← België

Arrest 149971 - - 10/10/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.971 Rolnummer: A. 144532/IX-4571 Zaak: Arrest 149971 - - 10/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-19 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-03 01:57 Fiche Arrest nr 149.971 van 10 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 149.971 van 10 oktober 2005 in de zaak A. 144.532/IX-

  1. In zake : de NV P HARMACEUTISCH ONDERZOEKS- LABORATORIUM VOOR AROMATISCHE STUDIE EN ONTWIKKELING (AROPHAR), die woonplaats kiest bij advocaat S. CLOETENS, kantoor houdende te KORTENBERG, Brouwerijstraat 4 tegen : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV PHARMACEUTISCH ONDERZOEKSLABORATORIUM VOOR AROMATISCHE STUDIE EN ONTWIKKELING (afgekort : AROPHAR) op 27 november 2003 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 26 september 2003 waarbij de vernietiging wordt bevolen van een aantal in beslag genomen producten die een gevaar betekenen voor de volksgezondheid; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gelet op het “voorafgaand verslag” van auditeur M. PAUL; Gelet op de beschikking van 18 juni 2004 van de VIe kamer waarbij de zaak wordt geschrapt van de rol van de VIe kamer en wordt verwezen naar de algemene rol; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK op 7 juli 2005; IX-4571-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 29 augustus 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 september 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. CLOETENS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J. HOSTE die, loco advocaat R. DEPLA verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de gezondheidsinspecteur op 13 mei 2003, naar aanleiding van de vaststelling van een strafrechtelijk beteugelbare inbreuk op de wetgeving inzake nutriënten en voedingsmiddelen waaraan nutriënten werden toegevoegd, bij de verzoekende partij een hoeveelheid voedingssupplementen in beslag genomen heeft, omdat die voedingssupplementen -het gaat volgens de gezondheidsinspecteur om stoffen waarvan de handel krachtens bijlage 3 bij het koninklijk besluit van 3 maart 1992 betreffende het in de handel brengen van nutriënten en van voedingsmiddelen waaraan nutriënten werden toegevoegd, verboden is- overeenkomstig artikel 8, § 2, 1/ van hetzelfde koninklijk besluit van 3 maart 1992, “als schadelijk te beschouwen (zijn) in de zin van artikel 18 van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten”; dat artikel 18, §1, van de wet van 24 januari 1977 bepaalt dat de bevoegde ambtenaren schadelijk verklaarde producten “(kunnen) wegnemen ten einde ze buiten gebruik te stellen”; dat aan de strafvordering een einde is gekomen door de betaling, door de verzoekende partij op 11 augustus 2003, van een administratieve geldboete; dat overeenkomstig artikel 6, § 5, lid 4, van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen de producten “zonder uitstel vernietigd (worden)” wanneer de vereisten van de volksgezondheid “het noodzakelijk IX-4571-2/5 maken”; dat op grond van die bepalingen de verwerende partij aan de raadsman van de verzoekende partij op 17 september 2003 medegedeeld heeft dat er geen mogelijkheid bestond om de in beslag genomen producten terug te geven, maar dat zij integendeel geen andere bestemming konden krijgen dan de vernietiging; dat op 26 september 2003 dan formeel aan de verzoekende partij medegedeeld is dat zij de als schadelijk beschouwde producten die voorwerp uitmaakten van de inbeslagname en die overeenkomstig artikel 6, § 5, vierde lid van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 zonder uitstel vernietigd moesten worden, vóór 27 oktober 2003 diende te laten ophalen door een erkende ophaler die zou instaan voor de verwerking ervan; dat deze beslissing het voorwerp vormt van de onderhavige vordering tot schorsing;
  3. Overwegende dat de Raad van State in de huidige stand van de procedure de vraag onbesproken laat of de Raad van State wel kennis kan nemen van een vordering waarbij een burger zich verzet tegen een beslissing waarbij het bestuur een gebonden bevoegdheid lijkt uit te oefenen wanneer hij daarbij de wettigheid van het reglement zelf dat de gebonden bevoegdheid instelt niet betwist; dat immers, zoals hierna zal blijken, in ieder geval niet voldaan is aan een van de grondvoorwaarden om de schorsing te kunnen bevelen;
  4. Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4.
  5. Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij verwijst naar de evidentie dat het bestreden bevel een commercieel nadeel tot gevolg heeft doordat de concurrentie niet zal aarzelen om de moeilijkheden die zij met de verwerende partij heeft naar buiten te brengen; dat zij ook verwijst naar een economisch nadeel doordat de betreffende stock een waarde van 49 064 euro heeft; IX-4571-3/5 4.
  6. Overwegende dat de verwerende partij daar op antwoordt dat economische en commerciële schade een financieel nadeel betreft dat uiteraard niet moeilijk te herstellen is, zeker nu niet aangetoond wordt dat het voortbestaan van het bedrijf in het gedrang komt; 4.
  7. Overwegende, in zoverre de verzoekende partij verwijst naar een financieel nadeel -het niet te gelde kunnen maken van de in beslag genomen stock-, dat zij op geen enkele wijze aangeeft op welke wijze dit haar financiële situatie belast derwijze dat het eruit voortvloeiend nadeel niet na een vernietigingsarrest hersteld zal kunnen worden; Overwegende, wat het ‘commercieel nadeel’ betreft, dat dergelijk nadeel zeker niet evident is; dat voorts uit niets blijkt dat de betwisting die de verzoekende partij met de overheid heeft, in de openbaarheid gekomen is of dat haar concurrenten er kennis van hebben en die informatie tegen de verzoekende partij zullen gebruiken; dat de verzoekende partij het bestaan van een nadeel niet bewijst, laat staan dat het ernstig en moeilijk te herstellen zou zijn, BESLUIT: Artikel
  8. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  9. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. IX-4571-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien oktober 2000 en vijf, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4571-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.971 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.671 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.