id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.156 Rolnummer: A. 78194/VII-16585 Zaak: Arrest 150156 - - 13/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-25 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-03 02:11 Fiche Arrest nr 150.156 van 13 oktober 2005 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.156 van 13 oktober 2005 in de zaak A. 78.194/VII-16.
- In zake : de b.v. EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ FORABEL, vennoot- schap naar Nederlands recht voorheen gevestigd te 2921 AD KRIMPEN AAN DE IJSSEL (NL), Lekdijk 20 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de b.v. EXPLOITATIEMAAT- SCHAPPIJ FORABEL op 8 april 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van "het besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Antwer- pen van 19 februari 1998 (...) houdende uitspraak in beroep met betrekking tot het beroepsschrift ingediend tegen het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van de Gemeente Ravels, waarbij de milieuvergunning werd verleend tot het exploiteren te 2382 Ravels (Poppel) Overbroek 23 A van een hinderlijke inrichting, waarin de beroepen tegen deze vergunning gegrond werden verklaard, het vergunningsbesluit werd opgeheven en de vergunning werd geweigerd"; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 1 juni 2004, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 14 juni 2004; VII-16.585-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State (algemene procedureregeling); Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien in principe een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat de verzoekende partij binnen de wettelijke daartoe voorziene termijn kan vragen om te worden gehoord nopens de toepassing van de voormelde wetsbepaling; dat evenwel de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van de algemene procedureregeling, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord, niet heeft kunnen plaatsvinden; dat met name de griffie van de Raad van State verschillende pogingen heeft ondernomen om voormeld schrijven ter kennis te brengen van de verzoekende partij; dat de zendingen - aangeboden op verscheidene opeenvolgende adressen - telkens aan de Raad van State werden terugbezorgd met de melding "Vertrokken"; Overwegende dat het zaak is van de verzoekende partij om de nodige maatregelen te nemen opdat de door haar ingeleide procedure haar normale verloop zou kunnen kennen; dat zij verzuimd heeft dat te doen, zodat het enkel aan haarzelf te wijten is dat zij geen kennis heeft kunnen nemen van de uitnodiging om te worden gehoord; dat derhalve niets de toepassing van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State in de weg staat, VII-16.585-2/3 BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien oktober tweeduizend en vijf, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-16.585-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.156 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.