← België

Arrest 149873 - - 06/10/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.873 Rolnummer: A. 166504/XIV-23693 Zaak: Arrest 149873 - - 06/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-11 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-03 01:39 Fiche Arrest nr 149.873 van 6 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.873 van 6 oktober 2005 in de zaak A. 166.504/XIV-23.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat B. BRIJS, kantoor houdende te 1080 BRUSSEL, Paalstraat 14 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Russische nationaliteit, op 30 september 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 26 september 2005 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gelet op de beschikking van 3 oktober 2005 waarbij aan de verzoeken- de partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 3 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 oktober 2005 om 10.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. BRIJS, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat C. DECORDIER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur M. VAN LIMBERGEN; XIV-23.693-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineer- de wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de derde voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij in het verzoekschrift tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid aanvoert dat de verwerende partij bijna drie maanden na de asielaanvraag een verzoek tot terugname heeft gedaan en na meer dan een jaar een beslissing heeft genomen, dat de verzoekende partij en haar echtgenote zich daardoor hebben gehecht aan België, er taalcursussen hebben gevolgd en hun kinderen laten schoollopen, dat de verzoekende partij en haar echtgenote zich herhaaldelijk hebben aangeboden op de dienst Vreemdelingenzaken doch dat geen beslissing werd genomen voor het nieuwe schooljaar, dat de onderbreking van een schooljaar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel vormt, dat de kinderen door het vluchten van hun ouders al een achterstand hebben opgelopen, dat zij na de arrestatie van de verzoekende partij in Dagestan opnieuw zijn moeten vluchten en nu meer dan een jaar stabiliteit hebben gevonden, dat de totale en manifeste onwettigheid van de bestreden beslissing op zichzelf het moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan gronden, dat de verzoekende partij en haar echtgenote diverse contacten hebben opgebouwd die door de uitvoering van de bestreden beslissing tenietgaan en dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel aldus is bewezen; Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt en de verzoekende partij niet betwist dat het gezin in 2003 naar Noorwegen is gevlucht, er zich op 5 april 2003 vluchteling heeft verklaard en er meer dan een jaar is gebleven om vervolgens, na de definitieve verwerping van de asielaanvraag, op 24 juli 2004 naar het land van herkomst terug te keren; dat de verzoekende partij aldaar zou zijn gearresteerd en vrijgekocht, waarna het gezin naar België is gevlucht en zich op 21 september 2004 een tweede maal vluchteling heeft verklaard; dat de verzoekende partij en haar echtgenote er zelf voor hebben gekozen hun tweede asielaanvraag in een ander land in te dienen dan hun eerste asielaanvraag; dat zij ook onmiddellijk hebben gewezen op hun eerste asielaanvraag zodat zij op dat ogenblik perfect een terugname door de Noorse asielinstaties konden verwachten; dat het voorgehouden nadeel derhalve wordt veroorzaakt door de eigen handelwijze van de verzoekende partijen en niet door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; dat de voorwaarde van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dient te worden onderscheiden XIV-23.693-2/3 van de voorwaarde van een ernstig middel; dat de verzoekende partijen geen ander nadeel aanvoeren; dat derhalve niet is voldaan aan de derde schorsingsvoorwaarde; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
  2. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes oktober tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-23.693-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.873 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.