← België

Arrest 149935 - - 10/10/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.935 Rolnummer: A. 61787/IX-164 Zaak: Arrest 149935 - - 10/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-31 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-03 01:53 Fiche Arrest nr 149.935 van 10 oktober 2005 - Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.935 van 10 oktober 2005 in de zaak A. 61.787/IX-

  1. In zake : Marc CLAUS, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marc CLAUS op 10 januari 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 19 oktober 1994 van de Vlaamse Regering houdende benoeming van ambtswege bij wijze van graadverandering van de ambtenaren vanaf rang 13 tot en met rang 16 van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 10 april 1997 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-164-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 7 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 september 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. WIRTGEN, die loco advocaat D. LINDEMANS, verschijnt voor verzoeker, en van advocaat H. VERMEIRE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de gegevens. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  3. Verzoeker treedt op 1 januari 1964 in dienst bij het ministerie van Openbare Werken. Als gevolg van de staatshervorming wordt hij overgeheveld naar het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, waar hij op 15 mei 1991 wordt bevorderd tot bestuursdirecteur bij het bestuur Zeewezen van de administratie Waterinfrastructuur en Zeewezen van het departement Leefmilieu en Infrastructuur. IX-164-2/5 1.
  4. Door het besluit van 24 november 1993 van de Vlaamse regering houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel worden de ambtenaren ingeschakeld in een nieuwe loopbaanstructuur. Volgens de overgangsbepalingen van artikel VIII 115 en de bijlage 9 bij dat besluit wordt onder meer de graad van bestuursdirecteur afgeschaft en worden de ambtenaren met die graad bij het bestuur Zeewezen die titularis zijn van het brevet van kapitein ter lange omvaart ambtshalve benoemd tot de nieuwe graad van nautisch directeur (rang A2). Artikel VIII 115, derde lid, van het voornoemde besluit bepaalt dat “de ambtshalve graadveranderingen worden geïndividualiseerd bij besluit”. 1.
  5. Door het bestreden besluit van 19 oktober 1994 van de Vlaamse Regering worden de ambtenaren vanaf rang 13 tot en met rang 16 met een afgeschafte graad met ingang van 1 juni 1994 ambtshalve bij wijze van graadverandering benoemd in een nieuwe graad. Verzoeker wordt aldus benoemd tot nautisch directeur. 1.
  6. Bij besluit van de secretaris-generaal van het departement Leefmilieu en infrastructuur van 19 juni 1996 verkrijgt verzoeker met ingang van 1 januari 1997 eervol ontslag uit zijn ambt van nautisch directeur en wordt hij gemachtigd zijn aanspraak op rustpensioen te doen gelden.
  7. Over de ontvankelijkheid. 2.1.
  8. Overwegende dat verzoeker in zijn laatste memorie stelt dat hij ondanks zijn pensionering een moreel belang behoudt bij zijn annulatieberoep; dat hem immers onrecht is aangedaan en dat een gebeurlijke vernietiging van het bestreden besluit niet alleen eerherstel zou meebrengen, maar IX-164-3/5 bovendien gunstige gevolgen kan hebben op de perequatie van zijn pensioen; dat hij besluit dat in ieder geval de kosten ten laste van de verwerende partij dienen te worden gelegd; 2.1.
  9. Overwegende dat de verwerende partij daarop nog antwoordt dat verzoeker geen actueel belang meer heeft bij zijn annulatieberoep; dat zijn moreel belang dat erin bestond dat “hij, na graadverandering en ingevolge de verdere bepalingen van het Vlaamse personeelsstatuut, onder het hiërarchisch, dan wel functioneel gezag kwam te staan van een afdelingshoofd, van gelijke rang, maar voor de graadveranderingen van lagere rang”, thans onbestaande is; dat bovendien de ambtshalve graadverandering geen gevolgen heeft gehad op het pecuniair statuut van verzoeker zodat een eventuele vernietiging geen gevolgen zal hebben voor zijn pensioenberekening; 2.1.
  10. Overwegende dat, indien de Raad van State de bestreden beslissing vernietigt, de verwerende partij normalerwijs verplicht is om het uit die vernietiging begane onrecht tegenover de verzoeker op een of andere wijze goed te maken; dat niet zomaar kan worden aangenomen dat verzoeker na zijn pensionering geen aanspraak kan maken op een retroactieve reconstructie van zijn loopbaan; dat het in een overheidsbestuur immers gangbare praktijk is dat, wanneer graden worden afgeschaft en vervangen door nieuwe graden, de titularissen van een oude graad automatisch in de overeenstemmende nieuwe graad worden benoemd; dat zulks des te meer klemt voor de gevallen waarin zij tot rechtsherstel kan overgaan zonder dat daardoor de belangen van anderen worden geschaad; 2.
  11. Overwegende, ambtshalve, dat verzoeker alleen belang heeft bij de vernietiging van het besluit van 19 oktober 1994 van de Vlaamse Regering in zoverre hij zelf ambtshalve, bij wijze van graadverandering, benoemd wordt tot de graad van nautisch directeur; dat zijn annulatievordering derhalve slechts in die mate ontvankelijk is; IX-164-4/5 2.
  12. Overwegende dat er grond is om het onderzoek van de zaak verder te zetten, BESLUIT: Artikel
  13. De debatten worden heropend. Artikel
  14. Het door de Auditeur-generaal aangewezen lid van het Auditoraat wordt gelast met het verder onderzoek van de zaak. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien oktober 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-164-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.935 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.302 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.