← België

Arrest 150207 - - 14/10/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.207 Rolnummer: A. 161371/X-12259 Zaak: Arrest 150207 - - 14/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-22 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-03 02:15 Fiche Arrest nr 150.207 van 14 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.207 van 14 oktober 2005 in de zaak A. 161.371/X-12.

  1. In zake : Freddy REYNDERS, wonende te 1500 HALLE, Toussaint van Boelaerelaan 7 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. DECLERCQ, kantoor houdende te 3010 LEUVEN (KESSEL-LO), Tiensesteenweg
  2. tussenkomende partij : de n.v. VERMEERSCH CONSTRUCT, die woonplaats kiest bij Advocaat M. SMOUT, kantoor houdende te 1820 STEENOKKERZEEL, Tervuursesteenweg
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Freddy REYNDERS op 31 maart 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 28 december 2004 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening waarbij aan de n.v. VERMEERSCH CONSTRUCT de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het verbouwen van een klooster en het bouwen van 25 woongelegenheden op een perceel gelegen te Halle, Astridlaan-C. Verhaevertstraat, kadastraal bekend Sectie F, nrs. 19f47 en 19k52; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 23 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 september 2005; X-12.259-1/5 Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, van Advocaat Ph. DECLERCQ, die verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat M. SMOUT, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat n.v. VERMEERSCH CONSTRUCT met een verzoekschrift van 21 april 2005 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de verzoeker ter terechtzitting een aantal bijkomende overtuigingsstukken en foto’s neerlegt ter repliek op het verslag van het bevoegde lid van het auditoraat; dat dit niet is voorzien in het toepasselijke procedurereglement; dat deze stukken en foto’s om die reden uit de debatten worden geweerd; Overwegende dat de tussenkomende partij de ontvankelijkheid van het beroep betwist; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en uitspraak over deze excepties alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de X-12.259-2/5 middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat, wat de tweede door voornoemd artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde betreft, verzoeker in de vordering tot schorsing doet gelden dat het ernstig nadeel zich voordoet onder de vorm van een ernstige aantasting van de woonkwaliteit ingevolge het verlies van uitzicht op de kloostersite "die voor de ganse wijk als een centraal rustpunt fungeert (..., dat) naast een verlies van uitzicht er ook de onvermijdelijke geluids- en ander hinder (zal) zijn die wordt meegebracht door de sterke verdichting van dit gebied, door de bouw van 25 woningen en de herbestemming van het klooster als hotel met zogenaamde seminarieruimte maar in werkelijkheid een zaal voor feesten"; dat hij stelt dat nauwelijks kan worden betwijfeld dat het nadeel ernstig is : "de haast 1000 bezwaarschriften spreken zowel qua aantal als qua inhoud voor zichzelf"; dat hij voorts stelt dat in feite het gebied binnen de sterk verstedelijkte buurt waarin het ligt, fungeert als een parkgebied dat de leefbaarheid van de gehele buurt verhoogt, dat "gezien de aanwezigheid van grote, inheemse loofbomen in de tuin van het kloostercomplex, kan gesteld worden dat deze tuin behoort tot de stedelijke natuurelementen, die in het richtinggevend gedeelte van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen beschouwd worden als hebbende verschillende maatschappelijke functies"; dat hij voorts doet gelden dat het nadeel onmogelijk te herstellen is; Overwegende dat verzoeker zich in de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet mag beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar concrete en precieze gegevens dient aan te brengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat hij ondergaat of dreigt te ondergaan, hetgeen inhoudt dat hij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent X-12.259-3/5 de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte kan berokkenen, en waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter van het nadeel blijkt; Overwegende dat, wat de aangevoerde aantasting betreft van de woonkwaliteit ingevolge het verlies van uitzicht op de kloostersite, verzoeker verzuimt in zijn verzoekschrift enig concreet gegeven bij te brengen aangaande het uitzicht dat hij thans heeft en dat hij door de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit onherstelbaar dreigt te verliezen; dat dit verzuim de Raad in de onmogelijkheid stelt dit nadeel op zijn merites te onderzoeken; dat ter terechtzitting neergelegde foto’s waaruit dit uitzicht zou blijken, dit gebrek niet vermag te verhelpen en deze overigens - zoals gesteld - uit de debatten worden geweerd; dat in deze omstandigheden dient te worden vastgesteld dat, zelfs aangenomen dat verzoeker zich nuttig zou kunnen beroepen op het door hem ingeroepen nadeel betreffende de aantasting van zijn uitzicht en woonkwaliteit, de door hem neergelegde stukken en aangebrachte gegevens het aangevoerde nadeel geenszins staven, noch afdoende aannemelijk maken; dat derhalve de in de vordering gegeven uiteenzetting ter zake loutere affirmaties zijn die niet op een overtuigende wijze kunnen worden getoetst aan de concrete zaak; dat voorts, in deze concrete omstandigheden en bij gebreke aan concrete en precieze aanduidingen omtrent de aard en de omvang van het aangevoerde nadeel, verzoeker evenmin aannemelijk maakt dat de in het verzoekschrift in algemene bewoordingen uiteengezette nadelen inzake de "onvermijdelijke geluids- en andere hinder" - mochten deze nadelen al zijn aangetoond - zodanig zijn dat ze als een ernstig nadeel in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kunnen worden beschouwd; dat de loutere omstandigheid dat haast 1000 bezwaarschriften werden ingediend, op zich niet inhoudt dat verzoeker door de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een ernstig en moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te ondergaan; dat hetzelfde geldt voor de bewering dat de betrokken tuin tot de stedelijke natuurelementen zou behoren en dat die behouden en ontwikkeld moeten worden; dat de uiteenzetting van verzoeker onvoldoende concrete en precieze gegevens bevat waaruit blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen zoals bedoeld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde X-12.259-4/5 voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
  4. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. VERMEERSCH CONSTRUCT in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
  5. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  6. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien oktober 2005, door : de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-12.259-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.207 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.172 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.