id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.862 Rolnummer: A. 83042/XII-1967 Zaak: Arrest 149862 - - 06/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-17 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-03 01:36 Fiche Arrest nr 149.862 van 6 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.862 van 6 oktober 2005 in de zaak A. 83.042/XII-
- In zake : het VRIJ SYNDIKAAT VOOR HET OPENBAAR AMBT, dat woonplaats kiest bij advocaat E. Conruyt, kantoor houdende te Asse, Broekeweg 32-34 tegen : het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaten Ch. Ronse en W. Timmermans, kantoor houdende te Brussel, Havenlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt op 19 maart 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 10 december 1998 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende vaststelling van het taalkader van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 januari 1999; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 29 april 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 21 januari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 april 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-1967-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat D. De Valck, die loco advocaat E. Conruyt verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat Ch. Ronse die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De voorgaanden
- Overwegende dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 20 november 1997 een ontwerp tot vaststelling van een nieuw taalkader van het personeel van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp goedkeurt; dat verzoeker over het ontwerp advies uitbrengt met brief van 14 december 1997; dat, vanwege opmerkingen door de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 15 oktober 1998 een nieuw ontwerp goedkeurt; dat, met brief van 3 november 1998 om zijn advies over het ontwerp gevraagd, verzoeker het advies meedeelt met brief van 10 november 1998; dat het advies in de eerste plaats naar het advies van 14 december 1997 verwijst, waarvan een afschrift wordt bijgevoegd; dat op 4 december 1998 de Vaste Commissie voor Taaltoezicht advies verleent; dat op 10 december 1998 de Brusselse Hoofdstedelijke Regering het taalkader van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp vaststelt; De ontvankelijkheid
- Overwegende dat, in de memorie van antwoord, de verwerende partij uit de formulering en verantwoording van het derde middel afleidt “dat verzoeker van oordeel is dat de huidige verdeling tussen Franstaligen en Nederlandstaligen bij de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp de veiligheid van de burger in gedrang brengt, en zodus meent dat er meer Nederlandstalige, en minder Franstalige ambtenaren in de dienst moeten worden opgenomen”; dat het volgens de verwerende partij duidelijk is “dat indien verzoeker zowel uit Nederlandstaligen als uit Franstaligen bestaat, [h]ij met deze actie noch [zijn] maatschappelijk doel, noch de belangen van [zijn] leden verdedigt”; XII-1967-2/5 Overwegende dat verzoeker in de memorie van wederantwoord en de laatste memorie antwoordt dat hij een erkende vakbond is die tot maatschappelijk doel heeft de beroepsbelangen en de daaraan verbonden rechten van de aangesloten leden te verdedigen, dat het vaststellen van een taalkader rechtstreeks de beroepsbelangen van die leden aanbelangt, en dat hij dan ook belang heeft bij de huidige procedure; Overwegende dat verzoeker een feitelijke vereniging is; dat hij als zodanig in principe niet bekwaam is om voor de Raad van State in rechte te treden, ook niet met het oog op de behartiging van de collectieve belangen van zijn leden, die hij zich blijkens zijn statuten ten doel heeft gesteld; Overwegende dat hij echter, uitzonderlijk, toch ontvankelijk een bestuurshandeling voor de Raad van State kan bestrijden in zoverre hij door de overheid erkend is en bij de werking van de openbare dienst betrokken is, én in zoverre het belang waarvoor hij met zijn vordering opkomt met dit erkend betrokken zijn bij de werking van de overheid verband houdt; dat hij zodoende slechts ontvankelijk die middelen kan doen gelden waarin de schending wordt aangevoerd van de voornoemde erkende betrokkenheid;
- Overwegende dat de verwerende partij in de laatste memorie het beroep onontvankelijk noemt omdat “het directiecomité van het VSOA weliswaar rechtmatig de beslissing kon nemen om in rechte op te treden, maar niet om het VSOA te laten vertegenwoordigen door de heer Martens”; Overwegende dat verzoeker in de procedure voor de Raad van State niet vertegenwoordigd is geworden door R. Martens, maar door advocaten E. Conruyt en D. De Valck; dat de exceptie grond mist; Ten gronde
- Overwegende dat verzoeker in een eerste middel de afwezigheid van een advies van de Raad van State bekritiseert; dat hij toelicht dat bij ontstentenis van het advies “noch verzoeker noch de V.C.T. met kennis van zaken een advies hebben kunnen uitbrengen, zodat het Besluit van de overheid evenmin met kennis van zaken werd genomen”; XII-1967-3/5 Overwegende dat niet betwist is dat verzoeker overeenkomstig artikel 54, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken geraadpleegd moest worden over het taalkader van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp; dat hij dan ook ontvankelijk tegen het bestreden besluit kan inbrengen dat hij niet behoorlijk in de gelegenheid is gesteld het advies uit te brengen; dat de aantijging evenwel ongegrond is; dat immers de adviezen van de afdeling wetgeving van de Raad van State ter informatie dienen van de adviesvragende overheid, niet van eventuele andere adviesverlenende instanties; dat de adviezen van de afdeling wetgeving in de regel ook slechts worden verstrekt nádat de andere adviezen zijn ingewonnen; dat verzoeker dus hoe dan ook verkeerdelijk van mening is dat hij voor zijn adviesverlening moest kunnen beschikken over het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State; Overwegende dat voor het overige het middel niet binnen de beperkte procesbekwaamheid van verzoeker past en bijgevolg onontvankelijk is; Overwegende dat het middel in zijn geheel wordt verworpen;
- Overwegende dat in een tweede middel de miskenning van het principe van behoorlijk bestuur wordt aangevoerd, doordat verzoeker slechts over vijf dagen beschikte om zijn bemerkingen te geven en zodoende “niet bij machte [was] een gefundeerd advies te formuleren”; Overwegende dat het voormelde artikel 54, tweede lid, niet voorschrijft welke termijn aan de syndicale organisaties moet worden gelaten om hun advies te verlenen; dat de auditeur in zijn verslag de termijn van vijf dagen waarover verzoeker beschikte niet onredelijk kort bevindt, gelet op de ratio legis van het artikel 54 en op de afwezigheid van enig voorbehoud van verzoeker in diens advies van 10 november 1998; dat verwerende partij goed opmerkt dat verzoeker “hierop niet meer antwoordt in zijn laatste memorie”; dat het auditoraatsverslag wordt bijgevallen; dat het middel ongegrond is;
- Overwegende dat een derde middel, ten slotte, is afgeleid uit de “[s]chending van art. 43 § 3 van de gecoördineerde wetten op het gebruik van talen in bestuurszaken en de daarbij samenhangende machtsoverschrijding”; dat, volgens het middel, het vastgestelde taalkader geenszins beantwoordt aan de behoeften en de XII-1967-4/5 noden bij hulpverlening aan slachtoffers en bijgevolg in strijd is met de principes van de wetgeving op het taalgebruik; Overwegende dat het middel de procesbekwaamheid van verzoeker te buiten gaat; dat het onontvankelijk is; BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes oktober 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-1967-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.862 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.