← België

Arrest 150208 - - 14/10/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.208 Rolnummer: A. 162384/X-12300 Zaak: Arrest 150208 - - 14/10/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-10-21 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-03 02:15 Fiche Arrest nr 150.208 van 14 oktober 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 150.208 van 14 oktober 2005 in de zaak A. 162.384/X-12.300. In zake : Eddy VERMEERBERGEN, die woonplaats kiest bij Advocaat F. JUDO, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : 1. de gemeente TIELT-WINGE, die woonplaats kiest bij Advocaat P. WILLEMYNS, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Leopold I-straat 52, 2. het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat Ph. DECLERCQ, kantoor houdende te 3010 LEUVEN, Tiensesteenweg 271. tussenkomende partij : Jozef MAUS, die woonplaats kiest bij Advocaat B. WELKENHUYSEN, kantoor houdende te 3210 LUBBEEK, Staatsbaan 168. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Eddy VERMEERBERGEN op 10 mei 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 8 maart 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente TIELT-WINGE waarbij aan Jozef MAUS de verkavelingsvergun- ning wordt verleend voor een perceel gelegen te TIELT-WINGE, Kriebekestraat, kadastraal bekend Sectie C, nr. 1M2; Gezien de nota's van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; X-12.300-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 22 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 september 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat F. JUDO, die verschijnt voor verzoeker, van Advocaat Ph. WILLEMYNS, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van Advocaat Ph. DECLERCQ, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van Advocaat K. VANOVERSCHELDE die, loco Advocaat B. WELKENHUYSEN verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Jozef MAUS met een verzoekschrift van 1 juni 2005 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen X-12.300-2/5 ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat, wat de tweede door voornoemd artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde betreft, verzoeker in de vordering tot schorsing doet gelden dat in de onmiddellijke omgeving van zijn woning en eigendom een situatie zou ontstaan waardoor vier bouwkavels worden gecreëerd op een terrein dat daarvoor wezenlijk te klein is, dat het reglementair karakter van de verkavelingsvergunning het voor het bestuur onmogelijk zou maken stedenbouwkundige vergunningen te weigeren die weliswaar conform zijn met de bepalingen van de verkavelingsvergun- ning, maar toch kennelijk nadelig voor hem, die aldus op zijn beurt de mogelijkheid zou verliezen zich zinvol te verzetten tegen dergelijke vergunningen; dat het nadeel als volgt kan worden omschreven, met name vooreerst dat een vorm van bebouwing ontstaat die totaal onverzoenbaar is met de bestemming als "woongebied met landelijk karakter", grenzend aan "landschappelijk waardevol agrarisch gebied", al was het maar door het feit dat de bebouwingsdichtheid die in de verkaveling wordt gehanteerd (20 woningen per

  1. ha)veel te hoog is, dat daarenboven op lot 1 van de verkaveling een vorm van half-open bebouwing wordt toegelaten, die in kennelijke wanverhouding staat tot de verhoudingen van zijn huis, dat dit esthetisch nadeel gepaard gaat met een belangrijke schending van zijn privacy en woonkwaliteit, onder meer door het creëren van een uitzicht op een blinde gevel, het creëren van zichten vanuit de nieuwbouw naar zijn tuin en koer en een aantasting van de landelijke hoevestijl door wanverhoudingen in afmetingen (vermits er geen verplichting bestaat om het bestaande gabarit te volgen) en door mogelijk ongeschikt materiaalgebruik, dat "nu de uitvoering van de bestreden verkavelingsvergunning een ernstige en nadelige impact zal hebben op (zijn) levenomstandigheden (...), dient aanvaard te worden dat de bestreden beslissing (hem) een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan toebrengen"; Overwegende dat verzoeker zich in de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet mag beperken tot vaagheden en algemeenhe- den, maar concrete en precieze gegevens dient aan te brengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat hij ondergaat of dreigt te ondergaan, hetgeen inhoudt X-12.300-3/5 dat hij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte kan berokkenen, en waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter van het nadeel blijkt; Overwegende dat de kritiek die verzoeker uit op het feit dat in zijn onmiddellijke omgeving verkaveld wordt op een perceel dat daarvoor wezenlijk te klein is, opportuniteitskritiek is en op zich niet doet blijken van een ernstig nadeel in hoofde van verzoeker; dat verzoeker voorts niet omschrijft waarom de stedenbouw- kundige vergunningen die conform de bestreden verkavelingsvergunning worden verleend voor hem "kennelijk nadelig" zijn en een ernstig nadeel vormen; dat in zoverre verzoeker zijn nadeel ziet in het feit dat een vorm van bebouwing ontstaat die "totaal onverzoenbaar" is met de gewestplanbestemming en die zich kenmerkt door een veel te hoge bebouwingsdichtheid, hij zich ter zake beperkt tot vage en algemene beweringen die niet worden gestaafd, noch waarvan aannemelijk wordt gemaakt waarom dit voor verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is; dat wat het nadeel betreft volgend uit de bebouwingsmogelijkheden die door de bestreden vergunning op lot 1 worden toegelaten, verzoeker zich beperkt tot algemeenheden; dat hij ter zake verzuimt in zijn verzoekschrift enig concreet gegeven of overtuigend argument eigen aan de zaak zelf bij te brengen dat aannemelijk kan maken dat - gelet op de aard en de omvang van het aangevoerde nadeel voortvloei- end uit de bebouwingsmogelijkheden die de bestreden vergunning op lot 1 mogelijk maakt - dit op algemene wijze uiteengezette nadeel in hoofde van verzoeker ernstig is in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat de uiteenzetting van verzoeker onvoldoende concrete en precieze gegevens bevat waaruit blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen zoals bedoeld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, X-12.300-4/5 BESLUIT: Artikel 1. Het verzoek tot tussenkomst van Jozef MAUS in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel 2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien oktober 2005, door : de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-12.300-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.208 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.056 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.