← België

Arrest 149854 - - 05/10/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.854 Rolnummer: A. 89129/VII-20372 Zaak: Arrest 149854 - - 05/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-12 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-03 01:34 Fiche Arrest nr 149.854 van 5 oktober 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.854 van 5 oktober 2005 in de zaak A. 89.129/VII-20.372 In zake : Hubertus P.J. RUIJL wonende te 6351 HE BOCHOLTZ, Vlengendaal 64 tegen : het Vlaamse gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat M. VANDEPUT, kantoor houdende te HASSELT, Kolonel Dusartplein 34, bus

  1. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hubertus P. J. RUIJL op 29 december 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 22 oktober 1999 van de Vlaamse minister van leefmilieu en landbouw “houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen de beslissing (...) van 15 april 1999 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg houdende weigeren van de vergunning aan mevrouw Paula Crijns-Monnesen, Halstraat 57 te 3630 Maasmechelen, voor het exploiteren van een nieuw varkensbedrijf”; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. SOURBRON; Gelet op de beschikking van 6 juni 2005, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoeker op 10 juni 2005; VII-20.372-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoeker, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoeker niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoeker melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoeker binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoeker. VII-20.372-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf oktober tweeduizend en vijf, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-20.372-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.854 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.