id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.801 Rolnummer: A. 155039/XII-4240 Zaak: Arrest 149801 - - 04/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-17 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-03 01:32 Fiche Arrest nr 149.801 van 4 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.801 van 4 oktober 2005 in de zaak A. 155.039/XII-
- In zake : de BVBA ROYAL CROWN, die woonplaats kiest bij advocaat J. Stijns, kantoor houdende te Leuven, Philipssite 5 tegen :
- de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie,
- de KANSSPELCOMMISSIE bij de federale overheidsdienst Justitie, die woonplaats kiezen bij advocaat B. Bronders, kantoor houdende te Oostende, E. Beernaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat BVBA Royal Crown op 25 augustus 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 30 juni 2004 van de kansspelcommissie waarbij geweigerd wordt haar een vergunning klasse B uit te reiken voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse II op het adres Grote Markt 30 te Diest; Gezien de nota van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgesteld door adjunct-auditeur S. De Taeye; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-4240-1/5 Gelet op de beschikking van 18 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 september 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. Van Hoecke, die loco advocaat J. Stijns verschijnt voor verzoekster, en van advocaat P. Louage, die loco advocaat B. Bronders verschijnt voor de verwerende partijen; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur S. De Taeye, daartoe gemachtigd door de auditeur-generaal bij beslissing van 16 februari 2005; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 19 Overwegende dat verzoekster een speelautomatenhal uitbaat te Diest, Grote Markt 30; dat de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, de uitbating van een kansspelin- richting klasse II of speelautomatenhal onderwerpt aan een door de kansspelcommissie voorafgaandelijk uit te reiken schriftelijke vergunning klasse B en bepaalt dat zij moet gebeuren krachtens een convenant met de gemeente; dat verzoekster aan de verwerende partij vraagt een convenant te sluiten; dat de gemeenteraad van Diest op 28 april 2003 weigert op dat verzoek in te gaan omdat de kansspelinrichting onverenigbaar is met de onmiddellijke nabijheid van een aantal instellingen die “een hoge concentratie aan beschermingswaardige minderjarigen en sociaal en/of geestelijk zwakkeren impliceren”; dat de Raad van State verzoeksters vordering tot schorsing van de gemeenteraadsbeslissing bij gemis van ernstige middelen verwerpt met arrest nr. 127.616 van 30 januari 2004, verbeterd bij arrest nr. 128.548 van 26 februari 2004; Overwegende dat op 30 juni 2004 de kansspelcommissie besluit verzoekster geen vergunning klasse B te verlenen; dat wordt gemotiveerd dat de stad Diest beslist heeft geen convenant te sluiten, dat de Raad van State de vordering tot XII-4240-2/5 schorsing van die beslissing verworpen heeft en dat het sluiten van een convenant tussen de gemeente en de exploitant van een kansspelinrichting krachtens artikel 36, 5, van de kansspelwet een volstrekt noodzakelijk element is voor de afgifte van een vergunning klasse B; dat verzoekster op 25 augustus 2004 de besproken vordering tot schorsing instelt; dat zij op 5 oktober 2004 aan de Raad van State vraagt dat de beslissing van de kansspelcommissie bij wege van uiterst dringende voorlopige maatregel wordt geschorst totdat een uitspraak zal zijn gedaan over haar vordering tot schorsing; dat de Raad van State de vordering tot het bevelen van een voorlopige maatregel bij arrest nr. 135.848 van 8 oktober 2004 verwerpt, bij ontstentenis van ernstige middelen; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de eerste voorwaarde, dat verzoekster twee middelen aanvoert; dat een eerste middel is afgeleid uit de “[s]chending van de artikelen 4, 21, 34, 35 en 36, 4/ en 5/ van de Wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, en van artikel 159 van de Grondwet”; dat wordt uiteengezet dat de beslissing van de kansspelcommissie uitsluitend gesteund is op de weigering van 28 april 2003 van de gemeenteraad van Diest om met verzoekster een convenant te sluiten vanwege de onmiddellijke nabijheid van een aantal instellingen, dat de weigering onwettig is in essentie omdat, ten eerste, de gemeenteraad niet bevoegd is overwegingen van maatschappelijke, sociale of esthetische aard te hanteren en omdat, ten tweede, de nabijheid van de instellingen onvoldoende concreet gemotiveerd is “in het licht van een gemeentelijke bevoegdheid zoals het handhaven van de openbare orde”; XII-4240-3/5 Overwegende dat een tweede middel de kansspelcommissie verwijt onzorgvuldig te zijn geweest omdat zij in gebreke is gebleven na te gaan of de weigering van het convenant “wel rechtsgeldig is en niet genomen werd met bevoegdheidsoverschrijding en schending van de wet”; Overwegende dat verzoeksters wettigheidskritiek tegen de beslissing van 28 april 2003 van de gemeenteraad niet nieuw is; dat verzoekster, zoals zij ter terechtzitting uitdrukkelijk bevestigt, dezelfde bezwaren ook al rechtstreeks tegen de beslissing van de gemeenteraad inbracht (zaak met nr. A.139.189/XII-3902); dat de Raad van State ze in zijn arrest nr. 127.616 van 30 januari 2004 over de vordering tot schorsing van de gemeenteraadsbeslissing niet is bijgevallen; Overwegende dat hij in het arrest voorlopig oordeelde dat niet was aangetoond dat de gemeente haar bevoegdheid heeft overschreden, dat immers uit het artikel 34, derde lid, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, en de parlementaire voorberei- ding ervan, kan worden opgemaakt dat haar bevoegdheid om al dan niet een convenant te sluiten ook op de vestigingsplaats van de kansspelinrichting slaat, en dat niet blijkt dat de gemeente ten onrechte heeft besloten tot de voor verzoeksters kansspelinrichting prohibitieve nabijheid van de instellingen en plaatsen die de gemeenteraadsbeslissing vermeldt; Overwegende dat de Raad van State vooralsnog bij die beoordeling blijft; dat de gemeenteraadsbeslissing een eerste wettigheidstoets dus doorstaat; dat hieruit volgt, eensdeels, dat er geen reden is de beslissing van de kansspelcommissie aangetast te achten omdat zij op een onwettige weigering van een convenant zou zijn gesteund en, anderdeels, dat het hoe dan ook niet lijkt op te gaan dat de kansspelcommissie onzorgvuldig is geweest door zich op het gemeenteraadsbesluit te hebben gesteund; dat de aangevoerde middelen niet ernstig zijn; XII-4240-4/5 Overwegende dat niet is voldaan aan tenminste een van de grondvoorwaarden voor een schorsing; dat deze vaststelling volstaat om de besproken vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier oktober 2005, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4240-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.801 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.848 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.416 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.