id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.699 Rolnummer: A. 83066/VII-18006 Zaak: Arrest 149699 - - 03/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-10 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-03 01:25 Fiche Arrest nr 149.699 van 3 oktober 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.699 van 3 oktober 2005 in de zaak A. 83.066/VII-18.006 In zake :
- de n.v. J&J,
- Jacqueline VANDENBERGHE die woonplaats kiezen bij Advocaat W. DE CUYPER, kantoor houdende te SINT-NIKLAAS, Vijfstraten 57 tegen : de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van ANTWERPEN. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. J & J en Jacqueline VANDEN- BERGHE op 22 maart 1999 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 7 januari 1999, waarbij het beroep, ingediend door de eerste verzoekende partij, tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen van 11 augustus 1998, houdende de weigering van de milieuvergunning aan de eerste verzoekende partij tot het exploiteren te Mechelen, Guido Gezellelaan nr. 6, kadastraal gekend afdeling 2, sectie B, nummer 507f8, van een speelzaal-lunapark, ongegrond wordt verklaard; Gelet op het arrest nr. 81.393 van 28 juni 1999 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 15 juli 1999; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 9 augustus 1999 ingediend door de eerste verzoekende partij; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; VII-18.006-1/3 Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKS- WEERDT; Gelet op de beschikking van 31 mei 2005, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de eerste verzoeken- de partij op 3 juni 2005; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende, wat de tweede verzoekende partij betreft, dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest nr. 81.393 aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, derde en vijfde lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; dat naar luid van het voormelde artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; dat het arrest nr. 81.393 van 28 juni 1999de vordering tot schorsing heeft verworpen; dat de tweede verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend zodat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; Overwegende, wat de eerste verzoekende partij betreft, dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de eerste verzoeken- de partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; dat krachtens voornoemd artikel 21, zesde lid, ten aanzien van de verzoekende partij een afstand van geding geldt wanneer zij binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient; dat de eerste verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; VII-18.006-2/3 dat krachtens de voormelde wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de eerste verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie oktober tweeduizend en vijf, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-18.006-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.699 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.81.393 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.