← België

Arrest 149863 - - 06/10/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.863 Rolnummer: A. 162259/XII-4444 Zaak: Arrest 149863 - - 06/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-17 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-03 01:36 Fiche Arrest nr 149.863 van 6 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.863 van 6 oktober 2005 in de zaak A. 162.259/XII-

  1. In zake : de GEMEENTE DROGENBOS, die woonplaats kiest bij advocaten F. Vandendriessche en L. De Vuyst, kantoor houdende te 1060 Brussel, H. Wafelaertsstraat 47-51 tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, dat woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Canadesen Hof, Bevrijdingslaan 4, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente Drogenbos op 4 mei 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen, onder oplegging van een dwangsom, van de besluiten van 9 maart 2005 van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant tot vernietiging van de beslissing van 19 december 1996 van de gemeenteraad van Drogenbos tot toekenning van een tweetaligheids- premie aan de gemeentesecretaris, respectievelijk de beslissing van 19 december 1996 van de gemeenteraad van Drogenbos tot toekenning van een tweetaligheidspremie aan de gemeentelijke personeelsleden, de politiecommissaris en het veiligheids- personeel; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur D. Mareen; XII-4444-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 18 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 september 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. De Vuyst, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat B. Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies; Overwegende dat de gemeenteraad van Drogenbos bij beslissingen van 19 december 1996 een tweetaligheidspremie toekent aan de gemeentesecretaris, evenals aan de gemeentelijke personeelsleden, de politiecommissaris en het veiligheids- personeel; dat de gemeenteraadsbeslissingen door de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant vernietigd worden bij besluit van 10 januari 1997, omdat zij onwettig zijn en van aard het algemeen belang te schaden; dat het vernietigingsbesluit op zijn beurt vernietigd wordt bij arrest van de Raad van State, nr. 139.846 van 27 januari 2005; dat bij besluiten van 9 maart 2005 de gouverneur van de provincie de gemeenteraadsbeslissingen van 19 december 1996 opnieuw vernietigt, omdat zij enerzijds een gebrek aan deugdelijke motivering vertonen en zodoende niet getuigen van behoorlijk bestuur en omdat zij anderzijds het hoger algemeen belang schenden; XII-4444-2/5 Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de tweede voorwaarde, dat verzoekster een beroep doet op de artikelen 16bis en 16ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, en betoogt dat de bestreden beslissingen “inderdaad onmiskenbaar afbreuk [doen] aan de bestaande garanties voor de Franstaligen in Drogenbos”, nu de gemeente ten gevolge van de beslissingen “niet langer een optimaal personeelsbestand [...] kan samenstellen met een afdoende kennis van de Franse taal”, “niet langer in staat [zal] zijn om een taalpremie toe te kennen om aldus het nodige bekwame tweetalige personeel te kunnen behouden of aanwerven” en “niet langer op eenzelfde correcte wijze haar Franstalige dienstverlening zal kunnen behartigen”; Overwegende dat de artikelen 16bis en 16ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen bepalen : “Art. 16bis. De decreten, reglementen en administratieve handelingen mogen geen afbreuk doen aan de op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze bepaling bestaande garanties die de Franstaligen genieten in de gemeenten genoemd in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuursza- ken, gecoördineerd op 18 juli 1996, en de Nederlandstaligen, respectievelijk Franstaligen en Duitstaligen genieten in de gemeenten genoemd in artikel 8 van diezelfde wetten. Art. 16ter. Tot de schorsing van een norm of een handeling kan worden besloten door het Arbitragehof of de Raad van State indien ernstige middelen de vernietiging van de norm of de handeling rechtvaardigen op grond van artikel 16bis”; Overwegende dat het aangehaalde artikel 16ter impliciet artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State lijkt te wijzigen onder meer XII-4444-3/5 wat de handelingen betreft waarmee afbreuk wordt gedaan aan de op 1 januari 2002 bestaande waarborgen die de Franstaligen in de zogenaamde randgemeenten genieten; dat naar de mening van verzoekster de bestreden beslissingen zulke handelingen zijn; Overwegende dat verwerende partij dat betwist; dat zij niet zonder pertinentie onder meer opmerkt wat volgt : “Er dient immers vastgesteld te worden dat door de gemeenteraadsbesluiten van 19 december 1996 een premie zou uitbetaald worden vanaf 1 januari 1997 en dat ondanks het feit dat verzoekende partij de laatste 8 jaar geen uitvoering kon geven aan die uitbetaling, ze er niet in slaagt het minste concreet gegeven aan te reiken waaruit zou blijken dat ze geen ‘optimaal personeelsbestand’ zou kunnen handhaven of haar ‘Franse dienstverlening’ niet zou kunnen uitvoeren. Evenmin wordt enig concreet feit voorgelegd waaruit zou blijken dat de Franstaligen niet zouden kunnen genieten van de op 1 januari 2002 bestaande waarborgen”; Overwegende dat reeds in zijn arrest nr. 66.887 van 23 juni 1997 -over verzoeksters vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 10 januari 1997 van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant tot vernietiging van de gemeenteraadsbeslissingen van 19 december 1996- de Raad van State moest vaststellen over “geen enkel concreet gegeven” te beschikken dat hem toeliet bij te vallen dat de niet-toekenning van de tweetaligheidspremie daadwerkelijk dreigt mee te brengen dat de gemeente niet langer het nodige bekwame tweetalige personeel zal kunnen behouden of aanwerven; dat die vaststelling op vandaag des te meer moet worden gedaan waar verzoekster de bedoelde concrete gegevens nog altijd niet verstrekt; dat nochtans, indien verzoeksters bewering dat zij zonder de tweetaligheidspremie niet langer over het vereiste personeel kan beschikken om haar Franstalige dienstverlening te behartigen ook maar enige geloofwaardigheid zou verdienen, zij die geloofwaardigheid in voorkomend geval gemakkelijk had kunnen aantonen aan de hand van haar ervaringen uit de praktijk van de voorbije jaren; dat verzoekster dat niet doet; dat zulks veelbetekenend is; Overwegende dat bijgevolg niet wordt aangenomen dat, zoals verzoekster stelt, “de bestreden beslissingen afbreuk doen aan de garanties van de XII-4444-4/5 Franstaligen in de gemeente Drogenbos” en er dienvolgens “daarnaast geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel [dient] te worden aangetoond”; dat er geen reden is tot toepassing van artikel 16ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; dat verzoekster er niet van vrijgesteld is met het oog op de schorsing het risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te bewijzen; dat, bij gebreke aan dergelijk bewijs, haar vordering moet worden verworpen, BESLUIT: Artikel
  3. De vordering tot schorsing, met oplegging van een dwangsom, wordt verworpen. Artikel
  4. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes oktober 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4444-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.863 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.231 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.