id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.037 Rolnummer: A. 127024/XIV-11794 Zaak: Arrest 150037 - - 11/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-03 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-03 02:00 Fiche Arrest nr 150.037 van 11 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.037 van 11 oktober 2005 in de zaak A.127.024/XIV-11.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat K. VANHALLE, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Hangar 26 - Rijnkaai 93 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 15 januari 1973 en van Pakistaanse nationaliteit, op 5 september 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken gedateerd op 12 november 2002 tot weigering van regularisatie; Gelet op het administratief dossier; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur M. STERCK, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 12 juli 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 14 september 2005 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat N. VAN LOMMEL, die, loco Advocaat K. VANHALLE, verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat G. COOLSAET, die, loco Advocaat C. DECORDIER, verschijnt voor de verwerende parti; XIV-11.794-1/5 Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de feitelijke gegevens van de zaak. 1.
- XXX heeft op 28 januari 2000 een regularisatieaanvraag ingediend op basis van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk, meer in het bijzonder op basis van artikel 2, 4/. 1.
- Verzoeker is door de Commissie voor regularisatie, op 11 september 2001, bijgestaan door een raadsvrouw, gehoord. 1.
- De tweede kamer van de Commissie voor regularisatie heeft op 2 oktober 2001 een ongunstig advies verleend betreffende de aanvraag van verzoeker. Dit advies bevat volgende overwegingen: “(...) Uit het advies van het onderzoekssecretariaat en de stukken van het dossier blijkt dat de aanvraag tijdig werd ingediend en dat de identiteit van de aanvrager kan worden vastgesteld. De aanvraag werd ingediend op grond van artikel 2,4/, van de regularisatiewet. Het Onderzoekssecretariaat van de Commissie verleende een negatief advies s.d., stellende dat het bij de aanvraag gevoegde dossier onvolledig is. Bij aangetekende brief van 29 maart 2001 van advocaat I. Roegiers wordt dit advies betwist. De aanvrager beweert sedert 1993 onafgebroken in België te verblijven. Hij brengt een schriftelijke verklaring bij waaruit blijkt dat hij in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag geen bevel heeft gekregen om het grondgebied te verlaten. Uit het vraaggesprek ter zitting en de gegevens van het dossier blijkt verder het volgende: -betrokkene verstaat, ondanks zijn voorgehouden langdurig verblijf, nauwelijks Nederlands; -hij heeft geen legale tewerkstelling; hij heeft er geen gehad en hij heeft er ook geen enkel vooruitzicht op; -hij heeft geen familie in België; zijn vriendin woont in Nederland; -afgezien van een zeer beperkte kennissenkring worden geen concrete aanwijzingen van integratie in het Belgisch maatschappelijk leven bijgebracht. De Commissie besluit dat geen elementen worden aangebracht, die toelaten humanitaire redenen en duurzame sociale bindingen in aanmerking te nemen. OM DEZE REDENEN Geeft de 2de Kamer van de Commissie voor Regularisatie aan de Minister van Binnenlandse Zaken een ongunstig advies betreffende de aanvraag tot regularisatie van XXX. (...)”. 1.
- Met de beslissing die de datum “12 november 2002" vermeldt, heeft de Minister Van Binnenlandse Zaken de aanvraag tot regularisatie verworpen door zich aan te sluiten bij de overwegingen van het advies van de Commissie voor regularisatie. Dit is de thans bestreden beslissing. XIV-11.794-2/5
- Over de gegrondheid van de zaak. Overwegende dat verzoeker in een enig middel de schending aanvoert van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, en van “het recht op behoorlijk bestuur”; Overwegende dat verzoeker aanvoert dat de bestreden beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken louter verwijst naar het advies van de Commissie voor regularisatie en niet aangeeft op welke gronden de regularisatieaanvraag van verzoeker werd afgewezen; dat verzoeker stelt dat de beslissing bijgevolg onafdoende en foutief is gemotiveerd; dat verzoeker tenslotte uiteenzet dat de beslissing pas maanden nadat ze werd genomen aan hem werd meegedeeld en dat zij daarenboven in de toekomst werd gedateerd; dat verzoeker besluit dat deze flagrante onnauwkeurigheden “het recht op behoorlijk bestuur van verzoeker” schenden; Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord repliceert dat, wat betreft de aangevoerde schending van “het recht op behoorlijk bestuur”, dit onderdeel van het enig middel niet voldoende duidelijk is omschreven en onderbouwd om als ontvankelijk te kunnen worden beschouwd; dat de verwerende partij opmerkt dat eventuele gebreken in de kennisgeving van een administratieve akte niet van aard zijn om aanleiding te geven tot de nietigverklaring van deze akte; dat de verwerende partij aanvoert dat, wat de vermeende schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen betreft, de naleving van de formele motiveringsplicht geen verband houdt met de inhoudelijke juridische of feitelijke correctheid van de tot uitdrukking gebrachte motieven; dat, waar verzoeker klaarblijkelijk het tegenovergestelde aanneemt, nu deze stelt dat “de beslissing onafdoende en foutief” is gemotiveerd, zijn toelichting niet is afgestemd op de rechtsregels waarvan hij de schending opwerpt, zodat het enig middel in rechte faalt; dat de verwerende partij uiteenzet dat naar behoren aan de formele motiveringsplicht is voldaan door de verwijzing in de ministeriële beslissing dd. “12 november 2002”, naar het advies van de betrokken kamer van de Commissie voor regularisatie, dat aan de bestreden beslissing ten grondslag ligt; Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord, zowel voor de feiten als voor de ingeroepen middelen, verwijst naar zijn initieel verzoekschrift tot nietigverklaring; Overwegende dat, wat de in het eerste onderdeel van het enig middel ingeroepen schending van de motiveringsplicht betreft, de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen tot doel heeft betrokkene een zodanig inzicht in de motieven van de beslissing te verschaffen, dat hij in staat is te weten XIV-11.794-3/5 of het zin heeft zich tegen die beslissing te verweren met de middelen die het recht hem verschaft; dat dit doel niet alleen kan worden bereikt door middel van de in artikel 3 van voornoemde wet voorgeschreven motivering in de akte, maar ook door verwijzing naar adviezen waarvan de inhoud aan de bestuurde bekend is, of ter kennis is gebracht, mits deze adviezen zelf afdoende zijn gemotiveerd; dat uit de stukken van het administratief dossier blijkt dat de bestreden beslissing uitdrukkelijk de overwegingen onderschrijft en overneemt van het bij de beslissing gevoegde advies van de Commissie voor regularisatie en dat verzoeker kennis heeft gekregen van dit advies; dat in dit advies de determinerende motieven op grond waarvan tot de verwerping van de aanvraag wordt besloten, duidelijk worden aangegeven; dat verzoeker niet duidelijk maakt welk punt van de motivering hem niet in staat stelt te begrijpen op grond van welke juridische en feitelijke gegevens de door hem bestreden beslissing werd genomen; dat derhalve aan de formele motiveringsplicht werd voldaan; dat het eerste onderdeel van het enig middel ongegrond is; Overwegende dat verzoeker in een tweede onderdeel van het enig middel de schending aanvoert van het recht op behoorlijk bestuur, maar niet aangeeft welk beginsel van behoorlijk bestuur werd geschonden; dat de datum van de bestreden beslissing een materiële vergissing betreft, die geen afbreuk doet aan de geldigheid ervan, evenmin als de termijn die is verstreken tussen het nemen van de beslissing en de kennisgeving ervan; dat het tweede onderdeel van het enig middel, in de mate dat het ontvankelijk is, ongegrond is; Overwegende dat het enig middel, in zijn geheel genomen, ongegrond is, XIV-11.794-4/5 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf oktober tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-11.794-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.037 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.