id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.205 Rolnummer: A. 166604/IX-5082 Zaak: Arrest 150205 - - 13/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-19 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-07-03 02:14 Fiche Arrest nr 150.205 van 13 oktober 2005 - Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.205 van 13 oktober 2005 in de zaak A. 166.604/IX-
- In zake : Mario HAECK, die woonplaats kiest bij advocaat V. VEREECKE, kantoor houdende te BRUGGE-ASSEBROEK, Baron Ruzettelaan 178 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Mario HAECK op 4 oktober 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 30 september 2005, genomen door de directeur van de gevangenis te Brugge, waarbij hij werd afgezet als diender bezoek en van alle werkerslijsten werd geschrapt tot 29 november 2005; Gezien het administratief dossier; Gelet op de beschikking van 6 oktober 2005 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 13 oktober 2005, om 10.00 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat V. VEREECKE, die verschijnt voor verzoeker, en van attaché K. VAN DRIESSCHE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; IX-5082-1/5 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat verzoeker gedetineerd is in de gevangenis te Brugge; dat op 20 september 2005 in werkplaats 4, waar verzoeker een vertrouwens- functie vervulde, zich een incident voordeed waar hij zich mengde in de discussie; dat verzoeker daarvoor moest verschijnen bij de directie en op 21 september 2005 zijn vertrouwensfunctie hem werd ontnomen; dat verzoeker op 21 september 2005 zijn overplaatsing vroeg en kreeg als “diender” in de bezoekzaal, eveneens een vertrouwensfunctie; dat op 30 september 2005 de directeur de thans bestreden beslissing nam, welke als volgt luidt : “Ordemaatregel lastens HAECK Mario. De feiten. Het personeel van werkplaats 4 schreef op 20.09.2005 een rapport aan de directeur voor HAECK Mario. Op 21.09.2005 wordt als gevolg van dit rapport een ordemaatregel opgelegd. Betrokkene verliest zijn job als diender, maar wordt wel verder tewerkgesteld in wpl
- Betrokkene legt op 21.09.2005 een aantal belastende verklaringen af over de werking en het personeel van de werkplaats 4 wanneer hij gehoord wordt door de directeur. Na ontvangst van de ordemaatregel daagt hij eveneens het personeel van werkplaats 4 uit door te stellen dat hij wel aan werk zal geraken in de bezoekzaal. Hij zegt dit duidelijk aan Maenhout Nico. Hij wil hiermee het personeel in diskrediet brengen en hen aantonen dat hij toch zijn zin zal krijgen. Op 23.09.2005 duidt De Meyer Ann, directeur, betrokkene aan als diender in de bezoekzaal. Op dat moment is de directeur niet op de hoogte van de opmerking- en die de gedetineerde eerder had gemaakt in werkplaats
- Het is duidelijk dat betrokkene op slinkse wijze toch zijn zin heeft gekregen en daardoor niet langer geschikt is om een vertrouwensjob te vervullen. Overwegingen. Om deze redenen Wordt betrokkene op 30.09.2005 onmiddellijk afgezet als diender bezoek. Op 30.09.2005 wordt immers duidelijk dat betrokkene zijn betrachtingen reeds op voorhand had verkondigd in de werkplaatsen. Betrokkene heeft ons misbruikt. Hij wordt eveneens geschrapt van alle werkerslijsten t.e.m. 29.11.2005 en kan vanaf 30.11.2005 opnieuw werk aanvragen in werkplaats 6.”;
- Overwegende dat de bestreden beslissing betiteld wordt als “een ordemaatregel”; dat een ordemaatregel verschilt van een tuchtmaatregel, doordat een ordemaatregel louter de goede werking van de dienst beoogt en bijvoorbeeld ingegeven is door veiligheids- en voorzichtigheidsoverwegingen, terwijl een tuchtmaatregel tot doel heeft de betrokkene voor een tekortkoming te bestraffen; dat uit de motivering van de te dezen bestreden beslissing echter niet blijkt dat de gevangenisdirecteur zich door veiligheids- of voorzichtigheidsoverwegingen heeft laten leiden; dat daarentegen wel wordt gesteld dat verzoeker het personeel van IX-5082-2/5 werkplaats 4 heeft uitgedaagd, dat hij hiermee het personeel in diskrediet wil brengen, dat hij op slinkse wijze zijn zin wil krijgen en dat hij het vertrouwen van de gevangenisdirectie heeft misbruikt; dat met andere woorden aan verzoeker een aantal tekortkomingen worden verweten; dat weliswaar, wanneer een gedetineerde het vertrouwen van de gevangenisdirectie misbruikt heeft, op grond van veiligheidsover- wegingen beslist zou kunnen worden aan de betrokkene bij ordemaatregel zijn vertrouwensfunctie te ontnemen; dat ter zake echter de genomen maatregel veel verder gaat, aangezien verzoeker tot 29 november 2005 van alle werkerslijsten wordt geschrapt; dat ontzeggen van werk luidens artikel 82, 1/, van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen een van de mogelijke tuchtstraffen vormt; dat dus de bedoeling blijkt om verzoeker voor de hem ten laste gelegde tekortkomingen te bestraffen; dat in deze stand van het geding dan ook moet worden aangenomen dat de bestreden beslissing geen ordemaatregel is maar een tuchtsanctie;
- Overwegende dat luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4.
- Overwegende dat verzoeker als enig middel de schending aanvoert van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, de rechten van verdediging in administratieve tuchtzaken en de ministeriële omzendbrief nr. 1777 van 2 mei 2005 betreffende de tuchtprocedure tegen een gedetineerde en het algemeen beginsel van machtsover- schrijding; dat hij in essentie betoogt dat, wijl de bestreden beslissing geen ordemaatregel maar een tuchtmaatregel is, bijgevolg de tuchtprocedure moest worden nageleefd, inzonderheid dat hij vooraf inzage moest krijgen van het dossier, dat hij moest worden gehoord en zich moest kunnen laten bijstaan door een raadsman, zoals uitgewerkt in de ministeriële omzendbrief nr. 1777 van 2 mei 2005; 4.
- Overwegende dat hiervoor al is geconcludeerd dat de bestreden maatregel in werkelijkheid een tuchtmaatregel is; dat niet blijkt dat verzoeker werd gehoord of de gelegenheid heeft gekregen zich op enige wijze te verdedigen tussen IX-5082-3/5 de datum waarop hij verschenen is voor de directeur en hem zijn vertrouwensfunctie in werkplaats 4 werd ontnomen, en de datum waarop de veel verder gaande beslissing om hem tot 29 november 2005 van alle werkerslijsten te schrappen werd genomen; dat het middel ernstig is; 5.
- Overwegende dat verzoeker onder meer uiteenzet dat hij een moeilijk te herstellen nadeel dreigt te ondergaan doordat hij ingevolge de bestreden beslissing helemaal onderaan de ladder opnieuw zal moeten beginnen en slechts op langere termijn opnieuw een vertrouwensfunctie zal kunnen uitoefenen; dat zulks voor lange tijd een belangrijke vermindering van zijn levenskwaliteit meebrengt; 5.
- Overwegende dat die uiteenzetting overtuigt; dat de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel derhalve is vervuld;
- Overwegende dat verzoeker terecht aanvoert dat de behandeling van de vordering volgens de gewone schorsingsprocedure te laat zal komen omdat het aangevoerde nadeel zich reeds gerealiseerd zal hebben en niet meer of nog slechts heel moeilijk hersteld zal kunnen worden; dat die uiterst dringende noodzakelijkheid overigens door de verwerende partij niet wordt betwist;
- Overwegende dat aan alle voorwaarden voor schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is voldaan, BESLUIT: Artikel
- Bevolen wordt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing genomen op 30 september 2005 door de directeur van de gevangenis te Brugge, waarbij Mario HAECK werd afgezet als diender bezoek en van alle werkerslijsten werd geschrapt tot 29 november 2005 . Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. IX-5082-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien oktober 2000 en vijf, door : de H. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-5082-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.205 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.425 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.