← België

Arrest 150090 - - 12/10/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.090 Rolnummer: A. 130408/VII-28538 Zaak: Arrest 150090 - - 12/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-19 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-03 02:03 Fiche Arrest nr 150.090 van 12 oktober 2005 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 150.090 van 12 oktober 2005 in de zaak A. 130.408/VII-28.538 In zake : XXX, verblijvende te 3530 HOUTHALEN, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, afkomstig uit voormalig Joegoslavië, op 11 december 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken houdende het bevel om het grondgebied van het rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht per aangetekend schrijven verzonden op 13 november 2002; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. STERCK, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 19 augustus 2005 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 28 september 2005; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-28.538-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat L. DE GROOTE, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de auditeur in zijn verslag de toepassing voorstelt van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat uit het dossier en de processtukken blijkt dat de zaak zonder verdere voorafgaande maatregelen, in een verkorte procedure, kan worden behandeld zoals voorzien door dit artikel;

  1. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  2. Op 21 januari 2000 heeft de verzoekende partij een regularisatieaanvraag ingediend op basis van de artikelen 2, 2/ en 2, 4/ van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het rijk. 1.
  3. Op 22 april 2002 heeft de minister van Binnenlandse Zaken de aanvraag tot regularisatie verworpen. Bij arrest nr. 146.420 van 21 juni 2005 heeft de Raad van State de voormelde beslissing tot weigering van regularisatie vernietigd. 1.
  4. Op 13 november 2002 is aan de verzoekende partij een bevel om het grondgebied van het rijk te verlaten ter kennis gebracht. Dit is de bestreden beslissing.
  5. Overwegende dat artikel 14 van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het rijk luidt als volgt: "Behalve voor maatregelen tot verwijdering die gemotiveerd zijn door de openbare orde of de nationale veiligheid, of tenzij de aanvraag kennelijk niet beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 9, zal er niet feitelijk worden overgegaan tot verwijdering tussen de indiening van de aanvraag en de dag waarop een negatieve beslissing wordt genomen met toepassing van artikel 12."; VII-28.538-2/3 Overwegende dat ingevolge het arrest nr. 146.420 van 21 juni 2005 waarbij de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 22 april 2002 tot weigering van regularisatie werd vernietigd, een nieuwe beslissing inzake de regularisatie aanvraag dient genomen te worden; dat bijgevolg het bevel dat is gesteund op de weigeringsbeslissing eveneens dient vernietigd te worden, BESLUIT: Artikel
  6. Vernietigd wordt de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken houdende het bevel om het grondgebied van het rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht per aangetekend schrijven verzonden op 13 november
  7. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf oktober tweeduizend en vijf, door de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. V. VERTONGEN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, V. VERTONGEN. E. BREWAEYS. VII-28.538-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.090 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.