id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.701 Rolnummer: A. 75280/VII-15777 Zaak: Arrest 149701 - - 03/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-11 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-03 01:26 Fiche Arrest nr 149.701 van 3 oktober 2005 - Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.701 van 3 oktober 2005 in de zaak A. 75.280/VII-15.777. In zake : Ria VANHEES, die woonplaats kiest bij Advocaat A. PATYN, kantoor houdende te EVERGEM, Schoonstraat 64 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaten M. BOES en W. MERTENS, kantoor houdende te BERINGEN, Scheigoorstraat 5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Ria VANHEES op 8 augustus 1997 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 3 juni 1997 "houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen de weigering van 20/01/1997 van de Mestbank tot notificatie als gezinsveeteeltbedrijf aan de echtgenoten de heer MOORS belast met de dagelijkse leiding van MOORS bvba Varkenshouderij, Driekooien 82, 3920 Lommel en RIA VANHEES, Hinneputten 20, 3920 Lommel"; Gelet op het arrest nr. 127.344 van 22 januari 2004 waarbij de debatten worden heropend en het door de Auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek van de zaak; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 21 april 2005 die de neerlegging van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het aanvullend verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; VII-15.777-1/6 Gelet op de beschikking van 25 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 september 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. PATYN, die verschijnt voor verzoekster, en van Advocaat N. SCHEEPMANS die, loco Advocaat M. BOES verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak werden weergegeven in het arrest nr. 127.344 van 22 januari 2004 en als volgt kunnen worden aangevuld : 1.1. Met een brief van 20 januari 1997 laat de Vlaamse Landmaat- schappij weten dat het bedrijf van verzoekster voor het productiejaar 1996 niet kan worden genotificeerd als gezinsveeteeltbedrijf, omdat “(...) blijkt dat u nog steeds onvoldoende bijlagen hebt gevoegd bij uw aangifte. Namelijk er ontbreekt nog steeds deel I en deel II en de landbouwbijla- ge of resultatenrekening van de meest recente aangifte in het kader van de wet op de inkomstenbelasting, of een persoonlijke verklaring dat u in de loop van 1995 of vóór 15 maart 1996 gestart bent als landbouwster in hoofdberoep. U hebt echter in een informatieformulier op 25/07/1993 verklaard dat u de inrichting gelegen Vorststraat 22 in Hasselt op 19/04/1993 hebt overgenomen op uw persoonlijke naam en niet onder de BVBA Moors Varkenshouderij. Bovendien blijkt uit een beslissing van de Bestendige Deputatie dd. 10/02/1994 dat er een melding van overname is gedaan van de vergunning op naam van Clement Putzeys door Mevrouw Vanhees Ria op 04/10/1993. Hieruit besluiten wij dat u beschikt over een aangifte deel I en deel II en een landbouwbijlage of resultatenrekening waaruit kan worden nagegaan of u landbouwster bent en waaruit het eventueel tewerkgesteld personeel kan worden afgeleid. Hierdoor moeten wij uw bedrijf voor 1996 als niet-gezinsveeteeltbedrijf notificeren. (...)”. VII-15.777-2/6 1.2. Verzoekster tekent hiertegen administratief beroep aan en voert in haar beroepschrift het volgende aan: “Daar ik pas vanaf 1 januari 1996 een zelfstandige bijdrage afdraag en voorheen als medewerkende echtgenoot meehielp in het bedrijf van mijn echtgenoot is het voor mij echter onmogelijk om de ontbrekende gegevens door te geven. In bijlage 1 stuur ik U hierbij de aangifte van het jaar 1995 als bewijs van hogervermelde stelling. Aangezien ik vanaf 1 januari 1996 volledig zelfstandig een landbouwbedrijf exploiteer zal ik U de gevraagde gegevens ten vroegste eind 1997 kunnen meedelen.” 1.3. Bij de bestreden beslissing wordt haar beroep verworpen. De motivering luidt als volgt: “(...) Overwegende dat de bepalingen van art. 2, 10o (van het besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van sommige bepalingen van het meststoffende- creet) evenals van art. 2bis, § 2, 2o,
- c)van het (Meststoffendecreet) van toepassing zijn; (...) Overwegende dat Mevrouw Vanhees Ria het ontbrekende stavingsstuk niet meegestuurd heeft met haar beroep en aldus ook niet voldoet aan de voorwaar- de van producent en aldus niet aan de voorwaarden van gezinsveeteeltbedrijf; (...)”; 2. Beoordeling 2.1.1 Overwegende dat in het eerste middel de schending wordt aangevoerd van artikel 2bis, §2, 1o, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen (Meststof- fendecreet) en van artikel 2, tweede lid, 1o, van het besluit van 20 december 1995 van de Vlaamse regering tot uitvoering van sommige artikelen van het Meststoffende- creet; dat in een eerste onderdeel wordt gesteld dat het decreet noch het uitvoerings- besluit een bepaling bevatten “waaruit volgt dat bedrijven die opgericht werden in 1996, die voor het eerst een belastingaangifte moeten indienen in de loop van 1997 en die dus als bijlage aan de mestbankaangifte 1996, geen aanslagbiljet met de berekeningsnota en de landbouwbijlage van de meest recente aangifte in het kader van de wet op de inkomstenbelastingen kunnen voorleggen, niet kunnen erkend worden als gezinsveeteeltbedrijf”; VII-15.777-3/6 2.1.2. Overwegende dat de verwerende partij daarop het volgende antwoordt: “(...) het alternatief dat in de brief van 20.01.1997 vooropgesteld wordt geldt maar in de veronderstelling dat er geen aangifte kan worden gedaan in het kader van de wetgeving inkomstenbelasting en dat zal juist zijn in dit geval als de verzoekende partij slechts als medewerkende echtgenote zou zijn opgetreden en uit dien hoofde inkomsten hebben genoten. Het blijkt evenwel uit hetzelfde besluit van 20.01.1997 dat de verzoekende partij in persoonlijke naam twee inrichtingen heeft ingenomen vooraleer dat de feitelijke scheiding met haar echtgenoot plaatsvond, nl. het bedrijf gelegen aan de Vorststraat nr. 22 te Hasselt op 19.04.1993 en het bedrijf dat op naam stond van Clement Putzeys op 04.10.1993. Verzoekende partij betwist de juistheid van deze gegevens niet. Uit geen enkel gegeven blijkt dat de verzoekende partij deze twee bedrijfseen- heden zou ingebracht hebben in de BVBA, zodat ook de inkomsten daarvan geacht moeten worden aan haarzelf te zijn toegekomen. De verzoekende partij heeft op dit punt geen aanvaardbare uitleg gegeven, waarom dat zij niet in staat is geweest om te voldoen aan de vraag van de Mestbank, nl. de meest recente aangifte in het kader van de wetgeving inkomstenbelasting voor te leggen, waaruit de inkomsten van deze bedrijven zou blijken.”; 2.1.3. Overwegende dat verzoekster in haar memorie van wederantwoord stelt dat de verwerende partij niet betwist “dat zowel het Mestdecreet als de uitvoeringsbesluiten geen enkele bepaling bevatten, waaruit volgt dat de bedrijven die opgericht werden in de loop van 1995 of voor 15 maart 1996 en die geen bereke- ningsnota en landbouwbijlage van de meest recente aangifte in het kader van de inkomstenbelasting kunnen voorleggen, niet erkend kunnen worden als gezinsveeteelt- bedrijf”; dat zij opnieuw verwijst naar haar beroepschrift met stavingsstukken, waardoor is aangetoond dat haar bedrijf werd opgericht in 1996 en het volgende stelt: “De overname van een inrichting in 1993, impliceert niet dat de overnemer verplicht is om deze inrichting zelf te exploiteren en dus ook niet dat hij - na de overname - start als landbouwer in hoofdberoep. Wanneer de overnemer aanvankelijk zijn inrichting laat exploiteren door een derde (in casu de BVBA Moors Varkenshouderij), start hij pas als landbouwer in hoofdberoep op het ogenblik dat hij zelf, in eigen naam en voor eigen rekening begint te exploiteren. In verzoekster haar geval was dit op 01.01.1996.”; 2.1.4. Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie stelt dat de afwezigheid van de vereiste bijlagen op grond van artikel 2, tweede lid van het besluit van 20 december 1995 een afdoende reden voor de weigering vormt; VII-15.777-4/6 2.2.1. Overwegende dat artikel 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 20 december 1995 tot uitvoering van sommige artikelen van het Meststoffendecreet, het volgende bepaalt: “Bedrijven die wensen te voldoen aan de voorwaarden van gezinsveeteeltbe- drijf zoals bepaald in artikel 2bis van het decreet, dienen aanvullend bij hun aangifte de volgende documenten te voegen: 1/ het aanslagbiljet samen met de berekeningsnota en de landbouwbijlage van de meest recente aangifte in het kader van de wet op de inkomsten- belastingen; (...)”; dat artikel 2, vierde lid, van hetzelfde besluit als volgt luidt: “Wanneer de Mestbank vaststelt dat de aangifte onvolledig is, waarschuwt zij de aangever bij aangetekend schrijven, en maant hem aan binnen dertig dagen nadat hij kennis kreeg van dit schrijven de ontbrekende elementen te bezorgen. Als hieraan niet is voldaan of als het ontbreken van bepaalde elementen niet verantwoord is, wordt de aangifte als onvolledig beschouwd en is de aanvraag tot notificatie als gezinsveeteeltbedrijf derhalve onontvankelijk. De Mestbank geeft hiervan kennis aan de aangever door middel van een gemotiveerde verklaring van onvolledigheid die aangetekend verzonden wordt.”; 2.2.2. Overwegende dat uit deze bepalingen niet volgt dat de notificatie automatisch moet worden geweigerd, wanneer de gevraagde documenten niet worden bezorgd; dat uit artikel 2, vierde lid, duidelijk blijkt dat de producent/aanvrager eventueel kan verantwoorden waarom de documenten ontbreken; dat wanneer de Mestbank oordeelt dat het ontbreken van bepaalde elementen niet terdege werd verantwoord, de aanvraag onvolledig wordt bevonden, en die aanvraag onontvankelijk is; dat indien daarentegen de verantwoording wordt aanvaard, de aanvraag ten gronde dient te worden beoordeeld; dat verzoekster in haar beroepschrift een verantwoording heeft gegeven over het ontbrekende stuk; dat de verwerende partij in de gegeven omstandigheden in de bestreden beslissing had moeten motiveren waarom zij meende dat deze verantwoording onvoldoende was; dat door te beslissen dat wegens het ontbreken van het stavingsstuk verzoekster niet voldeed aan de voorwaarde van gezinsveeteeltbedrijf, de verwerende partij een automatisme heeft gehanteerd dat geen steun vindt in de op het ogenblik van de bestreden beslissing geldende regelgeving; dat dit middelonderdeel gegrond is, VII-15.777-5/6 BESLUIT: Artikel 1. Vernietigd wordt het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 3 juni 1997 houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen de weigering van 20 januari 1997 van de Mestbank tot notificatie als gezinsveeteeltbedrijf aan de echtgenoten de heer MOORS belast met de dagelijkse leiding van MOORS bvba Varkenshouderij, Driekooien 82, 3920 Lommel en RIA VANHEES, Hinneputten 20, 3920 Lommel. Artikel 2. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel 3. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie oktober tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-15.777-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.701 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.127.344 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div