← België

Arrest 150206 - - 13/10/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.206 Rolnummer: A. 166658/XIV-23742 Zaak: Arrest 150206 - - 13/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-20 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-03 02:14 Fiche Arrest nr 150.206 van 13 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.206 van 13 oktober 2005 in de zaak A. 166.658/XIV-23.

  1. In zake :
  2. XXX, alias XXX,
  3. XXX, alias XXX, in eigen naam en in hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigers van hun twee minderjarige kinderen, T en A, die woonplaats kiezen bij Advocaat A. NAVASARTIAN, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Franklin Rooseveltlaan 156 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, alias XXX, geboren op 3 november 1973, en XXX, alias XXX, geboren op 17 september 1981, beiden van Armeense nationaliteit, in eigen naam en in naam van hun minderjarige kinderen T. en A., op 9 oktober 2005 per fax hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 22 september 2005, waarbij het verzoek om machtiging tot verblijf op basis van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, onontvankelijk wordt verklaard, aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 5 oktober 2005; Gelet op de beschikking van 10 oktober 2005 waarbij aan de verzoekende partijen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 10 oktober 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 12 oktober 2005 om 11.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; XIV-23.742-1/4 Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. NAVASARTIAN, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat E. MATTERNE, die loco Advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 1.
  4. Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat bij arrest nr. 123.758 van 2 oktober 2003 van de XIde kamer van de Raad van State de beroepen tot nietigverklaring en tot schorsing van verzoekers, gericht tegen de bevestigende beslissingen van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 27 november 2001, werden verworpen, bij toepassing van artikel 27 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (stuk nr. 92 van het administratief dossier); Overwegende dat voornoemde bevestigende beslissingen definitief zijn, omdat voornoemd arrest inmiddels in kracht van gewijsde is getreden en de bevestigende beslissingen de volgende overwegingen inhouden (stukken 42 en 44 van het administratief dossier): “Sauf décision contraire du Ministre de l’Intérieur ou de son délégué, vous devez quitter le territoire dans les cinq jours, à dater de la notification de la présente décision (Arrêté royal du 19/05/1993: article 17, §2, alinéa 2).”; Overwegende dat voormelde bevestigende beslissingen op 27 november 2001 aangetekend werden verstuurd naar verzoekers; dat zij bijgevolg minstens vanaf 29 november 2001 wisten dat zij het Belgisch grondgebied dienden te verlaten, binnen een termijn van vijf dagen te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving van de bestreden beslissingen; dat zij dit niet hebben gedaan en tot op heden onwettig op het Belgisch grondgebied verblijven; XIV-23.742-2/4 1.
  5. Overwegende dat de thans bestreden beslissing ondermeer de volgende overweging inhoudt: “Bijgevolg dienen betrokkenen gevolg te geven aan het bevel om het grondgebied te verlaten, bevestigd op 27 november 2001 en ter kennis gebracht op 29 november 2001, en dienen zij dringend het grondgebied van de Schengen-lidstaten te verlaten.”; Overwegende dat de eventuele schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de thans bestreden beslissing, quod non, de tenuitvoerlegging van de bevelen om het grondgebied van het Rijk te verlaten van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 15 oktober 2001, die bevestigd werden door de bevestigende beslissingen van de Commissaris-generaal van 27 november 2001, niet kan beletten, gelet op het definitief karakter van deze bevelen; Overwegende dat verzoekers bijgevolg niet doen blijken van het rechtens vereiste actueel belang om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de thans bestreden beslissing aan te vechten, ten eerste, omdat zij op basis van twee andere definitieve beslissingen het grondgebied van het Rijk dienen te verlaten, ten tweede, omdat op dit ogenblik geen concrete uitvoeringsmaatregel door de verwerende partij werd genomen, wat bevestigd wordt door de brief van de Dienst Vreemdelingenzaken van 10 oktober 2005, waaruit blijkt dat er nog geen enkele uitvoeringsmaatregel werd getroffen ten aanzien van verzoekers, ten derde, omdat verzoekers niet aantonen dat in casu de schorsing van de thans bestreden beslissing volgens de gewone schorsingprocedure te laat zal komen; Overwegende dat de concrete tenuitvoerlegging van een uitvoerings- maatregel en de modaliteiten ervan, tot de uitsluitende bevoegdheid behoren van de Minister van Binnenlandse Zaken die via de Dienst Vreemdelingenzaken eventueel kan zorgen voor de medische begeleiding van verzoeker bij een eventuele repatriëring naar zijn land van herkomst; 1.
  6. Overwegende dat de exceptie van onontvankelijkheid wegens het ontbreken van het rechtens vereiste actueel belang ambtshalve door de Raad van State wordt opgeworpen en blijkt uit een grondige analyse van het administratief dossier, XIV-23.742-3/4 BESLUIT: Artikel
  7. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt onontvankelijk verklaard. Artikel
  8. De kosten worden voorbehouden. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien oktober tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. Kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-23.742-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.206 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.