← België

Arrest 149852 - - 05/10/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.852 Rolnummer: A. 160936/VII-33689 Zaak: Arrest 149852 - - 05/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-14 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-03 01:33 Fiche Arrest nr 149.852 van 5 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.852 van 5 oktober 2005 in de zaak A. 160.936/VII-33.689 In zake : de BELGISCHE REUMATOLOGENVERENIGING, die woonplaats kiest bij advocaat J. VANDE MOORTEL, kantoor houdende te GENT, Groot-Brittanniëlaan 12-18 tegen : het Rijksinstituut voor Ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) ------------------------------------------------------------------------------------------------ --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BELGISCHE REUMATOLO- GENVERENIGING op 18 maart 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van “de interpretatieregels 13 en 14 betreffende de verstrekkingen van artikel 22 en 23 (Fysiotherapie) van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen (...) welke op voorstel van de Technische geneeskun- dige raad van 16 november 2004 en in uitvoering van artikel 22, 4/ bis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, door het Comité van de Verzekering voor geneeskun- dige verzorging op 20 december 2004 vastgesteld werden, en welke gepubliceerd werden in het Belgisch Staatsblad d.d. 17.01.2005"; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op het arrest nr. 146.900 van 28 juni 2005 waarbij het annulatieberoep niet kennelijk onontvankelijk wordt bevonden, de debatten worden heropend en het door de Auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek van de vordering tot schorsing; Gezien het aanvullend schorsingsverslag opgemaakt door Auditeur G. DE BLEECKERE; VII-33.689-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 6 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 september 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat V. KYMPERS die, loco advocaat J. VANDE MOORTEL verschijnt voor de verzoekende partij, en van attaché G. VAN HAUWE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur G. DE BLEECKE- RE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

  1. Strekking van de bestreden akte Overwegende dat de bestreden interpretatieregels betrekking hebben op de geneeskundige verstrekkingen inzake fysiotherapie, vermeld in de artikelen 22 en 23 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 betreffende de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen; dat zij voornamelijk concreet stellen, enerzijds, dat de geneesheer, specialist voor fysische geneeskunde en revalidatie, belast is met de organisatie en coördinatie van de verschillende revalidatie- initiatieven in het ziekenhuis, en dat de multidisciplinaire revalidatie door de revalidatie-arts die niet als geneesheer specialist voor fysische geneeskunde en revalidatie is erkend, in het ziekenhuis gebeurt in samenspraak met de coördina- tor geneesheer specialist voor fysische geneeskunde en revalidatie, en, anderzijds, dat het intakeonderzoek, met opmaak van het behandelingsdossier en van een gedetailleerd behandelingsplan voorbehouden is aan de geneesheer, specialist voor fysische geneeskunde en revalidatie, en niet aan de geneesheer, specialist voor neurologische, pneumologische of locomotorische revalidatie, ook VII-33.689-2/6 indien de behandeling door deze geneesheer wordt uitgevoerd voor de aandoeningen die behoren tot zijn revalidatie-erkenning;
  2. Beoordeling van de vordering 2.
  3. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
  4. Standpunten van de partijen 2.2.
  5. Overwegende, wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, dat de uiteenzetting van de verzoekende partij ter staving van het risico op een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, als volgt kan worden samengevat : - de leden van de verzoekende partij ondergaan een aanzienlijk pecuniair nadeel ingevolge verlies van patiënten en doorverwijzende artsen, door de onmoge- lijkheid om nog langer het intakeonderzoek uit te voeren, althans om dit te doen met verzekeringstegemoetkoming voor de patiënt. Ook de coördineren- de rol van de geneesheer, specialist in fysische geneeskunde en revalidatie dreigt te leiden tot minder doorverwijzingen, met inkomensverlies als gevolg; - de leden van de verzoekende partij zullen aan prestige en imago inboeten, en er wordt afbreuk gedaan van hun intrinsieke hoedanigheid en kwalificatie, doordat zij het intakeonderzoek niet langer kunnen uitvoeren en doordat zij de revalidatieverstrekkingen die tot hun specialiteit behoren slechts zullen kunnen uitvoeren onder de coördinatie van de geneesheer, specialist in de fysische geneeskunde en revalidatie, die belast is met deze coördinatie; - in de mate dat zij haar statutair doel niet meer kan verwezenlijken aangezien daarin o.m. bepaald is dat de vereniging de bescherming van de beroepsbe- langen van haar leden beoogt, alsook dat zij alle nodige maatregelen neemt om de beroepswaardigheid te behoeden, lijdt de verzoekende partij zelf ook een moeilijk te herstellen ernstig nadeel; VII-33.689-3/6 - ten slotte is het feit dat de bestreden beslissing aangetast is door een manifeste onwettigheid, met name de onbevoegdheid van de steller van de akte, op zich voldoende om de schorsing van de bestreden beslissing te wettigen, omdat deze onwettigheid op zich een moeilijk te herstellen ernstig nadeel vormt; 2.2.
  6. Overwegende dat de verwerende partij, samengevat, het volgende antwoordt: - het verrichten van het intakeonderzoek was tevoren niet opgenomen in de nomenclatuur, zodat de reumatologen in rechte geen financieel nadeel kunnen lijden door het niet mogen verrichten van die onderzoeken; - het feit dat de revalidatie nog slechts mag uitgevoerd worden mits coördinatie door een geneesheer, specialist in de fysische geneeskunde en revalidatie is onvoldoende ernstig om de schorsing te rechtvaardigen; - het is niet omdat de geneesheren, specialisten in de fysische geneeskunde en revalidatie de intakeonderzoeken doen, dat de huisartsen geen patiënten meer zullen doorverwijzen naar de reumatologen, en dat de patiënten zich niet meer tot deze artsen zullen wenden, gelet op de bijzondere bekwaamheid van deze artsen; - de bedoelde coördinatie tast de reputatie van de reumatologen niet aan, en deze laatsten staan niet in hiërarchische ondergeschiktheid ten opzichte van de specialisten in de fysische geneeskunde en revalidatie; - het aangevoerde financieel nadeel is onvoldoende concreet gepreciseerd, en bovendien herstelbaar; VII-33.689-4/6 2.
  7. Bespreking Overwegende dat de verzoekende partij geen concrete aanwijzingen verschaft over de hoegrootheid van het aangevoerde financieel nadeel dat haar leden dreigen te lijden; dat geen rechtstreeks inkomensverlies kan voortvloeien uit het niet mogen verrichten van de intakeonderzoeken, nu die onderzoeken tevoren niet in de nomenclatuur waren opgenomen, zodat op dit vlak niets verandert voor de reumatologen; dat de verzoekende partij ook niet aannemelijk maakt dat ten gevolge van de bestreden interpretatieregels haar leden met een aanzienlijk patiëntenverlies dreigen geconfronteerd te worden; dat dit nadeel dan ook als al te hypothetisch voorkomt ; dat de vereiste ernst van de aangevoerde materiële nadelen bijgevolg niet is aangetoond, laat staan dat zou zijn aangetoond dat die nadelen moeilijk te herstellen zijn; Overwegende dat de coördinerende taak die met betrekking tot geneeskundige verstrekkingen inzake fysiotherapie aan de specialisten in de fysische geneeskunde en revalidatie wordt voorbehouden, geen negatief waardeoordeel ten opzichte van de reumatologen inhoudt, en de capaciteiten verbonden aan hun specialisme als dusdanig niet in vraag stelt; dat het feit dat de reumatologen met betrekking tot de bedoelde revalidatieverrichtingen voortaan in samenspraak met de specialisten in de fysische geneeskunde en revalidatie moeten optreden geen nadeel uitmaakt dat ernstig is in de zin van artikel 17 van de Raad van State-wet; Overwegende dat het soort middelen dat wordt aangevoerd, en de ernst van die middelen, geen uitstaans hebben met de graad van ernst en herstelbaar- heid van de aangevoerde nadelen die verbonden zijn aan de onmiddellijke tenuitvoer- legging, en dus niet aan de graad van gebeurlijke onwettigheid, van de bestreden akte; dat het twee afzonderlijke constitutieve schorsingsvoorwaarden betreft; dat de verzoekende partij zich dan ook, ter adstructie van haar moeilijk te herstellen ernstig nadeel, niet vermag te beroepen op de -beweerde- manifeste gegrondheid van één van haar middelen; Overwegende dat de bestreden interpretatieregels de verzoekende beroepsvereniging geenszins hinderen in het benaarstigen van haar statutaire doelstellingen, met name het optreden ter verdediging van de beroepsbelangen en ter bescherming van de “waardigheid” van het beroep, van haar leden, getuige precies de voorliggende vordering die in die doelstellingen kadert; VII-33.689-5/6 Overwegende dat uit het bovenstaande volgt dat de verzoekende partij niet aantoont dat zij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te lijden door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte; dat derhalve aan de tweede schorsingsvoorwaarde niet is voldaan, BESLUIT: Artikel
  8. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  9. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf oktober tweeduizend en vijf, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-33.689-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.852 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.900 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.