id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.894 Rolnummer: A. 166552/XIV-23712 Zaak: Arrest 149894 - - 06/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-11 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-03 01:42 Fiche Arrest nr 149.894 van 6 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.894 van 6 oktober 2005 in de zaak A. 166.552/XIV-23.
- In zake : XXX, die woont te 2800 MECHELEN, Schoolstraat 14/302 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Marokkaanse nationaliteit, op 3 oktober 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 14 september 2005 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 28 september 2005; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 4 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 oktober 2005 om 10.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat N. TASNIER, die loco advocaat M. DE ROECK verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; XIV-23.712-1/3 Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineer- de wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de eerste voorwaarde betreft, dat artikel 8, § 1, eerste lid van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen het volgende bepaalt: "Als de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd, bevat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen"; Overwegende dat gelet op het zeer uitzonderlijk en zeer ongewoon karakter van de uiterst dringende procedure tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een administratieve rechtshandeling waarin de wet voorziet, en op de stoornis die zij in het normaal verloop van de rechtspleging voor de Raad van State teweegbrengt, waarbij onder meer de rechten van verdediging van de verwerende partij tot een strikt minimum zijn herleid, de verantwoording door de verzoekende partij van de uiterst dringende noodzakelijkheid van de schorsing evident, dit wil zeggen klaarblijkelijk, dit is op het eerste gezicht onbetwistbaar, moet zijn; dat de verzoekende partij de uiterst dringende noodzakelijkheid met concrete gegevens dient aan te tonen; dat deze rechtvaardiging tweeledig is; dat, enerzijds, dient te worden aangetoond dat de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone schorsingsprocedure te laat zal komen en, anderzijds, dat zij niet onredelijk lang met het indienen van haar verzoekschrift heeft gewacht; Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat de bestreden beslissing op 28 september 2005 aan de verzoekende partij werd betekend; dat het verzoekschrift tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid op 3 oktober 2005 is ingediend; dat de verzoekende partij kan worden geacht diligent en alert te hebben gereageerd; Overwegende dat de verzoekende partij ter verantwoording van de uiterst dringende noodzakelijkheid stelt dat “deze maatregel van verwijdering” dringend moet worden stopgezet omdat de verzoekende partij niet alleen naar Marokko kan reizen, omdat zij door het ministerie van Sociale Voorzorg als invalide van meer dan 66% is erkend en omdat zij moet worden bijgestaan door haar naaste familieleden en door dr. Vandendooren als behandelend geneesheer; dat de door de verzoekende partij aangevoerde elementen veeleer betrekking heeft op het moeilijk te herstellen ernstig nadeel; dat de XIV-23.712-2/3 verzoekende partij daarmee niet aannemelijk maakt dat de schorsing volgens de gewone schorsingsprocedure in casu te laat zou komen, temeer daar vooralsnog geen uitvoerings- maatregel lastens de verzoekende partij in het vooruitzicht is gesteld; dat hieruit volgt dat de uiterst dringende noodzakelijkheid niet is aangetoond; Overwegende dat niet is voldaan aan de eerste van de door artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden; dat deze vaststelling volstaat om het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes oktober tweeduizend en vijf, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-23.712-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.894 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.