dagelijks werk en dit een reden is voor de klassenraad om een C-attest toe te XII-4539-8/16 kennen En terwijl tevens met geen woord wordt gerept over het feit dat voor de vakken waarvoor verzoeker een tekort vertoont, de klasgemiddelden zich eveneens onder de helft (2 maal 40 % en 44 %) of juist op de helft (51 % en 50 %) bevinden. En terwijl nochtans deze dramatische klasgemiddelden er niet hebben toe geleid dat nog andere leerlingen met een C-attest werden bedeeld, doch integendeel aan deze andere leerlingen een herexamen of een B-attest werd opgelegd. En terwijl dit dan ook een manifeste schending inhoudt van het gelijkheidsbeginsel. En terwijl evenmin wordt ingegaan in de overwegingen van de delibererende klassenraad op het feit dat verzoeker, ondanks zijn lange afwezigheid en de minimale hulp die hij van de school heeft gekregen, niettemin op vele vakken punten ver boven het klasgemiddelde heeft behaald, waardoor hij afdoende heeft aangetoond zelfstandig leerstof te kunnen verwerken en instuderen, hetgeen nochtans in het pedagogisch project van de school sterk wordt aangemoedigd (cf. p. 30, al. 6 schoolreglement). En terwijl verzoeker zo bv. voor het vak Frans, waar hij in het eerste semester een tekort had (ook het klasgemiddelde bedroeg toen 44%), in het tweede semester 61 % heeft gehaald, hetgeen hem lovende commentaar opleverde van de betrokken leerkracht op het rapport (“Bravo, je hebt behoorlijke vorderingen gemaakt”). En terwijl dit aantoont dat geen antwoord voorhanden is vanwege de delibererende klassenraad waarom een herexamen voor verzoeker, ondanks de vorderingen die hij voor bepaalde vakken had behaald en het eenmalig karakter van sommige tekorten, niet verantwoord was, net zoals geen antwoord voorhanden is waarom voor een aantal medeleerlingen wel herexamens werden georganiseerd of een B-attest werd verleend. En terwijl zodoende moet worden vastgesteld dat in de brief dd. 12 september 2005 geen antwoord is terug te vinden op de vraag van verzoeker waarom geen rekening gehouden werd met de overige door hem behaalde resultaten en zijn psychologische problemen om hem herexamens op te leggen en waarom de klassenraad van oordeel was dat herexamens geen zin hadden. En terwijl bij lezing van de brief van 12 september 2005 dan ook niet tot het besluit kan worden gekomen dat de delibererende klassenraad bij zijn beraadslaging alle concrete gegevens van het dossier van verzoeker zorgvuldig heeft afgewogen tegenover de vier jaartekorten. En terwijl het feit dat in de notificatiebrief dd. 12 september 2005 bv. niets is terug te vinden over de vakken waarvoor verzoeker wel voldoende punten haalde, enkel bevestigt dat de delibererende klassenraad niet alle elementen in haar beoordeling heeft betrokken en zich zonder meer heeft gefixeerd op de gewettigde afwezigheid van verzoeker en diens vier jaartekorten. En terwijl de delibererende klassenraad in casu dan ook niet op afdoende wijze kan motiveren waarom haar afweging in het nadeel van verzoeker is uitgevallen, nu blijkt dat de klassenraad zelfs niet tot een afweging van alle concrete en relevante gegevens is gekomen. En terwijl immers uit niets tot het besluit kan worden gekomen dat de delibererende klassenraad bij zijn beraadslaging de andere concrete gegevens van het dossier van verzoeker, en in het bijzonder zijn studieresultaten voor de andere examens en zijn globale jaarresultaat, heeft afgewogen tegenover de vier tekorten. En terwijl, tweede onderdeel, tenslotte het gestelde in de notificatiebrief dd. 12 september 2005 overigens geenszins dienstig kan zijn als motivering voor XII-4539-9/16 de beslissing van de delibererende klassenraad, nu dit schrijven niet uitgaat van de klassenraad en bijgevolg geen motieven bevat die toegeschreven kunnen worden aan het daartoe als enige bevoegd zijnde orgaan. En terwijl tot op heden de notulen van de delibererende klassenraad niet aan verzoeker werden overgelegd, zodat niet kan worden nagegaan of de klassenraad andere dan in de notificatiebrief dd. 12 september 2005 opgeworpen motieven heeft gehanteerd.”; 3.2.
- Overwegende, wat de gevolgde procedure betreft, dat de bij de artikelen 68 tot 74 van het organisatiebesluit geregelde beroepsprocedure er in ieder geval op gericht moet zijn om de klachten en de argumenten van een verzoeker te onderzoeken en dat verzoeker een antwoord op zijn klacht moet vinden, hetzij finaal in de beslissing van de delibererende klassenraad hetzij ten minste in het advies van de beroepscommissie; dat in de huidige zaak de beroepscommissie op het eerste gezicht een repliek heeft gegeven op de argumenten van verzoeker -zelfs argument per argument, zo lijkt- en slechts twee bezwaren overhoudt die de nieuwe samenkomst van een delibererende klassenraad verantwoorden; dat de klassenraad dan niet meer verplicht is, zo lijkt, om nogmaals de overige bezwaren formeel te beantwoorden; dat hij er mee mag volstaan zich bij de visie en de motivering van de beroepscommissie aan te sluiten; dat zulks te dezen is gebeurd; dat de klassenraad wél nog een antwoord heeft te geven, en geeft, op de twee overgebleven grieven; dat aldus het beroep wel degelijk tot een heroverweging heeft geleid, waarbij verzoeker hetzij in het advies van de beroepscommissie, hetzij in de motivering van de klassenraad een antwoord heeft kunnen vinden op zijn klacht; dat de vraag of dit antwoord de uiteindelijke beslissing vermag te ondersteunen dan weer met de materiële motiveringsplicht heeft te maken, die hierna aan de orde komt; Overwegende, nog steeds wat de door verwerende partij te volgen werkwijze betreft, dat artikel 5, § 5, van het organisatiebesluit inderdaad eist dat de delibererende klassenraad “zich bij zijn beslissingen [zal] laten leiden door concrete gegevens uit het dossier van de leerling”, waaronder “resultaten van proeven, toetsen of examens die door de leraars van de leerling werden afgenomen” en “de beslissingen, vaststellingen en de adviezen van de begeleidende klassenraad”; dat verzoeker evenwel niet overtuigt als zou de huidige klassenraad zich niet op die wijze van zijn taak hebben gekweten; dat in de veruitwendigde motieven op het eerste gezicht is terug te vinden dat inderdaad met de vier jaartekorten is rekening gehouden, maar voorts ook met de resultaten van de overige proeven, met het dagelijks werk DW2 en DW3, met de gewettigde afwezigheid en met opmerkingen van de begeleidende klassenraad; dat de klassenraad ook nog terugwijst naar zijn XII-4539-10/16 redengeving bij de beslissing in juni, en aldus onrechtstreeks ook naar de vaststelling dat het bij de examenresultaten niet gaat om éénmalige of onverklaarbare tekorten en naar de tekorten voor Nederlands en TV Mechanica bij DW1; dat dit alles de concrete gegevens lijken te zijn, welke worden bedoeld bij het geciteerde artikel 5, § 5, van het organisatiebesluit; dat de vraag of op grond van al die gegevens mocht besloten worden tot een C-attest, alweer de materiële motiveringsplicht betreft; Overwegende, wat dan op het vlak van de te volgen procedure uiteindelijk de wijze van kennisgeving van de bestreden beslissing betreft, dat artikel 74 van het organisatiebesluit bepaalt dat verzoeker “van deze beslissing, die dient gemotiveerd, onverwijld schriftelijk in kennis gesteld [wordt]”; dat zulks lijkt te zijn gebeurd; dat de brief van de algemeen directeur de melding bevat dat de delibererende klassenraad het C-attest handhaaft en voorts de motieven weergeeft van de klassenraad, alsmede het hiervoor bij het feitenrelaas ook overgeschreven gedeelte van het advies van de beroepscommissie, waarbij de klassenraad zich heeft aangesloten; dat geen voorschrift de verwerende partij er ook toe dwingt, zo lijkt, een eensluidend afschrift van de beslissing of van notulen mee te delen; 3.2.
- Overwegende, wat dan de motieven zelf betreft, dat -wat ook de resultaten voor de andere vakken mogen zijn- vier jaartekorten die, zoals de beroepscommissie in haar advies terecht opmerkt, ernstig zijn en betrekking hebben op een belangrijk deel van de opleiding, prima facie kunnen volstaan als “gegronde beweegredenen” om middels een C-attest aan te geven dat de betrokken leerling het schooljaar niet met vrucht heeft beëindigd; dat die beweegredenen niet onregelmatig worden louter omdat de klassenraad niet het volledige rapport reproduceert en dus de vakken waarvoor verzoeker wél voldoende punten haalde onvermeld laat; dat verzoeker die tekorten en de aard ervan voorts niet betwist; dat het dan aan verzoeker te beurt valt, zo lijkt, om aan te geven welke andere concrete gegevens van zijn dossier niet of onvoldoende door de klassenraad in ogenschouw zijn genomen en die een zodanig tegengewicht vormen voor de vastgestelde en onbetwiste tekorten, dat zij een anders luidende beslissing mogelijk maken; dat verzoeker dit doet door te wijzen op de klasgemiddelden, op zijn door ziekte gewettigde afwezigheid, op de mogelijkheid om herexamens af te leggen en op de weigering van de school om vanaf maart 2005 bijkomende inspanningen te doen; Overwegende dat een klasgemiddelde niet zo een concreet gegeven van zijn individueel dossier lijkt te zijn als bedoeld bij artikel 5 van het XII-4539-11/16 organisatiebesluit en hoogstens in ondergeschikte orde of ter ondersteuning van andere argumenten van tel kan zijn; dat het dit hier echter des te minder kan; dat immers verwerende partij verklaart, zonder te worden tegengesproken door verzoeker, dat de desbetreffende klas slechts vijf leerlingen telt, zodat een klasgemiddelde weinig statistische relevantie vertoont; dat het motief dat met de klasgemiddelden geen rekening wordt gehouden dan ook niet onwettig lijkt; dat het in de marge van dit argument ingeroepen gelijkheidsbeginsel niet dienstig wordt aangevoerd; dat verzoeker immers zijn beweringen met geen concrete gegevens staaft, welke zouden kunnen aantonen dat verwerende partij een beoordelingsmaatstaf verschillend zou hebben gehanteerd op leerlingen die zich in gelijke omstandigheden bevinden; Overwegende dat aan de ziekte en de afwezigheid van verzoeker wel degelijk aandacht is besteed, zij het niet in de door verzoeker gewenste zin; dat bij het departement onderwijs een aanvraag tot afwijking werd ingediend zodat verzoeker als regelmatige leerling kon worden beschouwd; dat dit hem evenwel nog niet tot een aanwezige leerling maakt; dat van de delibererende klassenraad niet mag worden verwacht aan die langdurige afwezigheid geen aandacht te schenken of er geen gevolgen aan vast te knopen; dat zij dit wel gedaan heeft, door de negatieve weerslag ervan op de vereiste vaardigheid voor praktische vakken en op het beoordelen van het dagelijks werk in het algemeen op te merken; dat ook is opgemerkt dat taken die naar huis werden meegegeven “ofwel niet gemaakt werden ofwel zeer zwakke resultaten boekten”; dat de klassenraad heeft geoordeeld dat die afwezigheid, hoe gewettigd ook, mee aan de oorzaak ervan ligt dat verzoeker niet de vereiste vaardigheden heeft kunnen verwerven en niet over de kennis en de kunde beschikt om hem geslaagd te kunnen verklaren; dat dit motief pertinent lijkt en door verzoeker niet wordt ontkracht; Overwegende dat verzoeker wel meent dat hij herexamens zou mogen afleggen, zich daarbij steunend op het pedagogisch project van de school; dat echter ook op die verzuchting concreet en op zijn situatie toegespitst is geantwoord, met name door te refereren aan het praktijkgericht karakter van bepaalde deelvakken in combinatie met zijn niet éénmalige of onverklaarbare tekorten; Overwegende dat verwerende partij stellig betwist onvoldoende begeleiding te hebben aangeboden; dat volgens haar aan verzoeker steeds de eigenlijke leerstof is bezorgd, terwijl enkel aanvullende huistaken vanaf maart 2005 XII-4539-12/16 niet meer werden bezorgd om de redenen die te lezen zijn in de hiervoor overgeschreven notulen van de begeleidende klassenraad van 22 maart 2005 en in de brief van 23 maart 2005; dat verzoeker niet weerlegt dat afspraken waren gemaakt dat zijn ouders de taken zouden opvragen op school, dat leerkrachten hem opgezocht hebben of telefonisch contact hebben genomen en dat hij op suggestie of vraag van de ouders via een medeleerling op de hoogte werd gehouden van de leerstof; dat hoe dan ook de grieven van verzoeker op dit punt hoogstens kunnen betekenen dat verwerende partij schuld of mede schuld draagt aan het minder gunstige eindresultaat van verzoeker, maar niet dat dit resultaat gunstiger wordt; Overwegende ten slotte, dat een beter resultaat voor de tweede examenperiode de school misschien wél tot een ander oordeel over het geheel had kunnen brengen; dat dit echter slechts een hypothese is; dat hoe dan ook verzoeker als regelmatige leerling door de school moeilijk uitgesloten kon worden, zo lijkt, van deelname aan de examens waarvoor hij zich aanmeldt; dat er dan ook geen tegenspraak wordt bespeurd tussen het mogen afleggen van die examens en de bedenkingen in de bestreden beslissing over de weerslag van verzoekers afwezigheid op het kunnen beoordelen van de praktische vakken; 3.
- Overwegende dat de Raad van State zich niet als beroepsinstantie in de plaats van de delibererende klassenraad mag stellen voor de beoordeling van de examenresultaten en van de geschiktheid van de leerling om het volgende jaar aan te vatten, vermits het alleen aan de delibererende klassenraad toekomt om die keuze te maken; dat de delibererende klassenraad daarbij over een -ruime- discretionaire bevoegdheid beschikt; dat de Raad van State verzoeker derhalve niet kan beschermen tegen strenge beslissingen, alleen tegen onwettige beslissingen; dat een strenge beslissing door de betrokken leerling allicht als onredelijk of onbillijk ervaren kan worden; dat het ook niet uitgesloten is dat een ándere delibererende klassenraad, op zicht van dezelfde gegevens en op grond van de hem toekomende beoordelingsbevoegdheid, evengoed binnen de grenzen van de wettelijkheid tot een ánder oordeel zou komen; dat een beoordeling door de delibererende klassenraad door de Raad van State echter enkel voor onwettig kan worden gehouden indien blijkt dat die beslissing niet gedragen kan worden, in rechte of in feite, door de er voor ingeroepen motieven of indien het om een beslissing gaat waarvan gewoon niet te begrijpen valt hoe ze zelfs binnen die ruim geachte discretionaire bevoegdheid tot stand is kunnen komen : waarvan met andere woorden niet denkbaar is dat enige zorgvuldig handelende klassenraad ze zou kunnen nemen; dat uit wat voorafgaat XII-4539-13/16 blijkt dat verzoeker, in de huidige stand van de procedure, er niet in is geslaagd de Raad daarvan te overtuigen; dat de door de delibererende klassenraad gemaakte inschatting van de kennis en kunde van verzoeker in rechte, zo lijkt, een beslissing om hem een C-attest te geven vermogen te verantwoorden; dat het eerste middel niet ernstig is; 4.
- Overwegende dat verzoeker als tweede middel de schending aanvoert van artikel 5, §§ 5, 6 en 8 en van artikel 74 van het organisatiebesluit en van het zorgvuldigheidsbeginsel; dat hij toelicht dat hem enkel een brief van 12 september 2005 werd meegedeeld “met daarin een weergave van de motieven van de delibererende klassenraad om bij [zijn] beslissing te blijven”, dat die brief niet kan worden beschouwd als de notulen of de beslissing van de klassenraad zodat die motieven niet aan de klassenraad toegeschreven kunnen worden “gelet op het ontbreken van een notificatie van de eigenlijke notulen”; 4.
- Overwegende andermaal, zoals hiervoor al is overwogen, dat de door verzoeker aangehaalde bepalingen en beginselen geen verplichting lijken te omvatten om hem een eensluidend verklaard afschrift van de beslissing of van de notulen te bezorgen; dat het te dezen volstaat vast te stellen dat hij in de brief van 12 september 2005 zowel de beslissing als de er aan ten grondslag liggende motieven heeft kunnen lezen welke, na inzage van het administratief dossier, lijken overeen te stemmen met de notulen van de delibererende klassenraad en met het advies van de beroepscommissie; dat hij zich na de kennisname van de geviseerde brief middels voorliggende vordering tegen die motieven dan ook heeft kunnen weren; dat het middel niet ernstig is; 5.
- Overwegende dat verzoeker een derde middel put uit de schending van artikel 5, §§ 5 en 8 en van artikel 61 van het organisatiebesluit, van de artikelen 2 en 3 van de formele-motiveringswet van 29 juli 1991, van het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel, “omwille van de willekeur en wegens het ontbreken van de rechtens vereiste feitelijke grondslag”; dat hij het middel toelicht als volgt : “Doordat de opnieuw bijeengekomen delibererende klassenraad beslist om de toekenning van een C-attest aan verzoeker te bevestigen onder de motivering dat verzoeker vier jaartekorten heeft en er door de school XII-4539-14/16 Terwijl verzoeker slechts vier onvoldoendes heeft behaald op 14 vakken met een algemeen resultaat van 62,3 % (72,3 % in eerste semester en 52,3 % in tweede semester). En terwijl de klassenraad op grond van deze gegevens dan ook onwettig lijkt gehandeld te hebben om op basis van deze gegevens te besluiten dat verzoeker niet de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen niet zou kunnen bereiken mits het opleggen van herexamens. En terwijl deze vaststelling des te meer klemt, nu letterlijk in het schoolreglement van tegenpartij wordt gesteld dat in het kader van het pedagogisch project van de school en de betrachting o.m. om de leerlingen ertoe aan te zetten zich individuele strategieën eigen te maken om kennis en vaardigheden beter te kunnen verwerven en zelfstandig te leren en denken, ervoor geopteerd wordt voor En terwijl de houding van de delibererende klassenraad in casu echter eerder lijkt te worden ingegeven door een omgekeerde houding, m.n. om aan verzoeker alle kansen te ontnemen i.p.v. ze te geven. En terwijl deze indruk wordt versterkt door de zeer summiere redengeving voor het weigeren van de herexamens die luidt dat En terwijl immers moet worden vastgesteld dat ondanks de lovende commentaren op het eerste rapport, alsook op het tweede rapport voor de geslaagde vakken, de delibererende klassenraad thans unaniem heeft besloten het C-attest te bevestigen. En terwijl hieruit blijkt dat de klassenraad op generlei wijze rekening heeft gehouden met de psychologische problemen van verzoeker en de bijzonder moeilijke situatie waarin deze zich hierdoor bevindt, noch met het feit dat de begeleidende klassenraad einde maart 2005 plots en zonder afdoende reden heeft beslist geen taken meer te geven aan verzoeker en zodoende de begeleiding vanuit de school stop te zetten. En terwijl in dat opzicht de bewering van de klassenraad dat de school verzoeker En terwijl in het licht van deze zeer gebrekkige begeleiding door de school de klassenraad dan ook volledig ten onrechte de resultaten van verzoeker als onvoldoende heeft beschouwd om hem voor de vier in de bestreden beslissing opgesomde vakken geen herexamen te geven. En terwijl een dergelijke houding duidelijk totaal indruist tegen het schoolreglement dat tegenpartij zichzelf heeft opgelegd”; 5.
- Overwegende dat de grieven die worden ontwikkeld in het derde middel samenvallen met de grieven die verzoeker heeft uiteengezet in het eerste middel; dat mag worden verwezen naar de beoordeling van het eerste middel; dat ook het derde middel niet ernstig is;
- Overwegende dat geen van de aangevoerde middelen ernstig is; dat niet voldaan is aan een van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil XII-4539-15/16 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig september 2005, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4539-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.620 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.